Hoge Raad oordeelt over belastbaarheid arbeidsongeschiktheidsuitkeringen | Deloitte Nederland

Article

Hoge Raad oordeelt over belastbaarheid arbeidsongeschiktheidsuitkeringen

De Hoge Raad heeft drie arresten gewezen over uitkeringen die verband houden met arbeidsongeschiktheid. Een over de heffing van inkomstenbelasting ter zake van periodieke uitkeringen, een twee over de heffing van loonbelasting op door de werkgever toegekende letselschadevergoedingen.

7 april 2022

Letselschade

De Hoge Raad heeft op 11 maart 2022 uitspraak gedaan in twee zaken over uitkeringen die verband hielden met arbeidsongeschiktheid. Het eerste arrest ziet op de vraag of periodieke uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid als inkomsten uit vroegere dienstbetrekking kwalificeren. In het tweede arrest was in geschil of de onterecht afgedragen loonheffing over een vergoeding voor verlies van arbeidsvermogen en immateriële schade belastbaar loon is. Op 25 maart 2022 volgde een derde arrest, ditmaal over een letselschadevergoeding op grond van een ongevallenverzekering die voortvloeide uit een collectieve arbeidsovereenkomst.

Periodieke uitkeringen

Belanghebbende is sinds 2001 arbeidsongeschikt en ontvangt sindsdien periodieke uitkeringen van het UWV. In geschil is of deze periodieke uitkeringen tot het belastbaar inkomen uit werk en woning moeten worden gerekend. Het Hof heeft in hoger beroep geoordeeld dat de periodieke uitkeringen naar hun aard niet zijn aan te merken als een vergoeding voor letselschade, maar als inkomsten uit vroegere dienstbetrekking. In cassatie voert belanghebbende aan dat het Hof de uitkeringen had moeten aanmerken als vergoedingen wegens immateriële schade en verlies aan arbeidskracht, waardoor deze niet tot het belastbaar inkomen uit werk en woning behoren. De Hoge Raad volgt dit standpunt echter niet. De rechtspraak met betrekking tot vergoedingen in verband met een ongeval waarvoor de werkgever aansprakelijk is, is niet van toepassing op periodieke uitkeringen zoals belanghebbende die ontvangt. Het feit dat belanghebbende arbeidsongeschikt is geworden tijdens het uitoefenen van een dienstbetrekking doet hier niet aan af. Deze periodieke uitkeringen worden gedaan krachtens een verzekeringsovereenkomst dan wel een publiekrechtelijke regeling, waardoor zij tot het belastbare inkomen uit werk en woning moeten worden gerekend.

Afgedragen loonheffing

De tweede zaak betrof een persoon die werkzaam is geweest bij de politie en tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden een posttraumatische stressstoornis heeft opgelopen. In 2016 heeft zijn werkgever hem een vergoeding van € 710.277 wegens verlies van arbeidsvermogen en immateriële schade toegekend. Op dit bedrag is € 394.914 aan loonheffing afgedragen, zodat een netto-uitkering van € 315.363 resteert. Inmiddels is duidelijk geworden dat de werkgever de netto-uitkering niet had hoeven bruteren, omdat deze niet als loon is aan te merken. De werkgever heeft echter besloten om de belastingschadecomponent (€ 394.914) niet terug te vorderen van de werknemer. In geschil is of over dit deel van de vergoeding loonheffing verschuldigd is.

Belanghebbende voert in cassatie aan dat de vergoeding inclusief de afgedragen loonheffing is uitbetaald als vergoeding voor immateriële schade en verlies van arbeidskracht. De werkgever heeft besloten om de afgedragen loonheffing niet terug te vorderen, juist omdat de werkgever het leed van belanghebbende wil verminderen. De Hoge Raad oordeelt echter dat het cassatieberoep faalt, omdat de aangevoerde stellingen een nieuw onderzoek naar de feiten zouden vereisen. En dat kan niet meer in deze fase van de procedure. De Hoge Raad merkt nog wel op dat voor de beoordeling van de aard van de betaling de situatie op het tijdstip van de betaling beslissend is.

De werkgever heeft dat bedrag betaald als vergoeding van belastingschade, omdat hij ten onrechte dacht dat de vergoeding wegens verlies van arbeidsvermogen en immateriële schade belastbaar loon was. De betaling van dit bedrag vindt echter wel haar grond in de dienstbetrekking. Het oordeel van het hof dat de belastingschadevergoeding belastbaar loon is, is dan ook juist.

Uitkering ongevallenverzekering

De derde zaak ging over een werknemer van een veiligheidsregio die was aangesteld als vrijwilliger bij een gemeentelijke brandweer. Tijdens het verrichten van die werkzaamheden is een ongeval gebeurd waaraan de werknemer blijvend letsel heeft overgehouden. Op grond van een bepaling in de cao heeft de werkgever een ongevallenverzekering afgesloten. Krachtens die verzekering is aan belanghebbende een letselschadevergoeding uitgekeerd, waarop loonbelasting is ingehouden. In geschil is of deze letselschadevergoeding tot het belastbaar loon moet worden gerekend. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende het recht op vergoeding van de door hem geleden schade ontleende aan een rechtspositionele regeling zodat de uit dit recht voortvloeiende uitkering tot het loon behoort. Het maakt daarbij niet uit of het een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke dienstbetrekking is.

In cassatie verduidelijkt de Hoge Raad een eerder arrest, waarin geoordeeld werd dat vergoedingen die een werkgever betaalt wegens immateriële schade en verlies aan arbeidskracht in verband met diens aansprakelijkheid voor een aan zijn werknemer overkomen ongeval - behoudens bijzondere omstandigheden, zoals bepaalde afspraken in de arbeidsovereenkomst - niet als loon kwalificeren. De Hoge Raad geeft aan dat met de zinsnede ‘zoals bepaalde afspraken in de arbeidsovereenkomst’ is bedoeld dat de vergoeding alleen tot het loon behoort indien en voor zover de werkgever een hogere vergoeding betaalt dan voortvloeit uit zijn wettelijke aansprakelijkheid. Als dit niet het geval is, is er geen reden om van de hoofdregel af te stappen, oordeelt de Hoge Raad. Het recht van de belanghebbende om zijn schade vergoed te krijgen van diegene die aansprakelijk is voor die schade verandert materieel niet door het vastleggen van dat recht in de arbeidsovereenkomst.

Het standpunt van belanghebbende dat vergoeding van letselschade niet tot het loon mag worden gerekend indien de letselschade is ontstaan bij het uitoefenen van een publieke taak, wordt echter verworpen. De Hoge Raad verwijst de zaak om opnieuw te laten vaststellen of, en zo ja tot welk bedrag, de toegekende vergoeding tot het belastbare loon behoort.


Bron:

  • HR 11 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:158, ECLI:NL:HR:2022:348
  • HR 25 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:444
Did you find this useful?