Hoge Raad laat dispositievereiste bij vertrouwensbeginsel los | Deloitte Nederland

Article

Hoge Raad laat dispositievereiste bij vertrouwensbeginsel los

De Hoge Raad stelde bij een beroep op het vertrouwensbeginsel in verband met algemene inlichtingen tot nu toe de eis dat een belastingplichtige schade moest hebben geleden, los van de te betalen belasting. Die eis wordt nu losgelaten.

11 november 2021

Afkoop lijfrenteverzekering

De belanghebbende in deze zaak heeft in 1989 een lijfrenteverzekering afgesloten met ingangsdatum 1 december 1989 en einddatum 1 december 2015. De polisvoorwaarden zijn aangepast naar aanleiding van de wijziging van de Wet inkomstenbelasting per 1 januari 2001. De jaarlijks verschuldigde premie is hierdoor niet gewijzigd en de belanghebbende heeft gedurende de gehele looptijd van de verzekering de premie in aftrek gebracht in zijn aangiften IB/PVV.

In 2015, toen het einde van de looptijd van de lijfrenteverzekering naderde, heeft belanghebbende informatie ingewonnen over het voortijdig afkopen van de lijfrenteverzekering. Hiervoor heeft hij onder andere de website van de Belastingdienst geraadpleegd. Daar vond hij een passage met een opsomming in welke gevallen geen revisierente verschuldigd is, waaronder begrepen de situatie waarin de lijfrenteverzekering is afgesloten vóór 16 oktober 1990.

Belanghebbende heeft vervolgens de lijfrenteverzekering voor het verstrijken van de looptijd afgekocht, waarna de Inspecteur bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2015 ter zake van die afkoop € 37.465 aan revisierente in rekening heeft gebracht.

Vertrouwensbeginsel

Belanghebbende beroept zich op het vertrouwensbeginsel en betoogt dat bij hem het rechtens te honoreren vertrouwen is gewekt dat ten aanzien van de afkoop van de lijfrenteverzekering geen revisierente in rekening zou worden gebracht.

Gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat de uitlating van de Belastingdienst op haar website duidelijk en niet voor verschillende uitleg vatbaar is. Die mededeling benoemde de situaties waarin geen revisierente hoeft te worden betaald zo precies en concreet, dat belanghebbende heeft mogen aannemen dat het hier om een uitputtende omschrijving ging van de voorwaarden waaronder het in rekening brengen van revisierente achterwege zou blijven. Belanghebbende hoefde redelijkerwijs ook niet te twijfelen aan de juistheid van die informatie. Op basis hiervan is een handeling verricht (de afkoop) waardoor belanghebbende een nadeel ondervindt dat de wettelijke verschuldigde belasting te boven gaat (revisierente). Aan alle voorwaarden voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is voldaan, aldus het hof. Namens de staatssecretaris werd cassatieberoep ingesteld tegen dit oordeel.

Daarenboven geleden schade

Bij de Hoge Raad is in geschil of de in rekening gebrachte revisierente kan worden aangemerkt als ‘daarenboven geleden schade’. In het arrest van 26 september 1979 heeft de Hoge Raad dit zogenoemde dispositievereiste voor het eerst toegepast. De Belastingdienst moet zo min mogelijk worden belemmerd in haar voorlichtende taak, wat ertoe lijdt dat de belastingplichtige in beginsel het risico draagt van een onjuiste inlichting. Een beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt alleen als aan de onderstaande twee voorwaarden wordt voldaan:

  1. De inlichtingen mogen niet zo duidelijk in strijd met een juiste wetstoepassing zijn dat de belastingplichtige redelijkerwijs hun onjuistheid had kunnen en moeten beseffen.
  2. De belastingplichtige moet, naar aanleiding van die onjuiste inlichtingen, een handeling hebben verricht of nagelaten als gevolg waarvan hij niet alleen de wettelijke verschuldigde belasting heeft te betalen, maar daarenboven schade lijdt, die dus niet gelegen kan zijn in hetgeen bij een juiste toepassing van de wet moet worden geheven (dispositievereiste).


De Hoge Raad geeft aan dat revisierente niet kan worden aangemerkt als ‘daarenboven geleden schade’, omdat zij rechtstreeks uit de belastingwet voortvloeit, maar oordeelt vervolgens dat het bovenstaande toetsingskader niet langer te verenigen is met de huidige rechtsopvattingen. De Hoge Raad laat het dispositievereiste los en formuleert een nieuw criterium. Daarin staat centraal of een belastingplichtige op basis van die onjuiste inlichtingen een handeling heeft verricht of nagelaten, waardoor een hoger bedrag is geheven dan hij op basis van die informatie meende verschuldigd te zijn. In casu is aan dit criterium voldaan, zodat het hof het beroep op het vertrouwensbeginsel terecht heeft gehonoreerd.

Nieuw schadevereiste

De uitspraak van de Hoge Raad is erg belangrijk, omdat bij een beroep op het vertrouwensbeginsel in verband met algemene inlichtingen of voorlichting niet langer sprake hoeft te zijn van schade naast de extra verschuldigde belasting. Hierdoor zullen naar verwachting meer belastingplichtigen zich met succes op het vertrouwensbeginsel kunnen beroepen.


Bron: Hoge Raad 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1654

Did you find this useful?