Gerechtshof heeft correctiebeleid belastingdienst juist uitgelegd | Deloitte Nederland

Article

Gerechtshof heeft correctiebeleid belastingdienst juist uitgelegd

Om te voorkomen dat relatief kleine correcties tot navorderingsaanslagen leiden, hanteert de belastingdienst een doelmatigheidsdrempel. In navolging van A-G Niessen heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het belastingbedrag (€ 450), en niet de inkomenscorrectie (€ 1.000), leidend is.

15 november 2021

Navorderingsbevoegdheid

Indien de inspecteur van mening is dat een aanslag ten onrechte achterwege is gebleven of te laag is vastgesteld, kan hij onder voorwaarden een navorderingsaanslag opleggen. Hij zal dan wel over een nieuw feit moeten beschikken dat navordering rechtvaardigt. Een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten of in het toepasselijke recht staat aan navordering in de weg, tenzij de belastingplichtige te kwader trouw is, of sprake is van een redelijkerwijs kenbare fout.

Correctiebeleid

Om te voorkomen dat kleine correcties tot navordering leiden hanteert de belastingdienst een doelmatigheidsdrempel van € 450. De reden voor dit interne beleid is gelegen in een doelmatige belastingheffing enerzijds en bevordering van compliance bij belastingplichtigen anderzijds. Vorig jaar oordeelde de Hoge Raad dat het niet in de rede ligt om onderscheid te maken tussen gevallen waarin de na te vorderen inkomstenbelasting al in eerste instantie minder dan € 450 bedraagt en situaties waarin na aanwending van een rechtsmiddel komt vast te staan dat de na te vorderen inkomstenbelasting onder dit drempelbedrag uitkomt.

Inkomensgrens of belastinggrens

Vervolgens ontstond echter opnieuw onduidelijkheid over de reikwijdte van het correctiebeleid. Dit keer betrof het de vraag of het belastingbedrag (€ 450) leidend is, danwel de eveneens in de Notitie correctiebeleid genoemde inkomenscorrectie van € 1.000. Hof Den Haag heeft in eerstgenoemde zin geoordeeld. Navordering moet achterwege blijven als het te betalen bedrag onder de € 450 blijft, ook als de inkomenscorrectie meer dan € 1.000 bedraagt. Namens de staatssecretaris is tegen deze uitspraak cassatieberoep aangetekend.

Conclusie A-G Niessen

A-G Niessen heeft geconcludeerd dat bij de uitleg van beleid noch de intentie van de staatssecretaris noch het subjectieve begrip van de belastingplichtige doorslaggevend is. Ook is het niet zo dat bij twijfel de voor de belastingplichtige meest gunstige uitleg prevaleert. Waar het om gaat is hoe het beleid volgens de rechter naar objectieve beschouwing redelijkerwijs moet worden opgevat. A-G Niessen meent dat voor beide opvattingen iets valt te zeggen, maar hij vindt de argumenten om aan te sluiten bij de te betalen belasting sterker. Het beleid vindt zijn oorzaak in de wens van de fiscus om tot een doelmatige belastingheffing te komen, waarbij belastingplichtigen niet lastig worden gevallen met navordering van kleine bedragen. Volgens de A-G blijkt ook uit de tekst van de Notitie correctiebeleid dat de inkomensgrens ondergeschikt is aan de na te vorderen belasting.

Oordeel Hoge Raad

Recent is duidelijk geworden dat de Hoge Raad het oordeel van Hof Den Haag onderschrijft, en dus de conclusie van A-G Niessen volgt. Het hof mocht het correctiebeleid zodanig uitleggen dat een navorderingsaanslag tot een bedrag van minder dan € 450 niet wordt opgelegd, ook als de inkomenscorrectie meer dan € 1.000 bedraagt. Een en ander behoudens kwade trouw of repeterende onjuistheden.


Bronnen:

  • Conclusie A-G 14 juli 2021, 21/00184, ECLI:NL:PHR:2021:709
  • HR 12 november 2021, 21/00184, ECLI:NL:HR:2021:1671
Did you find this useful?