Compensatieregeling in verband met de wijziging van de btw-sportvrijstelling bekend gemaakt | Deloitte Nederland

Article

Compensatieregeling in verband met de wijziging van de btw-sportvrijstelling bekend gemaakt

De wijziging van de sportvrijstelling kan negatief uitpakken voor gemeenten en sportorganisaties doordat het recht op aftrek van btw verloren gaat. Eerder werd een compensatieregeling aangekondigd. De Minister voor Medische Zorg heeft op 20 juli de kaders van deze compensatieregeling bekend gemaakt.

24 juli 2018

Uit de startnota van het kabinet Rutte III is gebleken dat de btw-sportvrijstelling (hierna: de sportvrijstelling) in 2019 wordt aangepast. In eerdere nieuwsbrieven en Indirect Tax Alerts is al uitgebreid stilgestaan bij de wijziging van de sportvrijstelling. De wijziging van de sportvrijstelling kan negatief uitpakken voor gemeenten en sportorganisaties doordat het recht op aftrek van btw verloren gaat. In de startnota werd reeds aangekondigd dat een compensatieregeling zou worden geïntroduceerd om gemeenten en sportorganisaties voor dit financiële nadeel te compenseren.

De Minister voor Medische Zorg heeft op 20 juli jongstleden de kaders van deze compensatieregeling bekend gemaakt.

In deze Indirect Tax Alert bespreken wij de compensatieregeling (op hoofdlijnen) en benoemen wij het belang voor de praktijk.

Achtergrond
Zoals in diverse eerdere nieuwsberichten aangekondigd, wordt de sportvrijstelling aangepast. Dit naar aanleiding van Europese jurisprudentie. Hierbij zal de vrijstelling worden uitgebreid, waardoor die ook van toepassing zal zijn op sportprestaties die aan niet-leden worden verricht.

Daardoor geldt de vrijstelling vanaf 2019 ook voor niet-commerciële
exploitanten van sportaccommodaties. Dit kan negatieve financiële gevolgen hebben voor dergelijke exploitanten, omdat zij met ingang van 1 januari 2019 geen recht op aftrek van voorbelasting (meer) hebben. Om dit nadeel te compenseren is de compensatieregeling geïntroduceerd.

De compensatieregeling
In de compensatieregeling wordt een onderscheid gemaakt tussen gemeenten en amateursportorganisaties. Amateursportorganisaties worden gecompenseerd middels de ‘Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties’ terwijl gemeenten worden gecompenseerd door middel van de ‘Regeling specifieke uitkering stimulering’.

Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties
Allereerst is het van belang om op te merken dat deze regeling specifiek van toepassing is op de amateursport en niet op de professionele sport. De subsidie kan worden verstrekt voor de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties, of voor de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen. De subsidie is slechts van toepassing op investeringen die vanaf 1 januari 2019 plaatsvinden en is niet van toepassing indien de sportorganisatie recht heeft op aftrek van btw ter zake van de bovengenoemde investeringen. Verder is het van belang om op te merken dat een activiteit slechts éénmaal voor subsidie in aanmerking komt. Hierdoor wordt voorkomen dat een samenloop ontstaat met de subsidieregeling ‘Regeling specifieke uitkering stimulering sport’. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als een gemeente en een sportorganisatie gezamenlijk eigenaar zijn van een accommodatie.

De subsidie bedraagt maximaal 20% van het investeringsbedrag en is begrensd op € 2,5 miljoen euro. Subsidies onder de € 5.000 worden niet verstrekt. De subsidie wordt over een periode van drie jaren uitgekeerd. Het is mogelijk om deze periode met toestemming van de minister onder omstandigheden met één jaar te verlengen. Onder omstandigheden kan de minister daarnaast een aanvullende subsidie van 15% toekennen. De aanvullende subsidie kan worden toegekend indien door een sportorganisatie maatregelen worden getroffen op het vlak van energiebesparing en/of toegankelijkheid. Deze maatregelen zijn limitatief beschreven in bijlage 1 van de regeling.

