Evaluatie 30%-regeling gepubliceerd | Deloitte

Article

Evaluatie 30%-regeling gepubliceerd

Uit de evaluatie van de 30%-regeling die in opdracht van het Ministerie van Financiën is uitgevoerd, blijkt dat de forfaitaire vergoeding voor een groot deel het beoogde effect heeft. Maar verbeterpunten zijn er ook.

27 juni 2017

English version

Wat is de 30%-regeling?

Op grond van de huidige regeling mag een werkgever 30% van het loon inclusief de vergoeding aanwijzen als onbelaste vergoeding (ofwel 30/70= 43% van het loon exclusief de vergoeding) ter compensatie voor de extraterritoriale kosten die zijn uit het buitenland afkomstige werknemers maken. De hoogte van de werkelijk gemaakte kosten heeft geen invloed op het bedrag dat de werkgever bij de fiscus kan opgeven voor de regeling.

De werknemer moet beschikken over een specifieke deskundigheid die ontbreekt of schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Die deskundigheid blijkt uit een salaris van minimaal €37.000 (jaar 2017). De salarisnorm ligt lager (2017: € 28.125) als de werknemer een mastertitel heeft en nog geen 30 jaar is. Indien de werknemer wetenschappelijk onderzoek doet, geldt er geen salarisnorm. Enkele aanpalende regelingen om buitenlandse werknemers aan te trekken zijn het keuzerecht voor gedeeltelijke buitenlandse belastingplicht en de kennismigrantenregeling.

Van de Nederland omringende landen heeft alleen Duitsland geen vergelijkbare regeling. In vergelijking met negen omliggende landen valt op dat de Nederlandse regeling op een paar punten ruim is ingestoken. Zowel de doelgroep als de afbakening van de extraterritoriale kosten zijn ruimer dan gemiddeld. Bovendien is de looptijd (acht jaar) langer dan de gebruikelijke vijf jaar in de omliggende landen.


Wie gebruiken de regeling?

Ongeveer 5% van de werkgevers gebruikt de 30%-regeling. Daarvan is 1% (dus 0,05% van alle werkgevers in Nederland; in totaal 171 bedrijven) verantwoordelijk voor het in dienst nemen van maar liefst 43% van de werknemers die de regeling gebruiken.

Een werknemer met een gemiddeld loon zou volgens de onderzoekers ongeveer 29% aan extraterritoriale kosten maken. Vanaf een loon van € 50.000 (exclusief vergoeding) daalt het percentage naar gemiddeld 20%. En vanaf een loon van € 100.000 bedraagt het percentage extraterritoriale kosten gemiddeld zelfs nog maar 6%. Hoogbetaalde werknemers hebben verhoudingsgewijs dus minder extraterritoriale kosten en profiteren het meest van de regeling.

De werkelijk gemaakte extraterritoriale kosten worden zelden door werkgevers en werknemers opgegeven bij de fiscus, omdat dit meestal geen voordeel oplevert boven de veel eenvoudiger toe te passen 30%-fictie.


Effect van de regeling

De regeling scheelt vooral in de administratieve lasten en helpt om werknemers met een schaarse specifieke deskundigheid naar Nederland te halen. Verdringing van Nederlandse werknemers als direct gevolg van de 30%-regeling blijft volgens de onderzoekers beperkt doordat werkgevers/werknemers door de criteria niet altijd optimaal profiteren van de regeling.

Daarnaast helpt de regeling het vestigingsklimaat aantrekkelijk te houden voor internationaal georiënteerde werkgevers die relatief arbeidsintensief zijn en/of relatief afhankelijk zijn van hoogwaardige schaarse arbeid, zoals bijvoorbeeld bij hoofdkantoorfuncties het geval is.

Indirecte effecten betreffen ‘spillovers’ van kennis, innovatie, en (internationale) netwerken, vooral in het geval van werkgevers die zich richten op innovatieve onderzoeks- en bedrijfsactiviteiten.

Volgens de onderzoekers vormt de 30%-regeling een doelmatig beleidsinstrument: de regeling brengt al met al meer op dan zij kost.


Verbeterpunten

Hoewel de 30%-regeling doeltreffend én doelmatig is bevonden, stellen de onderzoekers dat enkele aanpassingen mogelijk een positief effect zullen hebben op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling. Zij noemen met name:

  • verkorting van de looptijd naar vijf of zes jaar;
  • uitbreiden van de 150-km-grens;
  • verlaging van het forfait bij inkomens boven de €100.000.


Andere aanpassingen, zoals wijziging van het forfaitaire percentage, liggen volgens de onderzoekers minder voor de hand.

Tot slot vestigen de onderzoekers de aandacht op de ‘scope’ van de extraterritoriale kosten. Voor de 30%-regeling wordt op dit moment namelijk wel rekening gehouden met de hogere kosten voor levensonderhoud in Nederland (in vergelijking met India, dat de grootste groep buitenlandse werknemers aanlevert), maar niet met de hogere inkomsten in Nederland.


Bron: Bijlage Evaluatie 30%-regeling

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen