Deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op ongedekte callopties en voordelen uit cum/ex-transactie | Deloitte Nederland

Article

Deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op ongedekte callopties en voordelen uit cum/ex-transacties

De Hoge Raad heeft geoordeelde dat ongedekte call-opties niet als deelneming worden aangemerkt en dat voordelen uit cum/ex-transacties niet kunnen worden vrijgesteld onder de deelnemingsvrijstelling.

18 november 2020

Inleiding

De techniek van cum/ex-transacties is gebaseerd op het verhandelen en uitlenen van aandelen of derivaten rond de dividenddatum, zodanig dat de precieze eigenaar van de aandelen onbekend blijft bij de Belastingdienst. Aldus kunnen risico's worden afgedekt door middel van callopties op aandelen (d.w.z. opties die de koper het recht geven om binnen een bepaalde termijn aandelen tegen een vaste prijs te kopen). De Hoge Raad heeft onlangs arrest gewezen over de fiscale behandeling van zowel callopties als de voordelen uit cum/ex-transacties in het kader van de deelnemingsvrijstelling.

Cum/ex-transactions en call options

De belanghebbende is een Nederlandse marketmaker die cum/ex-transacties heeft uitgevoerd met een superdividend van een Duitse beursgenoteerde onderneming. Op grond van de destijds geldende Duitse wetgeving hoefde de belanghebbende geen dividendbelasting te betalen aan de Duitse belastingdienst. Dit leverde de belanghebbende een voordeel per aandeel op dat gelijk was aan het bedrag van de Duitse dividendbelasting van 21,1% van het dividend (het cum/ex-voordeel). Om de risico's van de cum/ex-transacties af te dekken, heeft de belanghebbende callopties op aandelen van de Duitse vennootschap gekocht. De callopties geven recht op meer dan 5% van de uitstaande aandelen van de Duitse vennootschap. Na uitoefening zou dan ook sprake zijn van een deelneming naar Nederlands fiscaal recht. De belanghebbende stelt dat de deelnemingsvrijstelling van toepassing zou moeten zijn op het met de cum/ex-transacties behaalde resultaat, ongeacht het feit dat de onderliggende aandelen van de callopties niet in zijn bezit zijn bij de schrijvers van de optie. Het Hof oordeelde dat de callopties die zijn verkregen in het kader van de cum/ex transacties niet als deelneming kunnen worden aangemerkt en dat de voordelen belast zijn. Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak cassatieberoep ingesteld.

Arrest Hoge Raad

In cassatie was in geschil of de callopties een deelneming vormen en of het cum/ex-voordeel op grond van de deelnemingsvrijstelling is vrijgesteld. Ten eerste oordeelde de Hoge Raad dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is op voor- en nadelen van een call-optie indien de schrijver van die optie ten tijde van het sluiten van de optieovereenkomst niet over de onderliggende aandelen beschikt die bij uitoefening van de optie zouden moeten worden geleverd. Het standpunt van belanghebbende dat alleen relevant is of een deelneming bij uitoefening van de callopties zou zijn verkregen, is dus niet juist.

Ten aanzien van het cum/ex-voordeel oordeelde de Hoge Raad dat dit voordeel niet voortvloeit uit de waardeontwikkeling van de aandelen van de Duitse vennootschap, maar uitsluitend uit het feit dat de belanghebbende geen Duitse dividendbelasting hoeft te betalen. Dit is dus geen situatie waarin dubbele belastingheffing op bedrijfswinsten moet worden voorkomen. Gezien het doel van de deelnemingsvrijstelling kan het cum/ex-voordeel dus niet worden aangemerkt als een voordeel uit hoofde van een deelneming. De Hoge Raad bekrachtigt hiermee de uitspraak van het Hof dat de deelnemingsvrijstelling in dit geval niet van toepassing is.


Bron: HR 6 November 2020, 18/04686, ECLI:NL:HR:2020:1738

Did you find this useful?