Hoge Raad geeft nadere uitleg over btw-vrijstelling collectief vermogensbeheer | Deloitte Nederland

Article

Hoge Raad geeft nadere uitleg over btw-vrijstelling collectief vermogensbeheer

De Hoge Raad heeft op 4 december jl. arrest gewezen in twee procedures over de toepassing van de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen

7 december 2020

De uitkomst van deze arresten heeft naar onze mening verstrekkende gevolgen voor de bredere vermogensbeheerpraktijk.

In beide zaken was in geschil of sprake is van btw-vrijgestelde vermogensbeheerdiensten wanneer beleggers het te beheren vermogen storten op de centrale rekening van een beleggersgiro.

De Hoge Raad oordeelt dat sprake is van vrijgestelde vermogensbeheerdiensten, wanneer beleggers het te beheren vermogen storten op de centrale rekening van een beleggersgiro.

Daarnaast heeft de Hoge Raad geconcludeerd dat aan het vereiste van bijzonder overheidstoezicht is voldaan.  

Achtergrond

Voor een nadere beschrijving van de beleggingsproducten en toezichtrechtelijke achtergrond verwijzen wij u naar onze eerdere alert.

Vraag die voorligt, is of deze wijze van vermogensbeheer kan delen in de vrijstelling van collectief vermogensbeheer. Hiervoor is vereist dat sprake is van beheer van een “gemeenschappelijk beleggingsfonds”. Hiervan is in ieder geval sprake bij een instelling voor collectieve belegging in effecten (“icbe”) en andere fondsen die dezelfde kenmerken vertonen. Daarnaast moet sprake zijn van bijzonder overheidstoezicht.

Arrest van de Hoge Raad

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een beleggersgiro voldoet aan de essentiële kenmerken van een gemeenschappelijk beleggingsfonds. De Hoge Raad gaat bij haar oordeel voorbij aan de conclusie van A-G Ettema en volgt de eerdere uitspraken van de Gerechtshoven Amsterdam en Arnhem-Leeuwarden.

Bij het beantwoorden van de vraag of sprake is van een collectief bijeengebracht vermogen, heeft de Hoge Raad getoetst aan de criteria van het Hof van Justitie uit de arresten Deutsche Bank, Wheels en ATP. Deze toetsing houdt volgens de Hoge Raad in dat de wijze waarop vermogens bijeengebracht worden en de financiële instrumenten door de beleggersgiro worden gehouden, voldoet aan de essentiële kenmerken van een gemeenschappelijk beleggingsfonds. Hierbij is niet van belang dat de vermogensbeheerder de gelden niet zelf belegt. De Hoge Raad gaat – naar onze mening terecht – niet in op de door de A-G geformuleerde voorwaarde dat het vermogen moet zijn samengevoegd in een belastingplichtig fonds.

Ten aanzien van het vereiste van bijzonder overheidstoezicht, oordeelt de Hoge Raad dat het voor de toepassing van de vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen niet nodig is dat het toezicht rechtstreeks op het belegde vermogen is gericht. Voldoende is dat de beheerder (of het fonds) aan toezicht van de AFM is onderworpen. Er is dus voldaan aan de eis van onderworpenheid aan bijzonder overheidstoezicht. Dit kan dus uitdrukkelijk ook het geval zijn indien de diensten door de vermogensbeheerder onder een vergunning voor individueel vermogensbeheer worden verleend.

Belang voor de praktijk

Hoewel de toepassing van de vrijstelling voor collectief vermogensbeheer een zeer feitelijke aangelegenheid blijft, kan wat ons betreft sprake zijn van verstrekkende gevolgen voor de brede vermogensbeheerpraktijk.

De zienswijze van de Hoge Raad over de toepassing van bijzonder overheidstoezicht wijkt op punten af van de huidige interpretatie van dit begrip in het huidige besluit bijzonder overheidstoezicht. Hierin is namelijk nadrukkelijk opgenomen dat geen sprake is van bijzonder overheidstoezicht wanneer sprake is van een vergunning voor individueel vermogensbeheer (bijvoorbeeld op basis van art 2:96 Wft dan wel een bankvergunning). De uitspraak van de Hoge Raad biedt naar onze mening ook aanknopingspunten om het beheer van securitisatievehikels en andere vrijgestelde beleggingsinstellingen vrij te stellen van btw.

Het is raadzaam om aan de hand van het oordeel van de Hoge Raad beleggingsproducten en de btw-behandeling daarvan te analyseren. Gelet op de betrokkenheid van Deloitte Indirect Tax bij deze procedures, kunnen wij hier ook nadere achtergrond bieden.

Slot

Voor meer informatie of assistentie kunt u contact opnemen met uw Deloitte contactpersoon of onderstaande adviseurs.

Deze en andere gerelateerde nieuwsberichten vindt u tevens op onze website.

Did you find this useful?