Hoge Raad verduidelijkt wanneer procesbelang aanwezig is | Deloitte

Article

Hoge Raad verduidelijkt wanneer procesbelang aanwezig is

Een bezwaar- of beroepschrift is ontvankelijk wanneer het aanwenden van dit rechtsmiddel ertoe kan leiden dat de aanslag op een lager bedrag of het verlies op een hoger bedrag wordt vastgesteld.

15 mei 2017

English version

Procesbelang

Een belastingplichtige die het niet eens is met de hoogte van een aan hem opgelegde aanslag of met de omvang van het vastgestelde verlies over een jaar, kan daartegen bezwaar aantekenen bij de belastingdienst. Bij een afwijzende uitspraak van de inspecteur, staat achtereenvolgens beroep open bij de rechtbank, hoger beroep bij het gerechtshof en ten slotte cassatieberoep bij de Hoge Raad.
Het instellen van een rechtsmiddel luistert echter nauw. Zo geeft de wet voorschriften over de inhoud van het bezwaar-of beroepschrift (NAW-gegevens, dagtekening, omschrijving bestreden besluit en motivering) en de termijn waarbinnen het moet worden ingediend. Wanneer deze niet worden nageleefd, kan dit tot niet-ontvankelijkverklaring leiden. Dit betekent dat het bezwaar of beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Dit gevolg treedt ook in wanneer een belastingplichtige geen belang heeft bij een beslissing op zijn bezwaar of beroep. Recentelijk heeft de Hoge Raad verduidelijkt wanneer die situatie zich voordoet.


Terugkomen op eigen aangifte

Een woningcorporatie heeft in haar aangifte vennootschapsbelasting 2010 een groot verlies aangegeven dat veroorzaakt is door een afwaardering van bij haar in bezit zijnde huurwoningen. De inspecteur heeft de aanslag conform de aangifte op nihil vastgesteld en het verlies bij beschikking vastgesteld op circa EUR 7,9 mln. Bij nader inzien wilde de woningcorporatie de afwaardering van de huurwoningen echter ongedaan maken, omdat zij betwijfelt of het vastgestelde verlies binnen de wettelijke termijn zal kunnen worden verrekenend met toekomstige winsten. De inspecteur heeft het bezwaarschrift echter wegens gebrek aan financieel belang niet-ontvankelijk verklaard. Rechtbank Gelderland is hierin meegegaan en heeft geoordeeld dat gegrondbevinding van de ingebrachte bezwaren de woningcorporatie voor wat betreft het jaar 2010 juist in een nadeliger positie zou brengen. Het vastgestelde verlies zou dan namelijk moeten worden teruggedraaid.


Betere positie

De Hoge Raad oordeelt echter dat de rechtbank een verkeerde toets heeft aangelegd. De rechtbank had namelijk in abstracto moeten beoordelen of het instellen van bezwaar tegen de hoogte van het door de inspecteur vastgestelde verlies tot een positieverbetering had kunnen leiden. En dat is wel degelijk het geval. Zoals de Hoge Raad aangeeft, had de woningcorporatie later in de bezwaarprocedure immers andere argumenten kunnen aanvoeren die juist tot het vaststellen van een hoger verlies hadden kunnen leiden. Dat deze argumenten niet in het bezwaarschrift zelf waren opgenomen, doet derhalve niet af aan de ontvankelijkheid.


Pyrrusoverwinning

Vermoedelijk schiet de woningcorporatie uiteindelijk echter weinig op met deze beslissing. De Hoge Raad wijst er namelijk fijntjes op dat de rechtsmiddelen van bezwaar en beroep slechts kunnen strekken tot verlaging van de bestreden aanslag of verhoging van het door de inspecteur vastgestelde verlies. En dat is nu juist wat de woningcorporatie niet wenst. Zij wilde de in 2010 genomen afwaardering van de huurwoningen immers terugdraaien en daartegenover deels een herbestedingsreserve vormen. Uiteindelijk zou dit erop neerkomen dat het vastgestelde verlies volledig zou moeten worden teruggedraaid. De beslissing van de Hoge Raad maakt duidelijk dat dit resultaat niet kan worden bereikt, althans niet in een procedure tegen de verliesvaststellingbeschikking over 2010.


Bron: HR 12 mei 2017, 15/05579, ECLI:NL:HR:2017:844

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen