Engels beleggingsfonds is niet vergelijkbaar met Nederlandse beleggingsfondsen

Article

Engels beleggingsfonds is niet vergelijkbaar met Nederlandse beleggingsfondsen

Voor de afdrachtvermindering in de dividendbelasting is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde beleggingsinstelling niet vergelijkbaar met Nederlandse beleggingsinstellingen.

6 december 2017

Algemeen

Voor de Nederlandse vennootschapsbelasting is het mogelijk om onder voorwaarden bepaalde vennootschappen (waaronder nv’s en bv’s) te laten kwalificeren als fiscale beleggingsinstelling. Een fiscale beleggingsinstelling is belast naar een tarief van 0%. Het doel hiervan is om de belastingdruk niet bij de beleggingsinstelling te laten neerslaan, maar bij de beleggers die een belang hebben in de beleggingsinstelling. Op deze manier zouden collectieve beleggers, die door tussenkomst van een fiscale beleggingsinstelling beleggen, hetzelfde moeten worden behandeld als individuele beleggers die rechtstreeks in dezelfde vermogensbestanddelen beleggen. Eén van de voorwaarden voor de toepassing van het fbi-regime is dat de beleggingsinstelling de door haar gemaakte winst binnen acht maanden na afloop van het boekjaar ter beschikking stelt aan haar aandeelhouders (uitdelingsverplichting).

Naast het 0%-tarief in de vennootschapsbelasting kent de fiscale beleggingsinstelling ook de afdrachtvermindering voor de dividendbelasting. Deze houdt in dat de beleggingsinstelling de dividendbelasting die ten laste van haar is ingehouden, in mindering mag brengen op de dividendbelasting die zij moet inhouden is bij het uitkeren van de door haar gemaakte winst. 


Casus

Recentelijk speelde voor Hof Den Bosch een zaak waarin de belanghebbende, een naar het recht van het Verenigd Koninkrijk opgerichte en aldaar gevestigde ‘open-ended’ beleggingsinstelling, een teruggaaf van dividendbelasting had geclaimd. Belanghebbende is namelijk van mening dat zij dusdanig vergelijkbaar is met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling, dat zij dezelfde afdrachtvermindering voor de dividendbelasting zou moeten krijgen.

Het Hof is echter van oordeel dat belanghebbende niet vergelijkbaar is met een Nederlandse beleggingsinstelling en overweegt dat zij in het Verenigd Koninkrijk weliswaar is onderworpen aan een soort van uitdelingsverplichting, maar dat deze verplichting slechts ziet op in het Verenigd Koninkrijk woonachtige aandeelhouders. Volgens het Hof is een buitenlandse beleggingsinstelling alleen dan vergelijkbaar met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling, wanneer deze voldoet aan de uitdelingsverplichting ten aanzien van alle aandeelhouders.


Europeesrechtelijke aspecten

Eerder dit jaar heeft de Hoge Raad de Europese rechter prejudiciële vragen gesteld in twee soortgelijke kwesties. Het betrof hier de vraag of de afdrachtvermindering in strijd is met het Europese recht, gezien het feit dat deze wel aan Nederlandse fiscale beleggingsinstellingen wordt verleend, maar niet zonder meer aan buitenlandse beleggingsinstellingen. Een van die kwesties betrof ook een dividenduitkering aan een in het Verenigd Koninkrijk gevestigd fonds. Belanghebbende in onderhavige kwestie had het Hof dan ook verzocht om de zaak aan te houden totdat de Europese rechter zich hierover zou hebben uitgelaten. Het Hof Den Bosch oordeelde echter dat de uitkomst van de Europese zaak niet van invloed zou zijn op de onderhavige zaak en deed de zaak zelf af.


Tot slot

Mocht deze zaak voor de Hoge Raad komen, dan is interessant om te zien of ons hoogste rechtscollege het oordeel van de Europese rechter wel zal afwachten. Hoe dan ook is interessant hoe de Europese rechter hier gaat oordelen en wat de eventuele gevolgen hiervan zullen zijn voor de Nederlandse belastingheffing ter zake van beleggingsinstellingen, met name op het gebied van de dividendbelasting.


Bron: Hof Den Bosch 24 november 2017, 16/03761 t/m 16/03770, ECLI:NL:GHSHE:2017:5170

Vond u dit nuttig?