Geen boete voor ontbonden vof onder nieuw boeteregime | Deloitte

Article

Geen boete voor ontbonden vof onder nieuw boeteregime

Wel kan een boete worden opgelegd aan degene die opdracht heeft gegeven tot of feitelijk leiding heeft gegeven aan het door de vof begane beboetbare feiten.

23 oktober 2017

Herziening bestuursrechtelijk boeteregime

Per 1 juli 2009 heeft een grondige herziening plaatsgevonden van het bestuurlijke boeterecht. Daarbij is een aantal algemene bepalingen over handhaving en bestuurlijke boetes ondergebracht in de Algemene wet bestuursrecht. Een van die bepalingen luidt dat overtredingen kunnen worden begaan door zowel natuurlijke personen en rechtspersonen. Evenals in het strafrecht, worden vennootschappen onder firma, maatschappen, rederijen en doelvermogens voor wat betreft de mogelijkheid tot sanctieoplegging gelijkgesteld met rechtspersonen. Recentelijk heeft de Hoge Raad een interessant arrest gewezen over de gevolgen van deze koppeling tussen het strafrecht en het bestuurlijke boeterecht.

Naheffingsaanslag en boete

A en B zijn overeengekomen om per 1 oktober 2009 een uitzendonderneming te gaan drijven in de vorm van een vof. Volgens de overeenkomst brengt A daarbij alle goederen in van zijn tot dan toe in de vorm van een eenmanszaak gedreven onderneming. Uit een per 31 december 2009 gedateerde (maar pas op 7 januari 2011 ondertekende) aanvullende overeenkomst blijkt dat de vennoten de intentie hadden om de vof reeds per 1 januari 2009 aan te gaan. Als gevolg van het uittreden van B is de vof vervolgens per 31 december 2009 weer ontbonden.

De inspecteur heeft in de gang van zaken aanleiding gevonden om een boekenonderzoek in te stellen. Naar aanleiding hiervan heeft hij over het jaar 2009 een naheffingsaanslag loonheffing en een vergrijpboete opgelegd. Zowel de naheffingsaanslag als de boete zijn in beroep en hoger beroep overeind gebleven, zij het dat de boete wel is verminderd.

Geen terugwerkende kracht inhoudingsplicht

In cassatie is vervolgens de vraag voorgelegd of het überhaupt mogelijk is om een belastingaanslag en/of een boete op te leggen aan een ontbonden vennootschap onder firma. Voor wat betreft de belastingaanslag is de Hoge Raad snel klaar. Onder verwijzing naar zijn eerdere jurisprudentie oordeelt hij dat het opleggen van een belastingaanslag in wezen niets anders is dan de constatering dat over het betreffende tijdvak een belastingschuld is ontstaan. Die betekenis verliest de belastingaanslag niet doordat de vof later ophoudt te bestaan.

Wel overweegt ons hoogste rechtscollege dat inhoudingsplicht pas ontstaat bij de (schriftelijke) vastlegging van het firmacontract, tenzij komt vast te staan dat de betrokken personen zich reeds voor die tijd jegens elkaar zijn gaan gedragen als vennoten in een vof en zich ook als zodanig aan derden hebben gepresenteerd. Het verwijzingshof zal dit moeten uitzoeken.

Gevolgen ontbinding vof voor boeteoplegging

Voor wat betreft de opgelegde vergrijpboete legt de Hoge Raad de scheidslijn bij 1 juli 2009, de datum waarop de zogenoemde vierde tranche Algemene wet bestuursrecht in werking is getreden. Onder het tot die datum geldende boeteregime kon aan een ontbonden vof inderdaad een boete worden opgelegd. Sinds 1 juli 2009 zoekt het bestuurlijke boeterecht voor wat betreft het overtrederbegrip echter uitdrukkelijk aansluiting bij het strafrecht. En daar geldt dat vervolging van een rechtspersoon of een daarmee gelijkgestelde entiteit niet meer kan aanvangen nadat voor derden kenbaar is dat die rechtspersoon of entiteit ontbonden is. Overeenkomstige toepassing van die bepaling brengt in casu mee dat een bestuurlijk boete alleen in stand kan blijven indien de kennisgeving van het voornemen tot boeteoplegging dan wel de boeteoplegging zelf heeft plaatsgevonden voordat de ontbinding van de vof voor derden kenbaar werd, bijvoorbeeld door publicatie in het Handelsregister.

Ontbinding van een rechtspersoon of een daarmee gelijkgestelde entiteit sluit volgens de Hoge Raad uitdrukkelijk niet uit dat een boete wordt opgelegd aan degene die opdracht heeft gegeven tot of feitelijk leiding heeft gegeven aan door die rechtspersoon of entiteit tijdens hun bestaan begane beboetbare feiten.


Bron: HR 20 oktober 2017, 16/05235, ECLI:NL:HR:2017:2655

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen