Geen pleitbaar standpunt bij niet voldoen aan formele voorwaarden afdrachtvermindering | Deloitte

Article

Geen pleitbaar standpunt bij niet voldoen aan formele voorwaarden afdrachtvermindering

De Hoge Raad verwijst de zaak voor nader onderzoek naar de vraag of de belastingplichtige zelf grove schuld kan worden verweten ter zake van het onterecht claimen van de afdrachtvermindering onderwijs startkwalificatie.

14 augustus 2017

Afdrachtvermindering onderwijs startkwalificatie

Eerder dit jaar heeft de Hoge Raad bevestigd dat een belastingplichtige die zich laat bijstaan door een voldoende deskundige adviseur aan wiens zorgvuldige taakvervulling hij niet hoefde te twijfelen, niet gehouden is om zich ter voorkoming van fouten ook zelf te verdiepen in de desbetreffende belastingregeling. De Hoge Raad voegde daaraan toe dat dit uitgangpunt eveneens geldt ten aanzien van de aan een regeling verbonden ‘formele’ voorwaarden, ook als deze betrekkelijk eenvoudig zijn. Deze zaak had betrekking op de toepassing van de (inmiddels afgeschafte) afdrachtvermindering onderwijs startkwalificatie.

Recentelijk moest de Hoge Raad opnieuw beoordelen of de inspecteur terecht een vergrijpboete heeft opgelegd aan een instelling die mensen vanuit een uitkeringssituatie naar regulier werk begeleidde en daarbij ten onrechte een beroep deed op voornoemde afdrachtvermindering.


Niet pleitbaar

Hof Den Haag heeft in deze zaak geoordeeld dat de inspecteur terecht grove schuld heeft aangenomen, nu belanghebbende zou hebben nagelaten om zich te verdiepen in de formele voorwaarden (verklaring Crebo-erkende opleiding en UWV-verklaring) die aan toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs startkwalificatie verbonden waren.

In cassatie heeft belanghebbende gesteld dat zij wel degelijk wist dat zij niet aan de formele voorwaarden voldeed. Zij heeft echter in samenspraak met haar adviseur besloten toch een beroep op de afdrachtvermindering te voldoen, omdat ‘materieel’ wel aan de toepassingsvoorwaarden van de regeling werd voldaan. De Hoge Raad maakt, in navolging van A-G IJzerman, korte metten met dit standpunt en bestempelt het als ‘objectief niet pleitbaar’.


Toerekening grove schuld

Daarmee is de vergrijpboete echter nog geen feit. De Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld dat voor het opleggen van een boete aan een belastingplichtige alleen dan plaats is wanneer deze zelf opzet of grove schuld kan worden verweten. Toerekening van de opzet of grove schuld van een adviseur aan de belastingplichtige is niet toegestaan. De zaak wordt dan ook verwezen naar Hof Amsterdam om de rolverdeling tussen de adviseur en de instelling te laten onderzoeken. De Hoge Raad merkt daarbij op dat het enkele feit dat een belastingplichtige zich heeft verdiept in de voorwaarden voor toepassing van een faciliteit, nog niet meebrengt dat zij gehouden was om de door de adviseur opgemaakte aangiften te controleren.


Bron: HR 11 augustus 2017, 16/04756, ECLI:NL:HR:2017:1611

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen