Dividenduitkeringen aan Zuid-Afrikaanse moedermaatschappij vrijgesteld van bronbelasting | Deloitte

Article

Dividenduitkeringen aan Zuid-Afrikaanse moedermaatschappij vrijgesteld van bronbelasting

Door toepassing van de meestbegunstigingsbepaling moet Nederland dividenduitkeringen aan een Zuid-Afrikaanse moedermaatschappij vrijstellen van dividendbelasting. Dat heeft Hof Den Bosch recentelijk bepaald.

12 september 2017

Feiten en omstandigheden

In 2013 keerde een in Nederland gevestigde vennootschap een dividend uit aan haar 100% moedermaatschappij. Deze moedermaatschappij is gevestigd in Zuid Afrika. Op grond van het belastingverdrag tussen beide landen heeft Nederland op deze duitkering 5% dividendbelasting ingehouden. Volgens belanghebbende was dit in strijd met de meestbegunstigingsbepaling die in 2008 aan het verdrag is toegevoegd. Hof Den Bosch is hierin meegegaan.


Meestbegunstigingsbepaling

In het oorspronkelijke belastingverdrag tussen Nederland en Zuid Afrika, dat dateert uit 2005, spraken beide landen af dat in situaties als onderhavige een bronbelasting van ten hoogste 5% mocht worden ingehouden. In 2008 kwamen beide landen echter in een protocol overeen dat indien Zuid-Afrika in een later gesloten verdrag een gunstiger behandeling zou toestaan, zoals een lager bronbelastingtarief of vrijstelling, die gunstigere behandeling ook van toepassing zou zijn in de relatie tussen Zuid-Afrika en Nederland.

Op 18 maart 2012 ondertekenden Zuid-Afrika en Zweden een protocol bij hun belastingverdrag dat stamde uit 1995. Ook dat oorspronkelijke verdrag ging uit van een bronbelastingtarief van ten hoogste 5%. Op grond van dat protocol moest het bronbelastingtarief worden verminderd als een verdrag met een ander land een gunstiger behandeling, zoals een vrijstelling, voorschreef. In het betreffende protocol met Zweden werd geen voorbehoud gemaakt dat sprake moest zijn van later gesloten verdragen. Omdat Zuid-Afrika al belastingverdragen had gesloten met een vrijstelling (zoals met Cyprus, Kuweit en Oman), leidde het protocol bij het verdrag met Zweden direct tot toepassing van een verplichte vrijstelling in de relatie tussen Zuid-Afrika en Zweden.


Kettingreactie

De meestbegunstigingsbepaling in het protocol met Zweden leidde tot een kettingreactie. De ondertekening leidde tot de toepassing van een vrijstelling van dividendbelasting in Zweden op grond van veel eerder gesloten en voordeligere belastingverdragen. Omdat het Zweedse protocol na 2008 werd ondertekend nam belastingplichtige in onderhavige kwestie het standpunt in dat dit latere protocol er ook toe leidde dat Nederland een vrijstelling van dividendbelasting moest toepassen en de oorspronkelijke 5% bronbelasting niet langer mocht inhouden.


Uitspraak Hof Den Bosch

Hof Den Bosch heeft belanghebbende in het gelijk gesteld. Hierbij werd het internationale verdragenrecht toegepast. Op basis van een grammaticale interpretatiemethode oordeelde het hof dat de door belastingplichtige gehanteerde lezing de correcte was. Het doel en de context van het verdrag dwingen volgens het Hof niet tot een andere conclusie. Nederland is derhalve gehouden tot het verlenen van een teruggaaf van de teveel ingehouden dividendbelasting.


En verder?

Het verdient opmerking dat deze vrijstelling in de relatie met Zuid-Afrika momenteel nog steeds van toepassing lijkt te zijn, omdat Zuid-Afrika nog altijd een verdrag heeft met een dergelijke gunstige behandeling. Dit moet echter per geval worden beoordeeld. Het is overigens nog onduidelijk of cassatie tegen de uitspraak van Hof Den Bosch is ingesteld.


Bron: Hof Den Bosch van 17 augustus 2017, nr. 15/01361, ECLI:NL:GHSHE:2017:3641

Vond u dit nuttig?