Hoge Raad verduidelijkt splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting | Deloitte Nederland

Article

Hoge Raad verduidelijkt splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting

De Hoge Raad oordeelt dat zakelijke voorwaarden niet zonder meer ontbreken als de betrokken vennootschappen geen onderneming drijven.

24 december 2020

Splitsingsvrijstelling

De overdrachtsbelasting grijpt aan bij de verkrijging van de (economische) eigendom van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze onroerende zaken zijn onderworpen. Ook de verkrijging van aandelen in rechtspersonen waarvan de bezittingen grotendeels bestaan uit onroerende zaken valt onder bepaalde voorwaarden onder de reikwijdte van de overdrachtsbelasting. De overdrachtsbelasting bevat echter ook vrijgestelde verkrijgingen, onder andere ingeval van fusie, splitsing of interne reorganisatie. Aan de toepassing van deze vrijstellingen zijn echter de nodige voorwaarden verbonden. Zo is de splitsingsvrijstelling alleen van toepassing als de splitsing hoofdzakelijk op grond van zakelijke overwegingen heeft plaatsgevonden. Recentelijk heeft de Hoge Raad nadere invulling gegeven aan de splitsingsvrijstelling.

Broer en zus-vennootschap

Broer en zus bezaten ieder de helft van de aandelen in X bv. De vennootschap hield onder meer alle aandelen in Y bv, waarin een pand was ondergebracht dat verhuurd werd aan een andere bv van de broer. Vanwege de verstoorde onderlinge verhoudingen hebben broer en zus besloten om een juridische splitsing door te voeren, waarbij de aandelen in Y bv onder een nieuwe holding (Z bv) van de zus zijn komen te hangen. De betrokken partijen hebben vervolgens een beroep gedaan op de splitsingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting en de overdrachtsbelasting. Voor wat betreft de vennootschapsbelasting is de inspecteur aan dit verzoek tegemoet gekomen. De splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting is echter geweigerd. In geschil is met name of sprake is van zakelijke overwegingen.

Het Hof oordeelde dat ten tijde van de splitsing geen sprake was van actieve werkzaamheden en slechts sprake was van passief vermogensbeheer. Het Hof kwam daardoor tot de conclusie dat geen sprake is van zakelijke overwegingen op grond waarvan de splitsing heeft plaatsgevonden. Z bv heeft het Hof er evenmin van kunnen overtuigen dat de splitsing ondanks het ontbreken van zakelijke redenen toch niet was gericht op het ontgaan of uitstellen van de heffing van overdrachtsbelasting. Dat een vrijstelling in de vennootschapsbelasting is verleend, betekent niet noodzakelijkerwijs dat ook een vrijstelling in de overdrachtsbelasting moet worden verleend.

Invulling zakelijke overwegingen

De Hoge Raad neemt echter afstand van de gevolgtrekking van het Hof. Ons hoogste rechtscollege oordeelt dat de wetgever met de in art. 5c Uitvoeringsbesluit BRV opgenomen voorwaarden juist wel heeft willen aansluiten bij de splitsingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. De vrijstellingen moeten worden uitgelegd in het licht van de Fusierichtlijn. Uit de jurisprudentie van het HvJ EU met betrekking tot de fusierichtlijn volgt dat de enkele omstandigheid dat de bij de splitsing betrokken vennootschappen geen onderneming drijven niet uitsluit dat de splitsing op grond van zakelijke overwegingen heeft plaatsgevonden. Naast actieve werkzaamheden kunnen andere zakelijke overwegingen ook een rol spelen. De Hoge Raad verwijst de zaak naar een ander gerechtshof om opnieuw te laten beoordelen of de splitsing heeft plaatsgevonden op grond van zakelijke overwegingen.


Bron: HR 18 december 2020, 20/00199, ECLI:NL:HR:2020:2078

Did you find this useful?