Hoge Raad oordeelt over reikwijdte legessanctie | Deloitte

Article

Hoge Raad oordeelt over reikwijdte legessanctie

De Hoge Raad heeft op 17 november 2017 een zeer belangrijke uitspraak gedaan over de reikwijdte van de zogenoemde legessanctie.

22 november 2017

Wettelijk kader

In de Wet ruimtelijke ordening is bepaald dat de bestemming van gronden binnen een periode van tien jaar, gerekend vanaf de datum van vaststelling van het bestemmingsplan, telkens opnieuw moet worden vastgesteld. Indien de gemeenteraad niet voor het verstrijken van die termijn opnieuw een bestemmingsplan heeft vastgesteld, noch een verlengingsbesluit heeft genomen, vervalt de bevoegdheid tot het invorderen van rechten ter zake van na dat tijdstip door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het bestemmingsplan. De Hoge Raad heeft op 17 november 2017 een zeer belangrijke uitspraak gedaan over de reikwijdte van deze zogenoemde legessanctie.

Omgevingsvergunning

Belanghebbende heeft op 29 juli 2013 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen van een woning. Het op die datum geldende Bestemmingsplan Buitengebied 2000 is vastgesteld op 24 oktober 2001. Dit bestemmingsplan voorzag niet in de bouw van een woning in het betreffende deel van het plangebied. Aan belanghebbende is € 8.606,90 aan leges in rekening gebracht. Hof Arnhem-Leeuwaren heeft de legessanctie toepasselijk geacht op het gehele legesbedrag en de legesnota vernietigd. De gemeente is vervolgens in cassatie gegaan.

Heffingsbevoegdheid vervalt

De Hoge Raad overweegt eerst dat een redelijke, met doel en strekking van voornoemde wet strokende uitleg van de legessanctie meebrengt dat daardoor niet alleen de bevoegdheid tot invordering vervalt, maar ook de bevoegdheid tot heffen van de desbetreffende leges.

Voor toepassing van de sanctie is maatgevend of de termijn is verstreken ten tijde van het belastbare feit, in dit geval het in behandeling nemen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat dit inderdaad het geval was. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan. De andersluidende stelling van de gemeente wordt terzijde gesteld, omdat voor een onderzoek van feitelijke aard in de cassatieprocedure geen plaats is.

Legessanctie ziet op alle activiteiten die verband houden met bestemmingsplan

De Hoge Raad oordeelt verder dat de legessanctie niet uitsluitend ziet op het in behandeling nemen van aanvragen voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, maar ook op aanvragen voor activiteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan (‘buitenplanse afwijking’). Het voor de toepasselijkheid van de legessanctie vereiste verband is dan gelegen in de omstandigheid dat de noodzaak om een vergunning aan te vragen, voortvloeit uit de inhoud van het (te oude) bestemmingsplan.

Ten slotte faalt ook de stelling van de gemeente dat het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning diverse diensten meebrengt, die voor een deel geen verband houden met het bestemmingsplan. Het in behandeling nemen van zo’n aanvraag moet volgens de Hoge Raad worden aangemerkt als één door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte dienst die verband houdt met het bestemmingsplan. De omstandigheid dat de gemeente in het kader van de verdere behandeling van de aanvraag werkzaamheden van verschillende aard moet verrichten en verschillende toetsingskaders moet hanteren, is in dit verband van geen belang. Het hof heeft derhalve terecht de gehele legesnota vernietigd.


Bron: HR 17 november 2017, 16/06031, ECLI:NL:HR:2017:2877

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen