Hoge Raad verduidelijkt begrip ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ | Deloitte

Article

Hoge Raad verduidelijkt opnieuw wanneer sprake is van ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’

Ingeval van een belastingprocedure dient de inspecteur alle stukken aan de rechter te overleggen die hem ter beschikking staan en welke van belang kunnen zijn voor de beslechting van de nog bestaande geschilpunten.

22 augustus 2018

Op de zaak betrekking hebbende stukken

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht is de inspecteur verplicht om tijdens een beroepsprocedure alle op de zaak betrekking hebben stukken aan de bestuursrechter te overleggen. Niet zelden vormt deze verplichting een nieuwe aanleiding voor onenigheid tussen de betrokken partijen. Eerder dit jaar heeft de Hoge Raad een richtinggevend arrest gewezen over deze materie. Daarin stelde de Hoge Raad voorop dat de verplichting van de inspecteur om op de zaak betrekking hebbende stukken te overleggen waarborgt dat een geschil over een door de inspecteur genomen besluit wordt beslecht op basis van alle relevante feitelijke gegevens, zodat de rechter daarmee bij zijn beoordeling rekening kan houden.

Concreet strekt de verplichting zich uit tot alle stukken die de inspecteur of de heffingsambtenaar ter beschikking staan, of hebben gestaan, en die van belang kunnen zijn voor de beslechting van de bestaande geschilpunten. Ook informatie uit digitale gegevensverzamelingen (databases) valt onder de reikwijdte van deze verplichting, althans voor zover deze daadwerkelijk van belang is voor de aan de orde zijnde zaak. Recentelijk heeft ons hoogste rechtscollege in een tweetal zaken nader invulling gegeven aan deze verplichting.

Grondstaffels

In de eerste zaak had belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van een aan hem toebehorende onroerende zaak. Onderdeel van deze bezwaarprocedure is het ‘horen’ door de heffingsambtenaar van de gemeente. Voorafgaand aan dit hoorgesprek dienen de op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te worden gelegd. In dit kader had belanghebbende verzocht om inzage in de kavelwaarde en de opbouw daarvan (hierna: de grondstaffels). De heffingsambtenaar heeft deze gegevens echter pas in hoger beroep overlegd. Hij betoogde dat het niet mogelijk was om de gevraagde informatie reeds tijdens de bezwaarfase uit het voor de vaststelling van de WOZ-waarde gebruikte softwareprogramma te destilleren.

De Hoge Raad oordeelt echter dat indien een genomen besluit (deels) het resultaat is van een geautomatiseerd proces, gewaarborgd moet worden dat de juistheid van de tijdens dat proces gemaakte keuzes en de daarbij gebruikte gegevens en gedane aannames inzichtelijk en controleerbaar wordt gemaakt. Anders dreigt een ongelijkwaardige procespositie tussen partijen te ontstaan. Nu de heffingsambtenaar niet aan deze eis heeft kunnen voldoen, is het Hof terecht overgegaan tot het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Taxatiedossier

In de tweede zaak draaide het om de juistheid van de WOZ-waarde van een aantal onroerende zaken in het kader van de box 3-heffing. Belanghebbende heeft de inspecteur verzocht om de taxatiedossiers te overleggen die ten grondslag hebben gelegen aan de in het geding gebrachte taxatierapporten. Hof Arnhem-Leeuwaarden heeft geoordeeld dat hier geen sprake is van op de zaak betrekking hebbende stukken. De inspecteur heeft namelijk pas in de beroepsfase de beschikking gekregen over de taxatiedossiers. Deze stukken hebben dus geen rol gespeeld bij het opleggen van de aanslag inkomstenbelasting, noch bij het doen van uitspraak op bezwaar.

Volgens de Hoge Raad heeft het gerechtshof echter een onjuiste maatstaf aangelegd. Van belang is enkel of de taxatiedossiers van belang kunnen zijn voor de beslechting van de nog openstaande geschilpunten door de rechter. En dat is wel degelijk het geval. Ook de gevraagde schermprints van de WOZ-beschikkingen hadden moeten worden overlegd. Het feit dat belanghebbende zelf ook over deze stukken beschikt, ontslaat een bestuursorgaan niet van de verplichting om deze stukken in het geding te brengen. Wel kan dit gegeven een rol spelen bij het gewicht dat de rechter toekent aan het niet-naleven van deze verplichting.


Bron:

  • HR 17 augustus 2018, 17/01448, ECLI:NL:HR:2018:1316
  • HR 17 augustus 2018, 17/00879, ECLI:NL:HR:2018:1319
Vond u dit nuttig?