Gebruik politiecamera’s voor controle rittenadministratie niet toegestaan

Article

Gebruik politiecamera’s voor controle rittenadministratie niet toegestaan

Volgens de Hoge Raad ontbreekt het aan een voldoende precieze wettelijke grondslag voor het medegebruik van politiecamera’s door de Belastingdienst. Hierdoor is sprake van een ongeoorloofde inbreuk op de privacy.

28 februari 2017

English version

Privégebruik auto van de zaak

Indien een ter beschikking gestelde auto ook voor privédoeleinden mag worden gebruikt, dan is de werkgever verplicht om het voordeel van dat gebruik bij het loon van de werknemer te tellen. Deze bijtelling hoeft niet plaats te vinden indien kan worden aangetoond dat de auto op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. Hoewel hiervoor een vrije bewijsleer geldt, blijkt in de praktijk dat de Belastingdienst alleen een sluitende rittenadministratie accepteert.


Controle rittenadministratie

Voor de controle op deze rittenadministratie is door de belastingdienst in de afgelopen jaren frequent gebruik gemaakt van gegevens die afkomstig waren van beelden van politiecamera’s. Aanvankelijk kon de belastingdienst over deze gegevens beschikken op basis van een op 26 januari 2011 gesloten convenant met de politie. Deze afspraken hielden in dat de politie gegevens die door zogenoemde ANPR-camera’s (Automatic Number Plate Recognition) werden geregistreerd ter beschikking stelde aan de belastingdienst, waarna deze de fiscaal relevante waarnemingen eruit filterde en bewaarde. De overige registraties werden verwijderd. Op 28 oktober 2014 is een nieuw convenant gesloten, op grond waarvan de Belastingdienst rechtstreeks als medegebruiker van op de openbare weg geplaatste ANPR-camera’s wordt aangemerkt. Ook onder het nieuwe convenant geldt overigens dat alleen fiscaal relevante waarnemingen worden bewaard.


Conclusie A-G

Enige tijd geleden hebben wij u bericht dat bij de Hoge Raad een drietal procedures aanhangig waren over de vraag over de vraag of het gebruik van politiecamera’s voor belastingdoeleinden wel is toegestaan. Advocaat-Generaal Niessen concludeerde dat dit onder het sinds 28 oktober 2014 geldende convenant niet langer het geval is, omdat de belastingdienst niet over een wettelijke bevoegdheid zou beschikken om zelfstandig gegevens van APNR-camera’s te gebruiken voor controledoeleinden. Met name het systematisch vastleggen en bewaren van deze gegevens vormt volgens de A-G een ongeoorloofde inbreuk op het recht op privacy als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).


Hoge Raad

Recentelijk heeft de Hoge Raad de conclusie van de Advocaat-Generaal bevestigd. Ons hoogste rechtscollege gaat zelfs nog een stap verder en oordeelt dat ook het gebruik van camerabeelden die onder het oude convenant (d.d. 26 januari 2011) aan de belastingdienst ter beschikking zijn gesteld niet is toegestaan. Het systematisch verzamelen, vastleggen, bewerken en jarenlang bewaren van ANPR-gegevens maakt inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van belastingplichtigen, aangezien deze gegevens tot een bepaalde persoon kunnen worden herleid en als doel hebben om inzicht te krijgen in de voertuigbewegingen gedurende een jaar.

Zo’n inbreuk is alleen gerechtvaardigd indien een voldoende precieze wettelijke grondslag aanwezig is. Hieruit moeten burgers kunnen opmaken welke gegevens worden vastgelegd, voor welke doeleinden deze mogen worden gebruikt, alsmede de voorwaarden die aan dit gebruik verbonden zijn. Daar ontbreekt het volgens de Hoge Raad echter aan. De conclusie is dat de belastingdienst geen gegevens van ANPR-camera’s mag gebruiken voor de controle van door belastingplichtigen overlegde rittenadministraties. 


Bron: 

  • Hoge Raad 24 februari 2017, 15/02068, ECLI:NL:HR:2017:286 
  • Hoge Raad 24 februari 2017, 15/02069, ECLI:NL:HR:2017:287 
  • Hoge Raad 24 februari 2017, 15/05826, ECLI:NL:HR:2017:288

 

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen