Hoge Raad verduidelijkt aftrek van studiekosten onder Wet IB 2001

Article

Hoge Raad verduidelijkt aftrek van studiekosten onder Wet IB 2001

Uitgaven voor opleidingen en cursussen worden ook onder de Wet IB 2001 alleen als aftrekbare kosten aangemerkt wanneer de uitgaven ertoe strekken om reeds verworven vakkennis op peil te houden.

10 januari 2017

Uitgaven voor opleidingen en cursussen

De Hoge Raad heeft in 1995 onder het regime van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 geoordeeld dat uitgaven voor een opleiding of cursus die leiden tot het verkrijgen van een nieuwe bevoegdheid en daardoor een duurzame positieverbetering tot gevolg hebben, niet als aftrekbare kosten kunnen worden aangemerkt maar slechts als buitengewone lasten in aanmerking mogen worden genomen. Dit in tegenstelling tot uitgaven die ertoe strekken om reeds verworven vakkennis op peil te houden. Recentelijk deed zich de vraag voor of dit onderscheid onder het regime van de Wet inkomstenbelasting 2001 nog steeds geldig is.


Zakelijk karakter

Belanghebbende is een geregistreerde octrooigemachtigde en verricht in die hoedanigheid werkzaamheden betreffende procesvoering in intellectueel eigendomszaken. De inkomsten hieruit heeft hij als resultaat uit overige werkzaamheden verantwoord. Daartegenover staat dat hij kosten in verband met een cursus en een rechtenstudie als scholingsuitgaven in aftrek heeft gebracht. De inspecteur heeft de hierin begrepen reis- en verblijfkosten gecorrigeerd, omdat deze uitgaven expliciet zijn uitgesloten als persoonsgebonden aftrekpost. Vervolgens is de vraag gerezen of deze kosten deels ten laste van het resultaat kunnen worden gebracht, aangezien in de winstsfeer slechts een gedeeltelijke aftrekbeperking geldt.

Hof Den Haag heeft geoordeeld dat de reis- en verblijfskosten inderdaad een zakelijk karakter hebben en tot een bedrag van € 1.500 aftrekbaar zijn. Het Hof heeft daartoe overwogen dat de door belanghebbende gevolgde cursus als verplichte permanente educatie diende en dat onder het regime van de Wet IB 2001 niet langer van belang is of met de door belanghebbende gevolgde rechtenstudie een nieuwe bevoegdheid is verkregen. Tegen laatstgenoemde overweging is namens de staatssecretaris cassatieberoep aangetekend.


Hoge Raad

De Hoge Raad is met de staatssecretaris van mening dat de hofuitspraak van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. Ook onder het regime van de Wet IB 2001 geldt dat cursus- en opleidingskosten alleen in mindering kunnen komen op de winst of het resultaat uit overige werkzaamheden wanneer eerst is vastgesteld dat deze uitgaven strekken tot het op peil houden van reeds verworven vakkennis. Onder het op peil houden moet worden begrepen de aanvulling van kennis die is geboden om te voorkomen dat de bestaande ondernemingsactiviteit respectievelijk de bestaande werkzaamheid aan economische betekenis inboet. Studiekosten die ertoe strekken nieuwe vakkennis te verwerven en zodoende de vakbekwaamheid uit te breiden, kunnen echter alleen als persoonsgebonden aftrekpost in aanmerking worden genomen.


Aftrekbaarheid scholingsuitgaven

Het door de Hoge Raad gemaakte onderscheid tussen scholingsuitgaven die als aftrekbare kosten respectievelijk als persoonsgebonden aftrekpost kwalificeren, wordt in de toekomst mogelijk van nog groter belang. Als het aan het kabinet ligt, sneuvelt de persoonsgebonden aftrekpost voor scholingsuitgaven namelijk per 1 januari 2018. Daarvoor in de plaats komt een subsidie in de vorm van scholingsvouchers voor personen voor wie het maatschappelijk belang van scholingsdeelname groot is. Het is echter onzeker of de wetswijziging doorgang vindt, omdat de stemming over het daartoe strekkende wetsvoorstel na zware kritiek vanuit de Tweede Kamer is opgeschort.


Bron: Hoge Raad 23 december 2016, 15/05288, ECLI:NL:HR:2016:2901

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen