Article

Gerechtshof Den Haag: gemeente heeft volledig recht op btw-compensatie bij exploitatie begraafplaatsen

Op 16 maart jl. heeft Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in een door Deloitte gevoerde procedure ter zake van de exploitatie van twee gemeentelijke begraafplaatsen.

20 maart 2018

Het Gerechtshof oordeelt dat de gemeente bij deze exploitatie als overheid handelt en dat de btw op de gemaakte kosten volledig voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds (hierna: BCF) in aanmerking komt. Dit oordeel wijkt daarmee af van het oordeel van de Rechtbank eerder in deze procedure (link).

In deze Indirect Tax Alert bespreken wij de procedure en benoemen wij het belang voor de praktijk.

Feiten en omstandigheden

De gemeente is eigenaar en exploitant van twee begraafplaatsen. De exploitatie bestaat onder meer uit het aanleggen, onderhouden, en uitbreiden van de begraafplaatsen, alsmede uit de uitgifte van grafrechten. De gemeente heeft de btw die aan haar in rekening is gebracht ter zake van de exploitatie van de begraafplaatsen volledig gecompenseerd via het BCF. Naar aanleiding van een boekenonderzoek heeft de Belastingdienst de gecompenseerde btw teruggevorderd.

In geschil is of de gemeente met betrekking tot de btw die aan haar in rekening is gebracht ter zake van de exploitatie van begraafplaatsen handelt als overheid en of in dat geval recht bestaat op een bijdrage uit het BCF.

Gerechtshof Den Haag

Het Gerechtshof oordeelt dat de gemeente met de uitgifte van grafrechten economische activiteiten verricht. Met het geheel van activiteiten rondom de gemeentelijke begraafplaatsen handelt de gemeente echter in een specifiek voor haar geldend juridisch regime.

Voor de btw is er dan in beginsel sprake van overheidshandelen. Als daardoor concurrentieverstoring met privaatrechtelijke exploitanten van (bijzondere) begraafplaatsen ontstaat, moet de gemeente alsnog als btw-ondernemer worden aangemerkt. Van concurrentieverstoring is volgens het Gerechtshof echter geen sprake. Daardoor handelt de gemeente als overheid en bestaat er in beginsel recht op compensatie.

Tot slot was in geschil of het recht op compensatie nog wordt verhinderd door een specifieke uitsluitingsbepaling. Dat is volgens het Gerechtshof niet het geval.

Belang voor de praktijk

Veel gemeenten hanteren vooralsnog als uitgangspunt dat de btw op kosten met betrekking tot begraafplaatsen kostprijsverhogend moet worden verantwoord. Mede gelet op de eerdere uitspraak van de Rechtbank in deze procedure is dat uitgangspunt begrijpelijk. Op basis van de huidige uitspraak van het Gerechtshof kan de btw echter volledig worden gecompenseerd.

Het ligt in de lijn der verwachting dat de Belastingdienst tegen deze uitspraak in cassatie gaat bij de Hoge Raad. Het is dan afwachten of de Hoge Raad het oordeel van het Gerechtshof volgt. Zo lang deze procedure nog niet definitief is beslecht, gaan wij er vanuit dat de Belastingdienst haar standpunt niet wijzigt.

Op het moment dat deze procedure definitief is beslecht, kan er
– afhankelijk van de uitkomst – in beginsel tot 5 jaar terug verzocht worden om aanvullende bijdragen uit het BCF. Het is daarmee de vraag of op dit moment actie moet worden ondernomen. Dat hangt enerzijds af van de vraag of de Belastingdienst in cassatie gaat. Zodra wij daarover duidelijkheid hebben brengen wij u daar uiteraard van op de hoogte. Anderzijds hangt het af van de specifieke situatie bij uw gemeente.

Mede afhankelijk van het financiële belang kan het zinvol zijn het gesprek al aan te gaan met de Belastingdienst en – waar mogelijk – bezwaar te maken. Mocht er (pro forma) bezwaar worden gemaakt, dan kan geprobeerd worden aansluiting te zoeken bij deze lopende procedure. In de praktijk ervaren wij echter dat de Belastingdienst daar niet snel toe genegen is.

Vanzelfsprekend zijn onze adviseurs graag bereid om samen met u de mogelijkheden te bekijken en u te begeleiden bij eventuele vervolgacties.

Vond u dit nuttig?