In de regeling voor sportorganisaties is het subsidieplafond voor het jaar 2019 vastgesteld op € 87 miljoen, waarbij de subsidie wordt verdeeld op volgorde van de binnenkomst van de aanvragen. Het is zodoende van belang om aanvragen zo spoedig mogelijk in te dienen.

Om in aanmerking te komen voor de subsidie gelden aanvullende voorwaarden. Indien een subsidie wordt toegekend, dienen de sportorganisaties ervoor te waken dat gedurende de herzieningsperiode (5 jaren voor roerende goederen en 10 jaren voor onroerende goederen) niet alsnog recht op aftrek van btw of ontstaat. Daarnaast dienen de sportorganisaties ervoor te zorgen dat de gesubsidieerde sportaccommodaties gedurende 10 jaren na afloop van de subsidieperiode ter beschikking gesteld blijven voor de amateursport voor lokale gebruikers.

Regeling specifieke uitkering stimulering
De ‘Regeling specifieke uitkering stimulering’ die van toepassing is op gemeenten vertoont veel gelijkenissen met de ‘Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties’. Zo komt een gemeente slechts voor subsidiëring in aanmerking indien de btw niet voor aftrek in aanmerking komt of kan worden gecompenseerd via het btw-compensatiefonds. Verder geldt ook voor gemeenten dat elke activiteit slechts éénmaal in aanmerking komt voor subsidie, om samenloop met de ‘Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties’ te voorkomen.

De subsidie wordt toegekend ter zake van gerealiseerde bestedingen in verband met activiteiten in het kader van sport en lijkt hiermee ruimer dan de subsidieregeling die van toepassing is op sportorganisaties. In het kader van de subsidieregeling voor sportorganisaties zijn de kosten duidelijker omkaderd. Ook gebruiks- en energiekosten gemaakt door gemeenten komen voor subsidiëring in aanmerking terwijl dit voor sportorganisaties niet het geval is.

Daarnaast verschilt de omvang van de subsidie. De subsidie bedraagt ten hoogste 17,5% van het begrote bedrag voor de activiteiten. Ook het subsidieplafond wijkt af. Voor gemeenten bedraagt het subsidieplafond voor het jaar 2019 € 152 miljoen. Het beschikbare subsidiebedrag wordt naar rato verdeeld indien het totaal aangevraagde bedrag hoger is dan het subsidieplafond. De volgorde waarin de aanvragen zijn ingediend hebben geen gevolgen voor de het toekennen van subsidies. Indien het subsidieplafond in een jaar niet wordt bereikt, wordt het resterende deel naar rato verdeeld over de gemeenten die naast de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend aanvullende activiteiten in het kader van sport hebben verricht.

De aanvraag voor subsidiëring moet voor 1 december van het boekjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, zijn ingediend.

Ten slotte is het van belang om op te merken dat de gemeenten ervoor moeten zorgen dat gedurende 10 jaren niet alsnog recht op aftrek van btw of recht op compensatie via het btw-compensatiefonds ontstaat.

Belang voor de praktijk
De compensatieregeling dient het financiële nadeel dat gemeenten en sportorganisaties leiden te compenseren. Van geval tot geval zal moeten worden onderzocht of en in hoeverre door gemeenten en sportorganisaties een beroep kan worden gedaan op de compensatieregeling. Het is van belang om inzichtelijk te maken in hoeverre de compensatieregeling uitkomst biedt. Het is voorstelbaar dat het voor gemeenten en sportorganisaties gunstiger is om buiten het bereik van de sportvrijstelling en compensatieregeling te blijven en hun sportaccommodaties btw-belast te exploiteren. Ook hiervoor zien wij mogelijkheden. Graag denken wij met u mee.

Vond u dit nuttig?