Dagattractiepark ingedeeld in sector voor kermisgezelschappen

Article

Dagattractiepark ingedeeld in sector voor kermisgezelschappen

Onlangs besliste de Hoge Raad dat een dagattractiepark voor toepassing van de sectorpremie niet valt onder de sector voor zwembaden, speeltuinen en speelterreinen, maar onder de sector voor kermisgezelschappen.

10 mei 2017

Sectorindeling dagattractiepark

Een dagattractiepark is in 1963 opgericht als speeltuin met speeltoestellen, een zwembad en een vakantiepark met Shetlandpony’s. In de loop van de tijd is het park gegroeid en vandaag de dag is het een veelzijdig dagattractiepark. Voor de premieheffing werknemersverzekeringen is het park ingedeeld in sector 54 (culturele instellingen), waartoe onder andere kermisgezelschappen behoren. Belanghebbende is het daar niet mee eens, en heeft gesteld dat zij moet worden ingedeeld in sector 35 (gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen), waaronder speeltuinen en speelterreinen vallen.


Indeling bij assimilatie

De indeling in een sector bepaalt de hoogte van de sectorpremie (onderdeel van de premie voor de werkloosheidswet) en voor kleine en middelgrote werkgevers de premie voor de werkhervattingskas (onderdeel van de premie voor de Wet Wia). De 67 sectoren zijn vermeld in artikel 5.1 van de Regeling Wfsv en de daarbij behorende bijlage. Indien een werkgever werkzaamheden verricht die niet zijn vermeld in een van deze 67 sectoren, dan dient deze te worden ingedeeld in de sector waaronder de werkzaamheden vallen die naar hun aard het meeste overeenkomen met de werkzaamheden van de werkgever.

In de zaak van het dagattractiepark was duidelijk dat de activiteiten van een attractiepark niet zijn vermeld in een van de 67 bestaande sectoren. De activiteiten die het dichtst in de buurt komen, zijn:

  • speeltuinen en speelterreinen (sector 35, gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen); of
  • kermisgezelschappen en circusinstellingen (sector 54, culturele instellingen).

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft overwogen dat het overgrote deel van de attracties van het park lijkt op kermisattracties en dat bezoekers van het park vooral voor die attracties komen. Het Hof heeft daarom geoordeeld dat de activiteiten van een kermisgezelschap het meest overeenkomen met de activiteiten van het park. Volgens belanghebbende moest echter gekeken worden naar de maatschappelijke functie die het park vanaf de oprichting had en die in de loop van de tijd niet is veranderd, namelijk die van speelterrein.

De Hoge Raad heeft het oordeel van het Hof bevestigd. Nu de activiteiten van het park het meest lijken op die van een kermisgezelschap, valt het onder sector 54. Overigens is de indeling van attractieparken in sector 54 met ingang van 2016 ook in de Regeling Wfsv neergelegd.


Bron: Hoge Raad 14 april 2017, nr. 16/03831, ECLI:NL:HR:2017:679

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen