Geen grove schuld bij bijstand door deskundige adviseur

Article

Geen grove schuld bij bijstand door deskundige adviseur

De Hoge Raad bevestigt dat een belastingplichtige die een adviseur heeft gekozen die hij voldoende deskundig mocht achten, en aan wiens taakvervulling hij niet hoefde te twijfelen, niet verplicht is om zich, ter voorkoming van fouten, te verdiepen in de belastingregeling in kwestie.

07 februari 2017

English version

Vergrijpboetes

Indien het aan de opzet of grove schuld van een belastingplichtige te wijten is dat belasting die op aangifte moet worden voldaan of afgedragen (bijvoorbeeld loonbelasting of omzetbelasting) niet of niet-tijdig is betaald, kan de inspecteur een vergrijpboete opleggen tot maximaal 100% van de verschuldigde belasting. 

Opzet of grove schuld van een door de belastingplichtige ingeschakelde adviseur kan in de boetesfeer niet aan de belastingplichtige worden toegerekend. Wil de inspecteur een vergrijpboete aan de belastingplichtige kunnen opleggen, dan zal hij aannemelijk moeten maken dat deze zelf blaam treft. Volgens de Hoge Raad is dit het geval wanneer een belastingplichtige niet voldoende zorgvuldigheid betracht bij de keuze van een adviseur of in de samenwerking met die adviseur. Een klassiek voorbeeld is de belastingplichtige die zijn adviseur bewust essentiële informatie onthoudt die nodig is voor het opstellen van een juiste en volledige aangifte. Recentelijk heeft ons hoogste rechtscollege zich opnieuw uitgelaten over dit vraagstuk. De zaak lag als volgt.


Afdrachtvermindering onderwijs

De bedrijfsactiviteiten van belanghebbende bestaan uit het begeleiden van mensen met een uitkering naar betaald werk. In de jaren 2009 tot en met 2013 heeft een gemeente in het kader van een re-integratieproject langdurig werklozen bij belanghebbende geplaatst. Laatstgenoemde heeft voor deze werknemers in haar aangiften loonheffing de zogenoemde afdrachtvermindering onderwijs startkwalificatie toegepast. Naar aanleiding van een boekenonderzoek heeft de inspecteur geconcludeerd dat deze afdrachtvermindering ten onrechte is geclaimd, nu belanghebbende niet over de vereiste verklaringen van het opleidingsinstituut en het UWV beschikt. Vervolgens zijn naheffingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd.

Hof Den Haag heeft geoordeeld dat belanghebbende zich op de hoogte had moeten stellen van de formele voorwaarden voor toepassing van de afdrachtvermindering en dat daarom sprake is van grove schuld. Hieraan doet niet af dat belanghebbende een adviseur heeft ingeschakeld, nu het hier niet om inhoudelijke aspecten van de afdrachtvermindering zou gaan, maar om ‘betrekkelijk eenvoudige formele voorwaarden’.

De Hoge Raad wil echter niet aan dit door het Hof gemaakte onderscheid. Hoofdregel blijft dat wanneer een belastingplichtige een adviseur kiest die hij voldoende deskundig mocht achten, en aan wiens zorgvuldige taakvervulling hij niet hoefde te twijfelen, niet vereist is dat hij zich, ter voorkoming van fouten, inhoudelijk verdiept in de desbetreffende belastingregeling. 

Hof Amsterdam moet nu gaan uitzoeken of de aard van de relatie met de adviseur zodanig was dat belanghebbende erop mocht vertrouwen dat de met bijstand van die adviseur gedane aangiften juist zouden zijn. Van belang daarbij is hoe de taakverdeling tussen belanghebbende en het door hem ingeschakelde advieskantoor was vormgegeven. Met andere woorden, mocht belanghebbende ervan uitgaan dat de adviseur inhoudelijk zou beoordelen of ten aanzien van de betreffende werknemers aan de voorwaarden was voldaan voor toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs. Indien na verwijzing komt vast te staan dat dit niet het geval is, zou belanghebbende alsnog grove schuld in de schoenen geschoven kunnen krijgen.


Bron: Hoge Raad 3 februari 2017, 16/02451, ECLI:NL:HR:2017:127

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen