Geen btw-koepelvrijstelling voor financiële sector en verzekeringssector | Deloitte

Article

Geen btw-koepelvrijstelling voor financiële sector en verzekeringssector

Op 21 september 2017 heeft het Hof van Justitie Europese Unie (“HvJ”) uitspraak gedaan in de Letse zaak DNB Banka (C-326/15), de Poolse zaak Aviva (C-605/15) en de inbreukprocedure Commissie/Duitsland (C-616/15). Het HvJ bepaalde in deze zaken dat de btw-koepelvrijstelling voor samenwerkende groeperingen alleen toepasbaar is door groeperingen waarin de leden activiteiten verrichten van ‘algemeen belang’ of wanneer deze niet-economische activiteiten verrichten. In tegenstelling tot de Advocaat-Generaal Kokott heeft het HvJ geen antwoord gegeven op de vraag of de koepelvrijstelling in grensoverschrijdende situaties toegepast kan worden. Eveneens is het HvJ niet ingegaan op de prejudiciële vraag of de koepelvrijstelling van toepassing kan zijn indien er een toeslag (‘mark-up’) toegepast wordt op betalingen via de koepel.

25 september 2017

Achtergrondinformatie zaken

English version

Wij verwijzen voor de achtergrondinformatie van deze zaken naar de afzonderlijke alerts inzake de Advocaat-Generaal conclusies van deze zaken. Deze zijn hier en hier te vinden.

Rechtsvragen

In de zaken speelden drie rechtsvragen in het bijzonder:

  1. Kan de koepelvrijstelling toegepast worden op de financiële- en verzekeringsvrijstelling?
  2. Kan de koepelvrijstelling worden toegepast in het geval leden onder het recht van verschillende lidstaten vallen?
  3. Welke criteria moeten worden aangelegd bij de beoordeling of is voldaan aan de voorwaarde van verstoring van de mededinging bij de koepelvrijstelling?

 

1. Btw-koepelvrijstelling alleen van toepassing op vrijstellingen die zien op ‘algemeen belang’

Het HvJ heeft bepaald dat de koepelvrijstelling slechts van toepassing is op bepaalde activiteiten van algemeen belang en niet van toepassing is op diensten verricht door ondernemingen welke vrijgestelde financiële en/of verzekeringsdiensten verrichten. Het HvJ baseert zich hiervoor op de systematiek van de Btw-richtlijn. De koepelvrijstelling is in de Btw-richtlijn genoemd in het hoofdstuk “vrijstellingen voor bepaalde activiteiten van algemeen belang”. Hieruit leidt het HvJ af dat de zogenoemde “vrijstellingen ten gunste van andere activiteiten” niet onder de koepelvrijstellingen kunnen vallen.

2. Toelaatbaarheid van grensoverschrijdende toepassing koepelvrijstelling blijft onbekend

Het HvJ is niet ingegaan op de vraag of de koepelvrijstelling ook in grensoverschrijdende gevallen toegepast kan worden. Dit aspect van de koepelvrijstelling blijft dus een vraagteken.

3. Lidstaten mogen koepelvrijstelling niet beperken tot specifieke sectoren

Het HvJ heeft in zijn arrest in de inbreukprocedure tegen Duitsland bepaald dat op grond van het in de koepelvrijstelling bepaalde vereiste van niet-verstoring van de mededing bepaalde activiteiten van algemeen belang niet volledig uitgesloten mogen worden. De nationale wetgever mag wel regels invoeren zodat de belastingautoriteiten gemakkelijk kunnen handhaven en controleren dat er geen sprake is van verstoring van mededinging. Dergelijke voorwaarden mogen echter niet zo ver gaan dat de definitie van de inhoud van de koepelvrijstelling wordt aangetast. In het onderhavige geval was daar sprake van nu Duitsland alle activiteiten, behalve deze op het gebied van de gezondheidszorg, volledig van de vrijstelling had uitgezonderd.

In het geval voor de beoordeling van de voorwaarde van niet-verstoring van concurrentie ingewikkelde onderzoeken nodig zijn, lijkt het HvJ de mogelijkheid open te houden voor een nationale wetgever om in dat geval bepaalde situaties uit te sluiten van de vrijstelling. Volgens het HvJ zal in geval van geval bepaald moeten worden of er sprake is van verstoring van mededinging bij toepassing van de koepelvrijstelling.

Gevolgen voor de praktijk

De arresten van het HvJ zijn niet in lijn met de huidige zienswijze en toepassing van de koepelvrijstelling in Nederland. Zo is de koepelvrijstelling momenteel in Nederland ook van toepassing op de verzekerings- en financiële sector. 

De Nederlandse wetgever heeft bepaalde diensten per definitie aangemerkt als ‘concurrentieverstorend’ en derhalve uitgesloten van het toepassingsbereik van de koepelvrijstelling. De wijze waarop Nederland dit aspect van de koepelvrijstelling in de nationale wetgeving heeft opgenomen lijkt mogelijk in strijd met de Btw-richtlijn wat tot gevolg kan hebben dat voor dit aspect de Nederlandse koepelvrijstelling verruimd dient te worden.

De Nederlandse wetgever heeft immers geen onderzoek gedaan om te bepalen of er verstoring van mededinging optreedt voor bepaalde diensten. Volgens de wetgever is er sprake van verstoring van mededinging indien er derde partijen zijn die bepaalde diensten ook verrichten. Naar onze mening gaat dit verder dan de ruimte die het HvJ overlaat in haar arrest Commissie/Duitsland.

Het HvJ heeft de vragen of de koepelvrijstelling in grensoverschrijdende situaties toegepast kan worden en of de koepelvrijstelling van toepassing kan zijn indien er een mark-up toegepast wordt op betalingen via de koepel niet behandeld. Hierdoor blijft er op deze gebieden onzekerheid bestaan.

Webinar

Op vrijdag 29 september 2017 organiseren wij om 10.00 -11:00 uur een webinar waarin wij en een ander zullen toelichten. Tevens zal het mogelijk zijn om vragen te stellen via de chat en e-mail. Aanmelden voor dit webinar kan via deze link.

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen