Hoge Raad schept duidelijkheid over gevolgen informatiebeschikking | Deloitte

Article

Hoge Raad schept duidelijkheid over gevolgen informatiebeschikking

Volgens de Hoge Raad kan ook in de procedure tegen de belastingaanslag nog worden aangevoerd dat het aan een onherroepelijke informatiebeschikking verbonden gevolg van omkering en verzwaring van de bewijslast onredelijk is.

14 februari 2017

Informatiebeschikking

Een ieder is verplicht om op verzoek van de inspecteur gegevens en inlichtingen te verstrekken en gegevensdragers voor raadpleging ter beschikking te stellen indien dat voor zijn belastingheffing van belang kan zijn. Voor rechtspersonen en voor natuurlijke personen die een onderneming drijven, inhoudingsplichtige zijn of resultaat uit overige werkzaamheden genieten, geldt bovendien een administratieplicht. Wanneer de inspecteur meent dat een belastingplichtige zijn informatieplicht of administratieplicht heeft geschonden, kan hij dit bij informatiebeschikking vaststellen.


Omkering en verzwaring van de bewijslast

Wanneer een dergelijke beschikking onherroepelijk komt vast te staan, wordt de belastingplichtige volgens de tekst van de wet geconfronteerd met omkering en verzwaring van de bewijslast. Dit betekent dat een bezwaar of beroep tegen een belastingaanslag alleen gegrond wordt verklaard indien de belastingplichtige overtuigend aantoont dat deze te hoog is vastgesteld. Tot voor kort was onduidelijk of dit gevolg altijd intreedt, of dat in de procedure tegen de belastingaanslag(en) waarop de informatiebeschikking ziet nog kan worden aangevoerd dat omkering en verzwaring van de bewijslast onredelijk zou zijn. De Hoge Raad heeft deze vraag recentelijk bevestigend beantwoord. Hierna komen de belangrijkste overwegingen uit dit arrest aan bod.


Hoge Raad

Het doel van de wettelijke regeling van de informatiebeschikking is volgens de Hoge Raad dat een belastingplichtige zo snel mogelijk duidelijkheid krijgt over de gevolgen voor zijn bewijspositie indien hij niet voldoet aan een informatieverzoek van de inspecteur. Hieruit leidt de Hoge Raad af dat de rechter zich in een procedure tegen een informatiebeschikking niet hoeft te beperken tot de vraag of het informatieverzoek van de inspecteur rechtmatig is, maar dat hij ook mag oordelen over de vraag of een vastgesteld verzuim ernstig genoeg is voor omkering en verzwaring van de bewijslast. Laatstgenoemde vraag kan volgens de Hoge Raad eveneens (voor het eerst of opnieuw) aan de orde komen in de procedure tegen de achterliggende belastingaanslag. Ons hoogste rechtscollege voert hiervoor twee argumenten aan.

In de eerste plaats moet in een informatiebeschikking, of in een rechterlijke uitspraak daarover, aan de belanghebbende een termijn worden gegund om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Wanneer de gevraagde informatie binnen de daarin gestelde termijn wordt verstrekt, vervalt de informatiebeschikking niet maar dient omkering en verzwaring van de bewijslast op basis van een redelijke wetsuitleg desondanks achterwege te blijven. De rechter bij wie de procedure over de achterliggende belastingaanslag aanhangig is, moet daarom beoordelen of alsnog aan het informatieverzoek is voldaan.

In de tweede plaats bestaat de mogelijkheid dat pas in laatstgenoemde procedure volledig kan worden overzien of de geconstateerde gebreken van zodanig gewicht zijn dat omkering en verzwaring van de bewijslast gerechtvaardigd is. Om afbakeningsproblemen te voorkomen moet volgens de Hoge Raad daarom in alle gevallen worden aanvaard dat een belanghebbende die vraag ook in de procedure tegen de belastingaanslag waarop de informatiebeschikking betrekking heeft aan de orde kan stellen. De rechtmatigheid van het informatieverzoek als zodanig staat in die procedure echter niet meer ter discussie.


Bron: Hoge Raad 10 februari 2017, 16/02729, ECLI:NL:HR:2017:130

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen