Fiscale aspecten coalitieakkoord | Deloitte Nederland

Article

Fiscale aspecten coalitieakkoord

VVD, D66, CDA en ChristenUnie hebben op 15 december 2021 het door hen gesloten coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ gepresenteerd. In deze alert gaan wij in op de fiscale onderdelen.

17 december 2021

Op 15 december 2021 hebben vier politieke partijen (VVD, D66, CDA en ChristenUnie) het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ gepresenteerd. Daarin zijn de belangrijkste beleidsvoornemens van de regering opgenomen voor de komende jaren. Op fiscaal gebied springen de volgende punten eruit.

Bedrijven en ondernemers

  • De coalitiepartijen nemen de aanbeveling van de Commissie Ter Haar over om de CFC-maatregel in de vennootschapsbelasting aan te scherpen. Tevens worden de voorstellen van de OESO met betrekking tot een mondiaal minimumniveau van winstbelastingheffing (‘Pillar II’) ingevoerd. Met deze maatregelen is een budgettaire opbrengst van circa € 1 mld. beoogd. Mocht die niet gehaald worden, dan komen andere maatregelen in beeld. Ook een verhoging van het lage tarief (15%) of het inkorten van de lengte van de eerste schijf is daarbij een optie.
  • Het budget van de energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek wordt vanaf 2023 structureel met € 50 mln. (EIA) respectievelijk € 30 mln. (MIA) verhoogd.
  • Om het verschil in belastingheffing tussen ondernemers en werknemers te verkleinen wordt de zelfstandigenaftrek voor ondernemers afgebouwd tot € 1.200 in 2030. De reeds ingezette afbouw wordt dus versneld en verder doorgezet, in jaarlijkse stappen van € 650.
  • Het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap wordt aangepast, in die zin dat het grensbedrag wordt verhoogd van € 500.000 naar € 700.000. Het meerdere wordt bij wetsfictie als regulier voordeel in box 2 belast.
  • De bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de inkomstenbelasting en de schenk- en erfbelasting wordt in 2022 geëvalueerd. In het coalitieakkoord wordt benadrukt dat de regeling belangrijk is voor de continuïteit van ondernemingen, maar dat wel moet worden bezien op welke punten de regeling kan worden verbeterd en hoe oneigenlijk gebruik moet worden tegengegaan.

Woningmarkt en vermogen

  • De verhuurderheffing wordt met ingang van 2023 afgeschaft. In ruil hiervoor komen er bindende prestatieafspraken met corporaties, zodat de investeringscapaciteit die hierdoor ontstaat gebruikt wordt voor de bouw van flexwoningen, betaalbare huurwoningen, renovatie, verduurzaming en voor de leefbaarheid van wijken.
  • Het algemene overdrachtsbelastingtarief wordt per 2023 verhoogd van 8% naar 9%. Dit tarief geldt voor niet-woningen en voor woningen die niet als hoofdverblijf van de verkrijger dienen.
  • Met ingang van 2025 wordt in box 3 een heffing op basis van werkelijk rendement ingevoerd voor inkomen uit sparen en beleggen. De waardeontwikkeling van vastgoed zal voorlopig nog wel op forfaitaire wijze worden belast. Per 2023 wordt de leegwaarderatio voor verhuurde woningen in box 3 afgeschaft. De opbrengst hiervan wordt gebruikt om het heffingsvrije vermogen te verhogen naar circa € 80.000.
  • De vrijstelling van ruim € 100.000 voor schenkingen in verband met de verwerving, de verbetering of het onderhoud aan een eigen woning wordt per 2024 afgeschaft.

Inkomensbeleid en werknemers

  • Er komt een lastenverlichting van € 3 mld. voor met name de lage- en middeninkomens, werkenden en gezinnen. Vooralsnog is de invulling van deze lastenverlichting onduidelijk.
  • De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) wordt geleidelijk afgeschaft, door vanaf 2025 een leeftijdsondergrens op basis van geboortejaar in te voeren. Dit heeft tot gevolg dat de heffingskorting niet meer kan worden geclaimd voor kinderen die na 2024 worden geboren.
  • De middelingsregeling in de inkomstenbelasting wordt met ingang van 2023 afgeschaft.
  • De onbelaste reiskostenvergoeding (nu € 0,19 per kilometer) wordt vanaf 1 januari 2024 verhoogd. Hiervoor is € 400 mln. gereserveerd.

Vervoer

  • In 2030 wordt een systeem van ‘betalen naar gebruik’ ingevoerd voor alle automobiliteit. De daarvoor benodigde wetgeving wordt deze kabinetsperiode vastgesteld. Basis voor het systeem is de motorrijtuigenbelasting, waarvan het tarief afhankelijk wordt gemaakt van het jaarlijks verreden aantal kilometers. Dit betekent dat zowel gebruikers van elektrische als fossiele auto’s gaan meebetalen aan het weggebruik.
  • De vrijstelling van BPM voor bestelauto’s van ondernemers wordt vanaf 1 januari 2024 in drie jaarlijkse stappen afgebouwd, waardoor deze vrijstelling in 2026 verdwijnt. De vrijstelling voor emissievrije bestelauto’s blijft wel bestaan.
  • De vliegbelasting wordt in 2023 verhoogd, waardoor de jaarlijkse opbrengst van deze belasting met € 400 mln. toeneemt.

Milieubelastingen

  • Het tarief van de eerste tariefschijf van de energiebelasting wordt voor gas in de periode 2023-2028 verhoogd, terwijl het tarief voor elektriciteit in diezelfde periode juist fors wordt verlaagd.
  • De tariefstructuur van de energiebelasting wordt minder degressief gemaakt, door verhoging van het tarief in de hogere tariefschijven voor het verbruik van gas en elektriciteit.
  • Het tarief van de ODE in de tweede en derde tariefschijf voor elektriciteit wordt vanaf 2023 verlaagd.
  • Ter compensatie voor huishoudens van de verwachte stijging van de leveringstarieven door de bijmengverplichting van groen gas, wordt de vaste belastingvermindering in de energiebelasting per 2023 verhoogd.
  •  De vrijstelling van energiebelasting voor mineralogische en metallurgische procedés wordt met ingang van 1 januari 2025 afgeschaft. Hetzelfde geldt voor het verlaagde energiebelasting- en ODE-tarief voor glastuinbouwbedrijven.
  • De inputvrijstelling in de energiebelasting voor verbruik van aardgas bij elektriciteitsopwekking wordt voor warmtekrachtkoppeling systemen wordt per 1 januari 2025 beperkt tot het aardgas dat wordt aangewend voor de productie van elektriciteit dat wordt geleverd aan het net.
  • De CO2-heffing voor de industrie wordt aangescherpt door aanpassing van het aantal dispensatierechten en het tarief. Bovendien wordt in deze heffing per 1 januari 2023 een oplopende minimumprijs geïntroduceerd waarmee een bodem wordt gecreëerd voor de (te verwachten) prijs per ton CO2 in het Europese handelssysteem EU ETS.

Omzetbelasting en accijns

  • De tabaksaccijns wordt vanaf 2023 in twee opvolgende stappen verhoogd naar circa 10 euro per pakje, in overeenstemming met het Nationaal Preventieakkoord.
  • De verbruiksbelasting van niet-alcoholhoudende dranken wordt aangescherpt. Tevens wordt de mogelijkheid onderzocht om een suikerbelasting in te voeren en om het btw-tarief op groente en fruit naar 0% te verlagen.


Bron: https://www.kabinetsformatie2021.nl/documenten/publicaties/2021/12/15/budgettaire-bijlage-coalitieakkoord-2021-2025

Did you find this useful?