Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over btw-herziening ‘ineens’ | Deloitte Nederland

Article

Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over btw-herziening ‘ineens’

Op 14 december 2018 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie over de Nederlandse btw-herzieningsregels.

9 januari 2019

De Hoge Raad verzoekt het Hof antwoord te geven op de vraag of het in strijd met het EU-recht is dat het totale bedrag van de oorspronkelijk toegepaste aftrek in één keer wordt herzien op het moment van ingebruikname. Dit in het geval dat een ondernemer eerst verwachtte een onroerende zaak belast met btw te gaan exploiteren (en alle btw heeft afgetrokken) maar uiteindelijk vrijgesteld van btw is gaan verhuren.

De Nederlandse wetgeving schrijft voor dat op het moment van ingebruikname herziening van de gehele, oorspronkelijke aftrek van voorbelasting vereist is. De ondernemer is daarentegen van mening dat herziening kan plaatsvinden in tien termijnen, telkens aan het eind van de boekjaren. Dit omdat volgens hem de Nederlandse herzieningsmethode ‘ineens’ in strijd is met het EU-recht.

De Hoge Raad betwijfelt of herziening van de gehele oorspronkelijke aftrek van voorbelasting op bouwkosten ‘ineens’ in het eerste herzieningsjaar op het moment van ingebruikname door de Unierechtelijke beugel kan en stelt hierover vragen aan het Hof van Justitie.

Het Nederlandse systeem van herziening wijkt ― los van de bovenstaande problematiek ― af van het systeem van de Btw-richtlijn. Wij moeten afwachten of het antwoord van het Hof van Justitie ook duidelijkheid schept in hoeverre die afwijking is toegestaan. Wij houden u uiteraard op de hoogte.

Vond u dit nuttig?