Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over afkoop van renteswaps | Deloitte Nederland

Article

Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over afkoop van renteswaps

Belanghebbende hoeft het verlies dat is geleden met de afkoop van renteswaps niet te activeren en te amortiseren. In dit geval kan niet worden gezegd dat met de vervangende vastrentende leningen in wezen de oorspronkelijke combinatie van variabel rentende leningen en renteswaps wordt voortgezet.

1 maart 2022

Afkoop van renteswaps

De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen beantwoord die Rechtbank Noord-Nederland had gesteld over de fiscale behandeling van de afkoop van renteswaps. De woningcorporatie in kwestie had verschillende renteswaps afgesloten die als gevolg van de dalende rentestanden een aanzienlijke negatieve waarde hadden gekregen. De hieruit voortvloeiende verplichtingen om zekerheid te stellen (zogenoemde ‘margin calls’) legden een zodanig beslag op haar liquiditeitspositie dat de woningcorporatie de verplichte stresstest niet dreigde te halen. Om van de margin calls af te komen, werden de renteswaps afgekocht. Tegelijkertijd zijn de leningen met een variabele rente – waarvoor de renteswaps initieel waren afgesloten - vervangen door vastrentende leningen.

In geschil is de fiscale behandeling van de afkoopsommen. Op grond van goed koopmansgebruik dienen kosten zoveel mogelijk ten laste komen van de periode waarin de daarmee verband houdende opbrengsten worden verantwoord (matching). Belanghebbende wil de afkoopsommen in een keer ten laste van haar winst brengen. De renteswaps en de variabel rentende leningen zijn immers beëindigd, zodat ‘matching’ met toekomstige opbrengsten niet aan de orde is. De Inspecteur meent daarentegen dat activering en amortisatie van de afkoopsommen dient plaats te vinden. De afkoop moet zijns inziens in samenhang met de herfinanciering beoordeeld worden.

Conclusie A-G

A-G Wattel concludeerde eerder dat de combinatie van een variabel rentende lening en een renteswap feitelijk als een vastrentende lening functioneert. De afkoop van de renteswaps en de herfinanciering kan volgens hem vergeleken worden met het oversluiten van een vastrentende lening. Het deel van de afkoopsommen van de swaps dat toerekenbaar is aan het renteverschil moet zijns inziens geactiveerd en geamortiseerd worden gedurende de periode waarin de variabel rentende leningen nog gelopen zouden hebben. Het resterende deel van de afkoopsommen, dat betrekking heeft op het beëindigen van het liquiditeitsrisico, zou volgens de A-G wel direct ten laste van de winst mogen worden gebracht.

Beantwoording prejudiciële vragen

De Hoge Raad volgt echter niet dezelfde lijn. Ons hoogste rechtscollege stelt voorop dat goed koopmansgebruik zich niet verzet tegen verliesneming in het jaar van afkoop ingeval ook de met de renteswap samenhangende variabel rentende lening (de swapcombinatie) wordt beëindigd. In dat geval is immers sprake van een definitief verlies. Daarbij is niet relevant met welk motief de afkoop heeft plaatsgevonden.

Als de schuld daarentegen wordt vervangen door een lening met een vaste rente die lager is dan de swaprente vermeerderd met de eventuele renteopslag op de beëindigde variabel rentende lening, dient te worden beoordeeld of in wezen sprake is van voortzetting van de swapcombinatie. Indien dat het geval is, moet de betaalde afkoopsom worden geactiveerd en geamortiseerd gedurende de resterende looptijd van de oorspronkelijke lening. In casu is echter geen sprake van een dergelijke voortzetting, omdat het liquiditeitsrisico dat verbonden was aan de swapcombinatie (in de vorm van margin calls) zich niet voordoet bij de vervangende lening. De woningcorporatie mag de betaalde afkoopsom dan ook in haar geheel ten laste van de winst brengen in het jaar van afkoop.

Afspraken over vastrentende leningen

De Hoge Raad gaat ook nog in op de situatie waarin een belastingplichtige die bij daling van de marktrente tegen betaling van een bedrag ineens met de verstrekker van een vastrentende lening afspreekt dat in de komende jaren een lagere rente verschuldigd zal zijn. In dat geval moet het betaalde bedrag worden geactiveerd en ten laste van de winst gebracht gedurende de resterende looptijd van de lening (amortisatie).

Activering en amortisatie is ook verplicht indien tegen betaling van een bedrag ineens wordt overeengekomen dat een lening met een vaste rente vervroegd mag worden afgelost en wordt vervangen door een lening met een lagere vaste rente. Dan moet wel sprake zijn van de situatie dat de nieuwe lening in wezen als voortzetting van de oude lening kwalificeert. Of dat het geval is, moet worden beoordeeld aan de hand van de kenmerken van beide leningen en van eventueel daarmee samenhangende financiële instrumenten. Ook kan daarbij van belang zijn of met de nieuwe lening hetzelfde of een functioneel vergelijkbaar bedrijfsmiddel wordt gefinancierd. Dat de nieuwe lening niet bij dezelfde geldverstrekker wordt afgesloten of dat de (resterende) looptijd van de leningen uiteenloopt, hoeft volgens de Hoge Raad niet in de weg te staan aan de conclusie dat in wezen sprake is van voortzetting van de oude lening. Amortisatie dient in dat geval plaats te vinden over de resterende looptijd van de oorspronkelijke lening, danwel de looptijd van de vervangende lening indien die korter is.


Bronnen:
• HR 25 februari 2022, 21/00564, ECLI:NL:HR:2022:312
• Conclusie A-G Wattel 30 april 2021, 21/00564, ECLI:NL:PHR:2021:440

Did you find this useful?