Herinvesteringsreserve van melkveehouder valt niet vrij bij emigratie | Deloitte Nederland

Article

Herinvesteringsreserve van melkveehouder valt niet vrij bij emigratie

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de door een melkveehouder gevormde herinvesteringsreserve na emigratie niet verplicht tot de winst hoeft te worden gerekend.

11 april 2018

Herinvesteringsreserve

De regeling van de herinvesteringsreserve (HIR) voorziet in de mogelijkheid om de bij de vervreemding van een bedrijfsmiddel gerealiseerde boekwinst te reserveren, indien en zolang het voornemen tot herinvestering van de opbrengst bestaat. Deze herinvesteringsreserve moet vervolgens worden afgeboekt op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen die in het jaar van vervreemding of in de daarop volgende drie jaren worden aangeschaft of voortgebracht. Op deze wijze kan men de bij verkoop van het bedrijfsmiddel gerealiseerde boekwinst doorschuiven naar de toekomst. Een reeds gevormde herinvesteringsreserve moet echter onder omstandigheden direct in de winst worden opgenomen. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de belastingplichtige ophoudt in Nederland winst uit de desbetreffende onderneming te genieten. Recentelijk heeft de Hoge Raad geoordeeld over een situatie waarin de vraag was of een herinvesteringsreserve verplicht diende vrij te vallen.

Melkveehouderij

Belanghebbende en zijn echtgenote exploiteerden in maatschapsverband een melkveehouderij in Nederland. In april 2005 hebben zij de boerderij verkocht. De overige bedrijfsmiddelen van de melkveehouderij werden eveneens verkocht of overgebracht naar Duitsland, op enkele hectares weiland na. In mei 2005 is het echtpaar vervolgens naar Duitsland geëmigreerd om daar de onderneming voort te zetten. In de onderhavige zaak is niet in geschil dat de onderneming in Nederland niet is gestaakt, maar is verplaatst naar Duitsland. Per jaareinde 2005 is een herinvesteringsreserve op de maatschapsbalans opgenomen. De melkveehouder heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2005 voor binnenlandse belastingplicht geopteerd. Volgens de inspecteur is echter sprake van een verplichte vrijval van de herinvesteringsreserve, als gevolg van de emigratie naar Duitsland.

Hof Arnhem-Leeuwarden

In de Wet inkomstenbelasting 2001 is een bepaling opgenomen die voorziet in het creëren van een heffingsmoment ingeval vermogensbestanddelen van een in Nederland gedreven onderneming worden overgebracht naar een in het buitenland gedreven onderneming. Volgens Hof-Arnhem-Leeuwarden ziet deze bepaling enkel op vermogensbestanddelen die naar hun aard kunnen worden vervreemd. Een herinvesteringsreserve valt niet onder de reikwijdte van deze bepaling. Volgens het Hof kan op grond van deze bepaling dan ook geen sprake zijn van een verplichte vrijval van de herinvesteringsreserve van belanghebbende.

De Nederlandse inkomstenbelasting bevat ook een eindafrekeningsbepaling voor belastingplichtigen die ophouden in Nederland winst te genieten. De melkveehouder was in 2005 fictief binnenlands belastingplichtig en genoot tevens winst uit onderneming uit een gedeeltelijk in Nederland gelegen onderneming (de aangehouden weilanden). Voor eindafrekening en een daarmee samenhangende verplichte vrijval van de HIR is volgens het Hof derhalve evenmin ruimte.

Slotsom

De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof. Volgens de Hoge Raad vormt een herinvesteringsreserve geen zaak die vatbaar is voor vervreemding en waardeverandering. Het is naar haar aard geen bestanddeel van het vermogen van een onderneming. Het is enkel een rekengrootheid die een gedeelte van het in de onderneming, als saldo van de activa en de passiva, aanwezige eigen vermogen aanduidt waarop nog een belastingclaim rust. Verder oordeelt de Hoge Raad – in lijn met een eerder voor de vennootschapsbelasting gewezen arrest - dat van een belastingplichtige niet kan worden gezegd dat hij is opgehouden uit zijn onderneming in Nederland belastbare winst te genieten zolang de belastingplichtige een herinvesteringsreserve aanhoudt. Die reservering zorgt er immers voor dat de behaalde boekwinst in de toekomst nog in Nederland belastbare winst zal opleveren. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de staatssecretaris ongegrond. Van een belaste vrijval van de herinvesteringsreserve van belanghebbende is derhalve geen sprake.


Bron: HR 6 april 2018, nr. 16/01934, ECLI:NL:HR:2018:513

Vond u dit nuttig?