Geen onderzoekplicht ondanks uitworp IB-aangifte | Deloitte Nederland

Article

Geen onderzoekplicht ondanks uitworp IB-aangifte

De Hoge Raad oordeelt dat de uitworp van een aangifte niet automatisch meebrengt dat de inspecteur een onderzoekplicht heeft. Er bestond een niet onwaarschijnlijke mogelijkheid dat de aangifte toch juist was.

21 maart 2022

Navorderingsbevoegdheid

Indien de inspecteur van mening is dat een aanslag ten onrechte achterwege is gebleven of te laag is vastgesteld, kan hij onder voorwaarden een navorderingsaanslag opleggen. Hij zal dan wel over een nieuw feit moeten beschikken dat navordering rechtvaardigt. Een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten of in het recht staat aan navordering in de weg, tenzij de belastingplichtige te kwader trouw is, of sprake is van een redelijkerwijs kenbare fout.

Recent stond de vraag centraal of de inspecteur een ambtelijk verzuim had begaan door de aanslag conform aangifte vast te stellen, hoewel de aangifte in de systemen van de belastingdienst op basis van vooraf vastgestelde criteria was ‘uitgeworpen’ voor onderzoek.

Ambtelijk verzuim?

Belanghebbende is de partner van een ondernemer die een eenmanszaak in kinderkleding dreef. Deze onderneming was sinds 2009 verlieslijdend en is in 2013 wegens faillissement beëindigd. Belanghebbende is door de bank aansprakelijk gesteld voor de terugbetaling van verstrekte kredieten. In verband hiermee zijn in de aangiften inkomstenbelasting 2012 en 2013 negatieve resultaten uit terbeschikkingstelling van vermogen verantwoord in box 1.

Hoewel de aangifte over 2012 volgens het geautomatiseerde systeem van de belastingdienst in aanmerking kwam voor onderzoek, is de aanslag toch conform aangifte vastgesteld. De inspecteur heeft wel vragen gesteld over de aangifte IB 2013. Naar aanleiding hiervan heeft hij het standpunt ingenomen dat belanghebbende een onzakelijk debiteurenrisico heeft aanvaard en dat de geleden verliezen niet in aftrek kunnen worden gebracht. De aangifte over 2013 is op dit punt gecorrigeerd. Voor het jaar 2012 is een navorderingsaanslag opgelegd. In geschil is of de inspecteur over een nieuw feit beschikt dat navordering rechtvaardigt.

Geen onderzoekplicht

Hof Den Bosch oordeelde dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim heeft begaan, ondanks de indicatie dat nader onderzoek geboden was. Weliswaar bevatte de aangifte IB 2012 een fors negatief resultaat uit overige werkzaamheden (box 1). Maar dat neemt niet weg dat er een niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestond dat de aangifte toch juist was.

De Hoge Raad onderschrijft dit uitgangspunt. De inspecteur mag bij het vaststellen van de aanslag uitgaan van de juistheid van de gegevens die de belastingplichtige in zijn aangifte heeft vermeld. Hij is alleen verplicht om nader onderzoek te doen indien hij in redelijkheid behoort te twijfelen aan de juistheid van een of meer van de daarin opgenomen gegevens. Het enkele feit dat een aangifte is uitgeworpen voor nader onderzoek, betekent niet automatisch dat de inspecteur een ambtelijk verzuim begaat wanneer hij de aanslag toch zonder nader onderzoek vaststelt.

Indien de inspecteur met normale zorgvuldigheid kennis zou hebben genomen van de aangifte, was er in dit geval voor hem geen reden geweest om aan de juistheid van het verantwoorde resultaat uit overige werkzaamheden te twijfelen, omdat de niet-onwaarschijnlijke kans bestond dat de aangifte op dit punt juist was. De Hoge Raad voegt daar ten overvloede nog aan toe dat het feit dat een aangifte er verzorgd uitziet, niet betekent dat de inspecteur eerder van de juistheid daarvan mag uitgaan. Maar dat maakt de uitkomst in deze zaak niet anders.


Bron: HR 18 maart 2022, 20/01121, ECLI:NL:HR:2022:379

Did you find this useful?