Herindelingsverzoek ten onrechte als niet-ontvankelijk bezwaar aangemerkt | Deloitte Nederland

Article

Herindelingsverzoek ten onrechte als niet-ontvankelijk bezwaar aangemerkt

Het Hof had het beroepschrift tegen de weigering van de inspecteur om belanghebbende voor de werknemersverzekeringen in een andere sector in te delen als bezwaarschrift moeten aanmerken en de zaak moeten terugverwijzen naar de inspecteur om alsnog uitspraak op bezwaar te doen.

19 februari 2018

Sectorindeling bedrijfsleven

Voor de heffing van premies werknemersverzekeringen is het bedrijfsleven ingedeeld in sectoren. Deze indeling bepaalt de hoogte van de sectorpremie voor de WW. Het idee hierachter is dat de ‘vervuiler’ betaalt. Hoe groter het werkloosheidsrisico in een sector is, hoe hoger de verschuldigde sectorpremie. Voor kleine en middelgrote werkgevers is de sectorindeling tevens van belang voor de hoogte van de verschuldigde premie werkhervattingskas.

De sectorindeling geeft regelmatig aanleiding tot geschillen tussen premieplichtige werkgevers en de belastingdienst. Dit hangt onder meer samen met het feit dat de geldende sectorindeling niet altijd recht doet aan de veelsoortigheid van de activiteiten die in het bedrijfsleven plaatsvinden. Zoals blijkt uit een recent arrest van de Hoge Raad beperken deze geschillen zich echter niet tot de inhoudelijke kant van de zaak.

Verzoek om herindeling

De zaak draaide om een VOF (hierna: belanghebbende) die met dagtekening 8 juni 2015 een beschikking van de inspecteur ontving waarbij zij werd ingedeeld in sector 33 (Horeca Algemeen). In reactie hierop heeft belanghebbende op 28 september 2015 geschreven dat uit onderzoek van het Bedrijfspensioenfonds Horeca en Catering was gebleken dat zij niet verplicht was aangesloten bij dit pensioenfonds. Daarentegen had het Bedrijfspensioenfonds Detailhandel wel verplichte deelname aan haar pensioenregeling vastgesteld. In verband hiermee heeft zij de inspecteur verzocht tot indeling in sector 17 (Detailhandel en ambachten).

De inspecteur heeft de brief van belanghebbende als een te laat ingediend bezwaarschrift aangemerkt tegen de indelingsbeschikking van 8 juni 2015 en derhalve niet-ontvankelijk verklaard. Ook ambtshalve zag de inspecteur geen aanleiding om aan het verzoek tegemoet te komen. Volgens Hof Den Bosch is de inspecteur terecht tot niet-ontvankelijkverklaring overgegaan.

Bezwaarprocedure

De Hoge Raad is het daar echter niet mee eens. Belanghebbendes brief van 28 september 2015 kwalificeert namelijk als een nieuw indelingsverzoek, waarop de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking had moeten beslissen. Het beroepschrift van belanghebbende, dat gericht was tegen de ambtshalve weigering van de inspecteur om aan het herindelingsverzoek tegemoet te komen, is dus feitelijk een bezwaarschrift. Het Hof had dit stuk na ontvangst dan ook zo spoedig mogelijk ter behandeling moeten doorsturen aan de bevoegde inspecteur. De Hoge Raad doet dat alsnog, waardoor de zaak nu weer op het bordje van de belastingdienst ligt.


Bron: HR 16 februari 2018, 17/04395, ECLI:NL:HR:2018:203

Vond u dit nuttig?