Fiscale beleidsvoornemens in regeerakkoord | Deloitte

Article

Fiscale beleidsvoornemens in regeerakkoord

Op 10 oktober 2017 hebben VVD, D66, CDA en CU het regeerakkoord gepresenteerd waarin de beleidsvoornemens van het nieuwe kabinet zijn opgenomen. Ook op fiscaal gebied gaat er het nodige veranderen.

13 oktober 2017

English version

Terug naar overzicht Belastingplan 2018


Op 10 oktober 2017 hebben VVD, D66, CDA en CU het langverwachte regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ gepresenteerd, waarin de beleidsvoornemens van het nieuwe kabinet zijn opgenomen. Speerpunten op fiscaal gebied zijn het lonender maken van werk, het zwaarder belasten van vervuiling, het aanpakken van belastingontwijking en het verbeteren van het vestigingsklimaat voor bedrijven die in Nederland daadwerkelijk economische activiteiten ontplooien en banen opleveren. Hieronder hebben wij een samenvatting opgenomen van de belangrijkste wijzigingen op fiscaal gebied voor de komende jaren.

Loon- en inkomstenbelasting

Tarieven

De lasten voor burgers worden de komende jaren verlaagd. In 2021 moet per saldo sprake zijn van een lastenverlichting van € 6 mld. De belangrijkste factor die hieraan bijdraagt is de invoering van een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting met een basistarief van 36,93% tot een inkomen uit werk en woning van circa € 68.600 en een toptarief van 49,5% voor het surplus. Voor AOW-gerechtigden zijn er straks drie schijven; dit hangt samen met de premieheffing volksverzekeringen. Naar verwachting wordt het nieuwe schijvenstelsel van kracht per 1 januari 2019.


Heffingskortingen

De maximumbedragen van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting worden per 1 januari 2019 verhoogd. Hetzelfde geldt voor de ouderenkorting. In laatstgenoemde heffingskorting wordt bovendien een geleidelijke inkomensafhankelijke afbouw geïntroduceerd in plaats van de huidige inkomensgrens. Verder wordt de opbouw van de inkomensafhankelijke combinatiekorting gewijzigd.

Hiertegenover staat dat uitbetaling van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting aan de minstverdienende partner wordt afgebouwd, zoals dat nu reeds het geval is bij de algemene heffingskorting.


Eigenwoningforfait

Voorgesteld wordt om per 1 januari 2020 het percentage van het eigenwoningforfait te verlagen van 0,75% naar 0,60% van de WOZ-waarde van de eigen woning. Daar staat tegenover dat ook eigenwoningbezitters die hun eigenwoningschuld hebben afgelost weer inkomstenbelasting gaan betalen over de waarde van hun woning. De aftrekpost wegens ‘geen of geringe eigenwoningschuld’ (de zogenoemde Hillenregeling) zal daartoe gefaseerd, over een periode van 30 jaar, worden afgebouwd. Deze afbouw start in 2019.


Aftrekposten

Het maximale tarief waartegen aftrekposten in de inkomstenbelasting in aanmerking kunnen worden genomen zal vanaf 2020 jaarlijks met 3%-punt worden afgebouwd totdat het basistarief van 36,93% is bereikt. Dit geldt dus niet alleen voor de hypotheekrenteaftrek, maar ook voor andere aftrekposten in de inkomstenbelasting zoals de zelfstandigenaftrek.


Verhoging tarief box 2

In samenhang met de voorgestelde verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting wordt het tarief voor inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) stapsgewijs met 3,5%-punt verhoogd. In 2020 bedraagt het tarief dan 27,3% en in 2021 komt het tarief uit op 28,5%. Het nieuwe kabinet wil hiermee een te sterke aanzuigende werking naar de bv voorkomen en het globale evenwicht in belastingdruk tussen ondernemers in de inkomstenbelasting en ondernemers in een bv bewaren.


Belasten werkelijk rendement in box 3

Het nieuwe kabinet zal een voorstel uitwerken voor een vermogensrendementsheffing op basis van daadwerkelijk gerealiseerd rendement. Vooruitlopend hierop wordt het heffingsvrije vermogen in 2019 verhoogd tot € 30.000 (2017: € 25.000). Daarnaast wordt voor het rendement over het spaargedeelte gebruikgemaakt van actuelere cijfers.


Beperken looptijd 30%-regeling

De looptijd van de zogenoemde 30%-regeling voor extraterritoriale werknemers wordt per 1 januari 2019 ingekort van acht jaar tot vijf jaar.


Werken als zelfstandige

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) wordt vervangen. Met een nieuwe wet beoogt het kabinet (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid te bieden dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Aan de andere kant beoogt het kabinet schijnzelfstandigheid, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt, te voorkomen. Op hoofdlijnen zijn de voorgestelde punten als volgt:

  • Bij een laag in rekening te brengen tarief, hetzij in combinatie met een langere duur van de overeenkomst, hetzij in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten, wordt voor ZZP-ers bepaald dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit lage tarief wordt gesteld op loonkosten tot 125% van het wettelijke minimumloon, of de laagste loonschalen in cao’s. Indien de duur van de overeenkomst minimaal drie maanden omvat, is sprake van een ‘langere duur’.
  • Bij een hoog tarief, hetzij in combinatie met een kortere duur van de overeenkomst, hetzij in combinatie met het niet verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten, wordt voor zelfstandigen een ‘opt out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd. Bij een tarief van meer dan € 75 per uur is sprake van een hoog tarief. Een overeenkomst van kortere duur wordt in dit kader gedefinieerd als korter dan een jaar.
  • Daarnaast wordt voor zelfstandigen boven het ‘lage’ tarief een ‘opdrachtgeversverklaring’ ingevoerd. Hiermee krijgt een opdrachtgever in beginsel zekerheid vooraf van vrijwaring van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen.

Vennootschapsbelasting en dividendbelasting

Tariefverlaging vennootschapsbelasting

Om een concurrerend vestigingsklimaat te kunnen behouden, wil het nieuwe kabinet een forse verlaging doorvoeren van de vennootschapsbelastingtarieven. Zowel het tarief in de eerste als de tweede schijf wordt stapsgewijs met in totaal 4%-punt verlaagd (2019: -1%-punt, 2020: -1,5%; 2021: -1,5%). Het reguliere tarief komt daarmee in 2021 uit op 21%. Tot een belastbaar bedrag van € 200.000 geldt een tarief van 16%. De eerder aangekondigde verlenging van de eerste tariefschijf wordt teruggedraaid.


Afschaffing dividendbelasting / invoering bronheffing

Het nieuwe kabinet wil in beginsel de dividendbelasting per, zeer vermoedelijk, 1 januari 2020 afschaffen. Daartegenover staat dat een bronbelasting op rente en royalty’s wordt ingevoerd ingeval van uitgaande geldstromen naar landen met zeer lage belastingen. Daarnaast komt er wel een bronheffing op dividenden in misbruiksituaties en bij uitgaande geldstromen naar landen met zeer lage belastingtarieven. De verwachte inwerkingtredingsdatum van deze bepalingen is 1 januari 2020.


Afschrijving op gebouwen in eigen gebruik

De afschrijving op gebouwen in eigen gebruik wordt voor ondernemingen in de vennootschapsbelasting per 1 januari 2019 beperkt tot 100% van de WOZ-waarde. Op dit moment geldt voor gebouwen in eigen gebruik nog een bodemwaarde van 50% van de WOZ-waarde.


Eigen vermogen / vreemd vermogen

De nieuwe regering stelt voor om een generieke renteaftrekbeperking in de vorm van een earningsstripping-maatregel in te voeren per 1 januari 2019. Rente is niet langer aftrekbaar voor zover het saldo van verschuldigde en ontvangen (groeps- en derden)rente meer bedraagt dan maximaal 30% van het brutobedrijfsresultaat (EBITDA: earnings before interest, taxes, depreciation and amortization). De regering kiest hierbij voor een vaste franchise van € 1 mln welk bedrag aan rente in elk geval aftrekbaar is. Er wordt geen zogenoemde groepsescape toegepast.

In het regeerakkoord is voorts opgemerkt dat enkele specifieke renteaftrekbeperkingen worden afgeschaft, met uitzondering van de specifieke renteaftrekbeperking gericht tegen winstdrainage. Naar wij vermoeden betekent dit dat de thans geldende antiwinstdrainageregeling naast de nieuwe earningsstripping-maatregel gaat gelden. In het regeerakkoord staat niet welke specifieke renteaftrekbeperkingen worden afgeschaft, maar het ligt voor de hand dat dit in elk geval zal gaan om de renteaftrekbeperking voor leningen die verband houden met deelnemingen en de renteaftrekbeperking voor zogenoemde ‘overnameholdingconstructies’. Vooralsnog is onduidelijk of ook de verliesverrekeningsbeperking voor zogenoemde houdster- en financieringsverliezen wordt geschrapt. Ook is niet helder of de aftrekbeperking voor langlopende laagrentende leningen wordt afgeschaft.


Innovatiebox

Winsten die worden behaald met innovatieve activiteiten worden door toepassing van de innovatiebox belast tegen een effectief tarief van 5%. Voorgesteld wordt om dit effectieve tarief te verhogen van 5% naar 7%. De beoogde inwerkingtredingsdatum van deze wijziging is 1 januari 2018.


Fiscale beleggingsinstelling

In samenhang met de afschaffing van de dividendbelasting wordt voorgesteld om directe beleggingen in vastgoed door fiscale beleggingsinstellingen niet langer toe te staan. Deze wijziging treedt naar verwachting in werking per 1 januari 2020.


Verliesverrekening

De mogelijkheid om verliezen uit voorgaande (boek)jaren te verrekenen met positieve belastbare winsten uit latere jaren wordt beperkt tot zes jaar. Op dit moment kunnen verliezen nog gedurende negen jaren voorwaarts verrekend worden. Naar verwachting treedt deze wetswijziging in werking per 1 januari 2019.


Aanpak belastingontwijking

Voorgesteld wordt om een ‘zwarte lijst’ op te stellen met niet-coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen in combinatie met de verplichting voor multinationals om per EU-lidstaat en per land op de zwarte lijst te rapporteren over hun activiteiten.

Omzetbelasting en accijns

Verhoging lage btw-tarief

Het lage tarief in de btw wordt naar verwachting per 1 januari 2019 verhoogd van 6% naar 9%. Het lage btw-tarief is onder andere van toepassing op voedingsmiddelen, geneesmiddelen en boeken.


Tabaksaccijns

De tabaksaccijns wordt taakstellend verhoogd.

Autobelastingen en milieubelastingen

Zwaarder belasten milieuvervuilend gedrag

Milieuvervuilend gedrag wordt ‘beprijsd’ door de invoering van een CO2-minimumprijs in de elektriciteitssector, aanpassingen in de energiebelasting, een hogere belasting op het storten en verbranden van afval en het afschaffen van de teruggaafregeling van BPM voor taxi’s. De beoogde inwerkingtredingsdatum voor deze regelingen is 1 januari 2019. Tevens beziet het kabinet of invoering van een belasting op lawaaiige en vervuilende vliegtuigen mogelijk is. Mogelijk wordt in 2021 een vliegbelasting ingevoerd.


Invoering kilometerheffing vrachtverkeer

Voorgesteld wordt om zo spoedig mogelijk een kilometerheffing voor vrachtverkeer in te voeren. De hiermee te behalen opbrengst zal worden teruggesluisd naar de vervoerssector door een verlaging van de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s en gelden voor innovatie en verduurzaming.

Diverse fiscale maatregelen

Tot slot een aantal andere fiscaal getinte en vrij ondergeschikte voorstellen:

  • de verhuurderheffing wordt voor corporaties verlaagd indien zij investeren in verduurzaming van de woningvoorraad;
  • verhoging maximaal onbelaste vergoeding aan vrijwilliger met € 200 tot € 1.700 per jaar;
  • opgebouwd pensioen kan mogelijk gebruikt worden voor vermogensopbouw via de eigen woning ofwel financiering van de eigen woning met behulp van pensioen;
  • mogelijk aanpassing van de fiscale facilitering van pensioenopbouw in verband met de herziening van het pensioenstelsel.

Commentaar

Het lag niet in de verwachting dat er een grote belastingherziening door het nieuwe kabinet zou worden aangekondigd, eenvoudigweg omdat er te veel andere projecten liggen zoals de organisatie van de Belastingdienst en de implementatie van allerlei internationale en Europese regels. Dat gezegd hebbende, is het wel een feit dat het kabinet behoorlijk wat maatregelen treft die belangrijk zijn en ook ingrijpend voor een groot aantal belastingplichtigen, zowel voor particulieren als voor bedrijven. Het lijken ons maatregelen die in algemene zin positief moeten worden gewaardeerd. We lichten er een aantal punten uit.

Wat betreft particulieren is de versnelde afbouw van de hypotheekrente natuurlijk een belangrijk punt. In principe is dit een goede zaak. De hypotheekrenteaftrek is ooit een goed instrument geweest in het kader van de woningmarkt, maar die rol vervult het eigenlijk niet meer. Gelet op de goed lopende economie en de lage rente is beperking van de renteaftrek nu betrekkelijk eenvoudig realiseerbaar. Het nieuwe kabinet heeft overigens op dit punt niet durven doorpakken. De eigen woning wordt namelijk niet overgeheveld naar box 3. De eigen woningbezitters krijgen enige compensatie door het lagere eigenwoningforfait maar het zal ieder duidelijk zijn dat het effect hiervan van geval tot geval sterk kan verschillen. Voor degenen die nu geen of heel weinig hypotheekrente betalen zal een groter nadeel ontstaan: zij hebben nu niet te maken met het forfait maar straks wel. En wat box 3 zelf betreft: er lagen al diverse voorstellen voor een forse herziening, maar dat lijkt beperkt te worden tot een wat andere invulling van het forfaitaire systeem. De ambitie op dit punt is daarmee niet heel erg hoog.

Een voorstel waar stellig veel bezwaar tegen zal bestaan betreft de verhoging van het btw-tarief. De effecten daarvan plegen vaak negatiever ingeschat te worden dan feitelijk het geval is. Bedacht moet ook worden dat tegelijkertijd het loon- en inkomstenbelastingtarief wordt verlaagd en dus een hoger netto inkomen ontstaat. Economisch is deze uitruil aantrekkelijk. Overigens past een btw-verhoging in de Europese tendens evenals het verder verkleinen van het verschil tussen het hoge en het lage tarief. Wat betreft het tarief van de loon- en inkomstenbelasting: dat voorstel sluit naadloos aan bij het in 2013 gepubliceerde rapport van de Commissie Van Dijkhuizen waarin een vrijwel identieke sociale vlaktax werd voorgesteld.

Ten aanzien van het bedrijfsleven valt de verlaging van het tarief in de vennootschapsbelasting vooral op. Dat is enigszins verrassend. Wat betreft het tarief zelf ontstaat natuurlijk een mooi beeld, bijvoorbeeld ook in samenhang met de Brexit waarbij Britse bedrijven in de EU gaan rondkijken. Bedacht moet wel worden dat een dergelijke tariefverlaging wordt gefinancierd door een grondslagverbreding zodat de belastingdruk zelf niet zonder meer daalt.

Een direct gevolg van de verlaging van met name het laagste tarief van de vennootschapsbelasting is de verhoging van het tarief van box 2: de bv als ondernemingsvorm zou anders ten opzichte van ondernemers onderworpen aan box 1 van de inkomstenbelasting wel erg aantrekkelijk worden. Dat wordt nu enigszins voorkomen. Aan de zelfstandigenaftrek durfde men kennelijk toch niet te sleutelen; dat was een andere mogelijkheid geweest. Voor de zelfstandigen is wel van belang, althans de ZZP-ers onder hen, dat er meer duidelijkheid gaat ontstaan wanneer men ondernemer is en wanneer niet. De oplossingsrichting lijkt beter dan welke we nu hanteren – de modelovereenkomsten – maar ook in de nieuwe vormgeving zal nog de nodige discussie blijven ontstaan.

Tot slot enkele woorden over de zogenoemde bronbelastingen: de dividendbelasting vervalt voor het grootste deel. Daarmee wordt beoogd Nederland voor buitenlandse investeerders die eigen vermogen aanwenden aantrekkelijker te maken. Bovendien stimuleert het in feite het financieren met eigen vermogen ten opzichte van vreemd vermogen. Dit wordt nog eens versterkt door de (onverwachte) invoering van een rente- en royaltybelasting. De eerste betekent uiteraard een zwaardere heffing op financieringen met vreemd vermogen. Aldus wordt met beide maatregelen bewerkstelligd dat er een beter evenwicht kan worden bereikt tussen de fiscale behandeling van beide vermogensvormen. Dit laatste wordt ook bereikt door een nieuw systeem van beperking van de renteaftrek. Dat vloeide echter al voort uit Europese regels. De royaltybelasting tot slot, richt zich met name op ontgaansstructuren.

Prinsjesdag 2017 - Webcast

De dag na Prinsjesdag, op woensdag 20 september 2017, publiceerde Deloitte belastingadviseurs een webcast over de nieuwe wetsvoorstellen. Bekijk hier de uitzending: Prinsjesdag 2017 webcast.

Deloitte Update café

Driemaal per jaar organiseert Deloitte verspreid over het land Deloitte Update Cafés: bijeenkomsten waarin u in een aangename setting met volop netwerkmogelijkheden door Deloitte-experts wordt bijgepraat over actuele ontwikkelingen binnen uw vakgebied.

Onderwerpen die onlangs werden behandeld zijn onder meer: cyber security, financiële verslaglegging, wijzigingen in fiscale wetgeving, risk & reputation, management reporting, trends en ontwikkelingen in de Mid Market, toegepaste data analytics.
De Deloitte Update Cafés vergen slechts weinig tijd, de meeste bestaan uit twee presentaties van elk een uur.

U vindt Deloitte Update Cafés in de (omgeving van) Alkmaar, Amsterdam, Arnhem, Breda, Eindhoven, Maastricht, Groningen/Leeuwarden, Utrecht en Zwolle. Meer over Deloitte Update Café.

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen