Hoge Raad verduidelijkt wie bezwaar en beroep kunnen aantekenen | Deloitte

Article

Hoge Raad verduidelijkt wie bezwaar en beroep kunnen aantekenen

Volgens de Hoge Raad kan een vennoot niet op persoonlijke titel bezwaar en beroep aantekenen tegen een aan de VOF opgelegde naheffingsaanslag. Die mogelijkheid ontstaat pas nadat de ontvanger de vennoot aansprakelijk heeft gesteld voor betaling van deze belastingschuld.

18 september 2017

Gesloten stelsel van rechtsbescherming

Het belastingrecht kent een gesloten stelsel van rechtsbescherming. Concreet betekent dit dat alleen bezwaar openstaat tegen belastingaanslagen en beschikkingen waarvan expliciet is aangegeven dat zij voor bezwaar vatbaar zijn. Voorbeelden van die laatste categorie zijn opgelegde boetes en in rekening gebrachte belastingrente. Tegen een door de inspecteur gedane uitspraak op bezwaar staat achtereenvolgens beroep open bij de rechtbank, hoger beroep bij het gerechtshof en cassatieberoep bij de Hoge Raad.

De wet geeft ook duidelijk aan wie gerechtigd zijn om bezwaar en beroep in te stellen, namelijk degene aan wie de belastingaanslag is opgelegd, degene die de verschuldigde belasting op aangifte heeft betaald c.q. degene tot wie de voor bezwaar vatbare beschikking zich richt. Daarop geldt één uitzondering: bezwaar en beroep staat ook open voor degene van wie inkomens- of vermogensbestanddelen zijn begrepen in een aan een ander opgelegde belastingaanslag. Dat deze regels niet voor iedereen duidelijk zijn, blijkt wel uit een recent arrest van de Hoge Raad.


Geen rechtsingang op eigen naam

X is een van de vennoten in een vennootschap onder firma (VOF) die een rijschool exploiteert. Op 25 april 2012 is een naheffingsaanslag omzetbelasting aan de VOF opgelegd over het tijdvak 1 januari 2008 tot en met 31 december 2010. X heeft hiertegen op eigen naam bezwaar aangetekend. Dit bezwaarschrift is echter door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Volgens Hof Den Bosch is dat terecht, omdat X niet gerechtigd zou zijn om op eigen naam bezwaar aan te tekenen tegen een aan de VOF opgelegde naheffingsaanslag.


Wel rechtsingang bij aansprakelijkstelling

De Hoge Raad heeft de hofuitspraak in cassatie bevestigd. Hoofdregel is dat alleen namens de VOF zelf bezwaar en vervolgens (hoger) beroep kan worden ingesteld. Hier doet zich ook niet de uitzondering voor dat een aan X toebehorend inkomens- of vermogensbestanddeel is begrepen in de aan de VOF opgelegde naheffingsaanslag. Het feit dat X als firmant op grond van het civiele recht aansprakelijk is voor belastingschulden van de VOF, leidt evenmin tot een ander oordeel.

De Hoge Raad wijst er daarbij op dat aansprakelijkstelling door de ontvanger bij voor bezwaar vatbare beschikking moet geschieden, ook als deze aansprakelijkheid voortvloeit uit het civiele recht. En in het kader van een aansprakelijkheidsprocedure is X wel bevoegd om de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag te betwisten. Van een tekort aan rechtsbescherming voor X is dus geen sprake. De rechtsingang ontstaat alleen pas ten tijde van de feitelijke aansprakelijkstelling.


Slot

Uit bovenstaand arrest blijkt maar weer eens dat het aanwenden van rechtsmiddelen in het belastingrecht nauw luistert. En dan hebben we niet alleen over de vraag wie waartegen bezwaar en beroep kan aantekenen, maar vooral ook over de fatale termijn voor het instellen van bezwaar en beroep. Veel bezwaar- en beroepschriften vinden een voortijdig einde doordat zij niet tijdig worden ingediend, of omdat geconstateerde gebreken niet tijdig worden hersteld. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!


Bron: HR 15 september 2017, 16/02715, ECLI:NL:HR:2017:2348

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen