Conclusies A-G over onbetaald verlof en over incidentele werkzaamheden

Article

Conclusies A-G over onbetaald verlof en over incidentele werkzaamheden

Nederland hoeft geen rekening te houden met incidentele werkzaamheden in België en tijdens onbetaald verlof blijft Nederlandse wetgeving van toepassing. Dat heeft A-G Szpunar geconcludeerd in twee zaken bij het Hof van Justitie.

21 maart 2017

English version

Incidentele werkzaamheden

In de eerste zaak ging het om een programmeur die in België woont en in Nederland werkt voor een Nederlandse werkgever. In 2009 werkte hij dertien dagen in België. Daarvan waren 2 dagen besteed aan het bezoeken van klanten en de resterende 11 dagen aan thuiswerken (beantwoorden van e-mails en opstellen en versturen van offertes). Dit is 6,46% van zijn feitelijke werktijd. De rest van de tijd werkte hij in Nederland. In zijn contract is niets opgenomen over thuiswerken en in het thuiswerken zat ook geen vast patroon. De vraag was of deze werknemer in twee lidstaten ‘pleegt’ te werken en dus een deel van zijn werkzaamheden in een andere lidstaat verricht.

Deze elementen waren voor de A-G aanleiding om de werkzaamheden in België te beschouwen als marginale werkzaamheden. Dat leidt ertoe dat de programmeur volgens de A-G voor de toepassing van de Verordening uitsluitend in Nederland werkt en daarom in Nederland sociaal verzekerd is. Hoewel deze zaak onder de ‘oude’ Verordening valt, onderbouwt de A-G zijn conclusie met een verwijzing naar de huidige Verordening (Vo 883/2004) en de Toepassingsverordening (Vo 987/2009). In de Toepassingsverordening is bepaald dat marginale werkzaamheden niet in aanmerking worden genomen om te bepalen of iemand in meerdere lidstaten werkt. In de praktische handleiding die voor Vo 883/2004 is opgesteld door de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, is een invulling gegeven aan het begrip ‘marginaal’. Niet alleen de aard van de werkzaamheden bepaalt of werkzaamheden ‘marginaal zijn’. Permanente werkzaamheden die minder dan 5% van de normale arbeidstijd of van de beloning in beslag nemen worden in principe ook aangemerkt als marginale werkzaamheden. De A-G heeft zich laten leiden door de aard van de werkzaamheden en is tot de conclusie gekomen dat het geen werkzaamheden van betekenis zijn.


Onbetaald verlof

In de tweede zaak ging het om een werkneemster die in Nederland woont en gewoonlijk in Nederland werkzaamheden verrichte voor haar Nederlandse werkgever. Zij nam gedurende een periode van drie maanden onbetaald verlof bij haar Nederlandse werkgever. Tijdens dit verlof gaf zij les als skilerares in Oostenrijk. Hier was de vraag of zij in meerdere lidstaten pleegt te werken.

Volgens de A-G is haar arbeidsverhouding met de Nederlandse werkgever in stand gebleven en heeft zij de hoedanigheid van werknemer (in de zin van Vo 1408/71) behouden. Tijdens haar onbetaald verlof kon zij volgens Nederlandse wetgeving tot maximaal 78 weken in Nederland verzekerd blijven. Daarom heeft zij haar hoedanigheid van werknemer behouden.

Op grond van het voorgaande komt de A-G tot de conclusie dat deze werkneemster gedurende haar periode van onbetaald verlof wordt gezien als iemand die werkzaamheden in loondienst verricht. Omdat zij dat ook in Oostenrijk doet, is zij iemand die in twee lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt te verrichten. Omdat zij in Nederland woont, is de Nederlandse wetgeving van toepassing. Onder de huidige Verordening zou de uitkomst hetzelfde zijn aangezien zij meer dan 25% in haar woonland werkte. Het is nu afwachten hoe het Hof van Justitie EU hierover oordeelt.


Bronnen:

  • Conclusie van A-G M. Szpunar, 8 maart 2017, nr. C 569/15, ECLI:EU:C:2017:181
  • Conclusie van A-G M. Szpunar, 8 maart 2017, nr. C 570/15, ECLI:EU:C:2017:182

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen