Gewezen bestuurder aansprakelijk voor belastingschulden VOF | Deloitte Nederland

Article

Gewezen bestuurder aansprakelijk voor belastingschulden VOF

De gewezen bestuurder van een vennootschap onder firma kan hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor de belastingschulden van dat lichaam.

15 oktober 2020

Familiebedrijf

Belanghebbende en zijn vrouw en zonen waren vennoten in een vennootschap onder firma. De vennootschap hield zich bezig met de import en groothandel van Italiaanse schoenen en de export van computeronderdelen. Op een gegeven moment deed vader een stap terug in de firma en traden moeder en haar zonen naar de voorgrond. De vennootschap is eind 2000 ontbonden. De inspecteur heeft over het jaar 2000 een onderzoek ingesteld en kwam tot de conclusie dat de vof heeft deelgenomen aan een carrouselfraude via Frankrijk en Italië. Naar aanleiding hiervan legde de inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting van ruim € 1 mln. op over de jaren 1999 en 2000. Uiteindelijk werd vader door de Inspecteur hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de belastingschuld van de firma en werd conservatoir beslag gelegd op een onroerende zaak. Vader kwam te overlijden in 2013, waarna de zonen en hun moeder het conflict met de belastingdienst voortzetten.

Aansprakelijkheidstelling

In geschil is de vraag of vader terecht hoofdelijk aansprakelijk is gesteld. De Invorderingswet stelt dat voor de belastingschulden van een lichaam zonder rechtspersoonlijkheid ieder van de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk is. De erfgenamen van belanghebbende stellen dat op het moment van aansprakelijkheidsstelling vader geen bestuurder meer was en derhalve niet aansprakelijk gesteld kan worden op grond van de Invorderingswet. Vader is aansprakelijk gesteld in zijn hoedanigheid van gewezen bestuurder omdat de belastingschuld tijdens zijn bestuursperiode is ontstaan.

Voor de Hoge Raad speelde de vraag of de gewezen bestuurder valt onder de reikwijdte van de aansprakelijkstelling zoals voorzien in artikel 33 Invorderingswet. De wettekst spreekt enkel van “bestuurder”, en laat zowel de lezing toe dat de gewezen bestuurder er niet onder valt alsmede dat de gewezen bestuurder wel onder de tekst valt. De Hoge Raad komt tot de conclusie dat de gewezen bestuurder wél onder de wettekst valt. De aansprakelijkheidstelling is bedoeld om in het geval dat het lichaam geen verhaal meer biedt voor de belastingschuld, die persoon aan te spreken die in een nauwe betrekking staat of stond tot het desbetreffende lichaam en die invloed (had) kunnen uitoefenen inzake het betalen van de belastingschulden van dat lichaam. Degenen die in nauwe betrekking staat of stond zijn ieder van de bestuurders. De aansprakelijkheid eindigt niet als die persoon stopt met bestuurder van het lichaam te zijn, anders zou het eenvoudig mogelijk zijn om daar onderuit te komen. Vader bleef dus hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschuld van de vof, waardoor die schuld nu op de erfgenamen is komen te rusten.


Bron: HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1502

Did you find this useful?