Geen afwaarderingsverlies bij earn-out vordering | Deloitte Nederland

Article

Geen afwaarderingsverlies bij earn-out vordering

De Hoge Raad oordeelt dat de waardeverandering van een vordering die is verkregen als tegenprestatie bij de verkoop van een deelneming niet aftrekbaar is onder toepassing van de earn-out regeling.

11 juli 2018

Earn-outregeling

Het blijkt in de praktijk vaak lastig voor koper en verkoper om overeenstemming te bereiken over de waarde van een deelneming. Daarom wordt regelmatig afgesproken dat een deel van de koopsom afhankelijk is van in de toekomst te behalen winst of omzet van de over te nemen entiteit. Koper en verkoper komen dan overeen dat de uiteindelijke prijs welke voor de deelneming wordt betaald mede bestaat uit een recht op toekomstige uitkeringen. Ook kan worden overeengekomen dat een gedeelte van de reeds betaalde koopprijs zal worden terugbetaald als de resultaten tegenvallen.

Waardeveranderingen van uit de earn-out regeling voortvloeiende rechten en verplichtingen worden aangemerkt als voordelen uit hoofde van een deelneming en daarmee onder de reikwijdte van de deelnemingsvrijstelling gebracht. De wetgever wilde namelijk voorkomen dat koper en verkoper bij de waardering van dat recht van verschillende schattingen uitgaan, met langdurige discussies met de inspecteur tot gevolg. Recentelijk heeft de Hoge Raad meer duidelijkheid gegeven over de reikwijdte van de earn-out regeling bij schuldigerkenning.

Schuldigerkenning

Belanghebbende houdt samen met andere vennootschappen een deel van de certificaten in bv Y. Zij verkoopt vervolgens twee keer een achtste deel van haar certificaten aan derden. Levering vindt plaats in juli 2008. De door belanghebbende verkochte certificaten behoorden tot een deelneming. In de overeenkomst is bepaald dat de kopers de koopprijs schuldig blijven. De aflossing van de schuld is afhankelijk van uit te keren dividenden door bv Y. Een eventueel restant van de schuld zal per ultimo 2016 worden kwijtgescholden. Belanghebbende waardeert in 2012 haar vorderingen op de kopers ten laste van haar winst af, omdat zij verwacht dat deze niet geheel voldaan zullen worden. De inspecteur laat het afwaarderingsverlies echter niet in aftrek toe en stelt dat sprake is van een overeenkomst die onder de earn-out regeling valt.

Hof Arnhem-Leeuwarden is het eens met de inspecteur. Het Hof overweegt dat sprake is van een onverbrekelijke samenhang tussen de verkoop van de certificaten en de daarvoor bedongen koopsom enerzijds, en de vordering die voortvloeit uit de overeenkomst van schuldigerkenning anderzijds. Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat, gelet op de ruime strekking van de earn-out regeling die uit de wetshistorie blijkt, de rechten die voorvloeien uit de vordering wegens schuldigerkenning dienen te worden aangemerkt als ‘prijs’ in de zin van de earn-out regeling.

Tegenprestatie

In cassatie stelt de Hoge Raad voorop dat uit de bewoordingen van de earn-out regeling en de totstandkomingsgeschiedenis daarvan volgt dat het begrip ‘prijs’ moet worden opgevat als hetgeen de vervreemder bij de vervreemding van de deelneming als tegenprestatie verkrijgt. De Hoge Raad geeft aan dat dit tevens in lijn is met de strekking van de bepaling, te weten het voorkomen van waarderingsverschillen in situaties waarin de totale omvang van de tegenprestatie op voorhand onzeker is. Het oordeel van het Hof dat sprake is van een onverbrekelijke samenhang tussen de koopsom en de vordering die voortvloeit uit de overeenkomst van schuldigerkenning geeft volgens de Hoge Raad geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De waardeverandering van de vordering is dus niet aftrekbaar.


Bron: HR 29 juni 2018, nr. 17/03220, ECLI:NL:HR:2018:1019

Vond u dit nuttig?