Gemeente kan btw op re-integratietraject en outplacementkosten volledig compenseren | Deloitte Nederland

Article

Gemeente kan btw op re-integratietraject en outplacementkosten volledig compenseren

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 15 juni jongstleden geoordeeld dat een gemeente volledig recht heeft op compensatie van btw uit het BTW-compensatiefonds (hierna: BCF) op kosten van een re-integratietraject, outplacement en de jaarcontributie voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

22 juni 2018

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 15 juni jongstleden geoordeeld dat een gemeente volledig recht heeft op compensatie van btw uit het BTW-compensatiefonds (hierna: BCF) op kosten van een re-integratietraject, outplacement en de jaarcontributie voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Het Gerechtshof bevestigt in zijn uitspraak het eerdere oordeel van Rechtbank Den Haag ter zake van het recht op compensatie van btw op re-integratiekosten (via deze link vindt u de uitspraak). In tegenstelling tot de Rechtbank oordeelt het Gerechtshof echter dat ook de btw die aan de gemeente in rekening is gebracht ter zake van outplacement van een voormalige wethouder, voor compensatie in aanmerking komt. De correctie met betrekking tot de jaarcontributie van de VNG was voor de Rechtbank niet in geschil. Voor een nadere beschouwing van de uitspraak van de Rechtbank verwijzen wij naar onze nieuwsbrief van 11 januari 2018 waarin wij reeds uitgebreid zijn ingegaan op de uitspraak van de Rechtbank (link).

In deze Indirect Tax Alert bespreken wij de uitspraak van het Gerechtshof en benoemen wij het belang voor de praktijk.

Feiten en omstandigheden

Naar aanleiding van boekenonderzoeken bij een gemeente over 2008 en 2013, stelt de inspecteur zich op het standpunt dat de btw op kosten van een re-integratietraject voor langdurige werklozen, kosten van outplacement van een voormalige wethouder en kosten van de jaarcontributie van de VNG niet voor een bijdrage uit het BCF in aanmerking komt. Beide boekenonderzoeken zijn uitgevoerd op basis van een steekproef waarvan de inspecteur de uitkomsten heeft geëxtrapoleerd naar andere boekjaren, waarna nieuwe jaarbeschikkingen BCF zijn afgegeven. De gemeente bestrijdt deze standpunten van de Belastingdienst en is van mening dat de btw volledig compensabel is.

Voor de ingekochte diensten op het gebied van re-integratie en outplacement is in geschil of deze worden verstrekt aan individuele derden, in welk geval het recht op compensatie is uitgesloten. Ten aanzien van de jaarcontributie van de VNG is in geschil of de gemeente die kosten (volledig) als overheid/niet-ondernemer afneemt. Daarnaast is in geschil of de steekproef voor 2008 betrouwbaar is en of de resultaten van beide steekproeven mogen worden geëxtrapoleerd.

De gemeente stelt dat zij de afnemer en enige gebruiker is van de re-integratiewerkzaamheden. Het belang van de werkzaamheden ligt volgens haar volledig bij de gemeente, omdat daarmee het aantal uitkeringsgerechtigden zal afnemen. Daarmee maakt de gemeente de kosten ten behoeve van de collectiviteit van haar inwoners en is de btw volgens de gemeente compensabel. Zij stelt verder dat het belang van de outplacementkosten ook uitsluitend bij haar ligt, omdat hiermee de periode waarover het wachtgeld moet worden betaald wordt verkort. Ook daar is de collectiviteit van haar inwoners bij gebaat. De inspecteur stelt dat voor beide kostensoorten sprake is van diensten die geheel of gedeeltelijk ten goede komen aan individuele derden, zodat de btw (deels) is uitgesloten van compensatie. Met betrekking tot de jaarcontributie van de VNG stelt de gemeente dat zij die kosten volledig als overheid maakt. De inspecteur stelt dat dat niet het geval is.  

Uitspraak Gerechtshof Den Haag

Het Gerechtshof oordeelt in navolging van de Rechtbank dat de btw op re-integratiekosten volledig compensabel is en sluit zich daarbij aan bij de overwegingen van de Rechtbank. Ook de btw op outplacementkosten komt volgens het Gerechtshof volledig voor compensatie in aanmerking. Het Gerechtshof is van oordeel dat die kosten in rekening zijn gebracht aan en vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente als bestuursorgaan. Dat de gemaakte kosten voor de betrokken wethouder kunnen leiden tot het (sneller) vinden van een nieuwe baan, leidt er volgens het Gerechtshof niet toe dat de uitsluitingsbepaling voor compensatie van btw van toepassing is. Het Gerechtshof legt hierbij ook een link met het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA), waarin is opgenomen dat outplacementkosten niet tot een btw-aftrekbeperking leiden voor ondernemers.

Verder oordeelt het Gerechtshof dat de btw op de jaarcontributie van de VNG volledig compensabel is. Tot slot is extrapolatie van de resultaten van de steekproef over 2008 naar andere jaren niet aan de orde. De gemeente wordt immers volledig in haar gelijk gesteld door het Gerechtshof.

Belang voor de praktijk

Met name op het punt van de re-integratietrajecten is deze zaak belangrijk voor de praktijk, gelet op de daarmee gemoeide belangen. Op grond van de Participatiewet hebben gemeenten de verantwoordelijkheid er voor te zorgen dat meer mensen, met en zonder beperking, werk vinden bij een gewone werkgever. Re-integratie van werklozen is hier een onderdeel van. Het is voor gemeenten vanzelfsprekend voordelig als de btw op de hiermee gemoeide kosten voor een bijdrage uit het BCF in aanmerking komt.

In de praktijk staat de Belastingdienst tot op heden niet in alle gevallen volledige compensatie toe bij re-integratietrajecten. Bepaalde onderdelen van re-integratietrajecten vallen volgens de Belastingdienst onder de uitsluiting, omdat die verstrekt worden aan individuele derden. Het is de vraag of uit deze procedure kan worden afgeleid dat gemeenten alle btw die in het kader van re-integratie wordt betaald kan compenseren. Naar wij begrijpen is de Belastingdienst van mening dat dit niet het geval is. Er zijn volgens de Belastingdienst nog altijd kosten die onder de uitsluitingsbepaling vallen, zoals kosten van een sportabonnement. In deze procedure zijn dergelijke kosten niet aan de orde. Desondanks komt naar aanleiding van de uitspraken van de Rechtbank en het Gerechtshof de vraag op of de btw op dergelijke kosten ook niet voor een bijdrage uit het BCF in aanmerking moet komen. In breder perspectief kan er zelfs over worden gediscussieerd of de uitsluitingsbepaling op andere vlakken ook niet beperkt(er) moet worden uitgelegd dan tot nu toe het geval is. We denken dan bijvoorbeeld aan bepaalde verstrekkingen in het kader van de WMO.

Voor nu moeten we afwachten of tegen de uitspraak van het Gerechtshof in cassatie wordt gegaan bij de Hoge Raad, in welk geval we hopelijk nog meer duidelijkheid krijgen met betrekking tot deze problematiek.

Naar aanleiding van de uitspraak van de Rechtbank hebben reeds veel gemeenten verzocht om aanvullende bijdragen uit het BCF. Mocht uw gemeente tot dusverre geen verzoek hebben gedaan, dan kan dat thans nog voor de jaren vanaf 2013. Vanzelfsprekend kunnen wij daarin begeleiden. Lopende deze procedure komt de Belastingdienst aan deze verzoeken niet tegemoet. Uit ervaring weten wij dat het per regio verschilt of de verzoeken door de Belastingdienst worden aangehouden of worden afgewezen. Het is raadzaam hierover contact op te nemen met uw eigen inspecteur.  

Slot

Vanzelfsprekend houden wij u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen op dit vlak.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, neem dan contact op met uw vaste Deloitte btw-adviseur. Wij denken graag met u mee.

Deze en andere gerelateerde nieuwsberichten vindt u tevens op onze website.

Vond u dit nuttig?