Hoge Raad laat zich uit over individueel en massaal bezwaar in box 3 | Deloitte Nederland

Article

Hoge Raad laat zich uit over individueel en massaal bezwaar in box 3

De rechter die een individueel bezwaar inzake box 3 behandelt, mag slechts de vragen beantwoorden die geen deel uitmaken van de massaalbezwaarprocedure. Verder geeft de Hoge Raad aanwijzingen om in een individueel geval vast te stellen of sprake is van een buitensporige last.

12 juli 2021

Individueel en massaal bezwaar

In box 3 wordt inkomstenbelasting geheven over een op forfaitaire wijze bepaald rendement op het vermogen. Voor belastingplichtigen die feitelijk een lager rendement behalen op hun vermogen, kan dit soms zeer nadelig uitpakken. Daarom hebben veel belastingplichtigen bezwaar gemaakt tegen deze heffing met als argument dat het box 3-stelsel in strijd zou zijn met het recht op eigendom en/of het discriminatieverbod. De bezwaren waarin deze rechtsvragen aan de orde zijn gesteld, worden door de staatssecretaris van Financiën al jaren als massaal bezwaar aangemerkt. Dit houdt in dat enkele zaken tot aan de Hoge Raad worden uitgeprocedeerd. Het oordeel van de Hoge Raad wordt vervolgens op alle aanhangige zaken toegepast. Niet alle geschillen over de box 3-heffing zijn echter geschikt voor een massaalbezwaarprocedure. Zo kan de vraag of de box 3-heffing voor een belastingplichtige een buitensporige last oplevert, alleen op individueel niveau beantwoord worden. Bij het beoordelen daarvan moet namelijk de hele financiële situatie van die belastingplichtige in ogenschouw genomen worden.

Samenloop individueel en massaal bezwaar

Het is mogelijk dat een belastingplichtige in zijn bezwaarschrift tegen box 3 argumenten aanvoert die zowel betrekking hebben op de aangewezen rechtsvragen als op individuele aspecten. In dat geval wordt het bezwaarschrift gesplitst. Voor zover het de rechtsvraag betreft wordt de zaak aangehouden. De inspecteur kan wel uitspraak doen of de box 3-heffing op individueel niveau in strijd is met het eigendomsrecht. Daartegen kan de belastingplichtige beroep instellen. De vraag is echter hoe de rechter moet handelen als de collectieve rechtsvraag en de individuele beoordeling nauw met elkaar samenhangen, zoals bij box 3-bezwaren het geval is. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft hierover prejudiciële vragen gesteld. De Hoge Raad benadrukt dat de rechter in de individuele zaak niet bevoegd is om een oordeel te geven over de collectieve rechtsvraag. Als beantwoording van die vraag nodig is om te kunnen beoordelen of sprake is van een individuele en buitensporige last, kan dit een reden zijn om de zaak zolang aan te houden. Die aanbeveling geldt ook voor individuele bezwaren tegen box 3 die nog aanhangig zijn bij de belastingdienst.

Individuele en buitensporige last

De stelling van een belastingplichtige dat de box 3-heffing op individueel niveau in strijd is met het eigendomsrecht van art. 1 EP EVRM, wordt slechts gehonoreerd als komt vast te staan dat de ‘fair balance’ is geschonden tussen het algemene belang dat met belastingheffing gemoeid is en de bescherming van individuele rechten. Zoals gezegd, dient daarbij de hele financiële situatie van belastingplichtige meegenomen te worden. Recent heeft de Hoge Raad wat meer invulling gegeven aan deze toets. Het betrof een zaak waarin een belastingplichtige zo weinig inkomen genoot, dat zij voor het betalen van haar box-3-heffing moest interen op haar vermogen. Volgens de Hoge Raad is dit een aanwijzing dat sprake is van een individuele en buitensporige last. Inkomstenbelasting wordt geheven om inkomen te belasten. Het kan niet de bedoeling zijn dat een belastingplichtige moet interen op haar vermogen om deze belasting te voldoen. De zaak is voor een nieuwe beoordeling verwezen naar Hof Arnhem-Leeuwarden.


Bronnen:
• HR 2 juli 2021, 20/03092, ECLI:NL:HR:2021:963
• HR 2 juli 2021, 20/02453, ECLI:NL:HR:2021:1047

Did you find this useful?