Hoge Raad wijst eindarrest over incidentele werkzaamheden en onbetaald verlof

Article

Hoge Raad wijst eindarrest over incidentele werkzaamheden en onbetaald verlof

De Hoge Raad volgt de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie EU en oordeelt dat Nederland geen rekening hoeft te houden met incidentele werkzaamheden in België en dat tijdens onbetaald verlof de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing blijft.

23 januari 2018

In twee zaken had de Hoge Raad twijfels over de toepassing van de Europese verordening voor sociale zekerheid. Hij had daarom aan het Hof van Justitie EU de vraag voorgelegd hoe de regels in de betreffende zaken moesten worden uitgelegd. Eerder informeerden wij u over deze uitspraken van het Hof van Justitie EU. Nu heeft de Hoge Raad ook het eindarrest in deze zaken gewezen.

Incidentele werkzaamheden

In twee zaken had de Hoge Raad twijfels over de toepassing van de Europese verordening voor sociale zekerheid. Hij had daarom aan het Hof van Justitie EU de vraag voorgelegd hoe de regels in de betreffende zaken moesten worden uitgelegd. Eerder informeerden wij u over deze uitspraken van het Hof van Justitie EU. Nu heeft de Hoge Raad ook het eindarrest in deze zaken gewezen.

In de eerste zaak ging het om een programmeur die in België woont en in Nederland werkt voor een Nederlandse werkgever. In 2009 werkte hij dertien dagen in België. Daarvan waren 2 dagen besteed aan het bezoeken van klanten en de resterende 11 dagen aan thuiswerken (beantwoorden van e-mails en opstellen en versturen van offertes). Dit is 6,46% van zijn feitelijke werktijd. De rest van de tijd werkte hij in Nederland. In zijn contract is niets opgenomen over thuiswerken. Ook zat in het thuiswerken geen vast patroon. De vraag was of deze werknemer in twee lidstaten ‘pleegt’ te werken en dus een deel van zijn werkzaamheden in een andere lidstaat verricht.
Het Hof van Justitie EU verklaarde dat de programmeur niet gewoonlijk werkzaamheden van betekenis in België verricht en daardoor dus niet in België pleegt te werken. Met inachtneming van deze verklaring heeft de Hoge Raad nu geoordeeld dat de programmeur uitsluitend in Nederland werkte en daarom in Nederland sociaal verzekerd was.

Onbetaald verlof

In de tweede zaak ging het om een werkneemster die in Nederland woont en gewoonlijk in Nederland werkzaamheden verrichtte voor haar Nederlandse werkgever. Zij nam gedurende een periode van drie maanden onbetaald verlof op bij haar Nederlandse werkgever. Tijdens dit verlof gaf zij les als skilerares in Oostenrijk. Hier speelde de vraag of zij in meerdere lidstaten pleegt te werken.

Het Hof van Justitie EU verklaarde dat deze skilerares in twee lidstaten werkzaam was als zij:

  1. naar Nederlandse wetgeving verzekerd was tijdens haar onbetaald verlof. De Hoge Raad heeft bevestigd dat dit het geval is;
  2. zij in die periode in Oostenrijk gewoonlijk werkzaamheden van betekenis uitoefende. 

De Hoge Raad is nu tot de conclusie gekomen dat inderdaad aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan. Met inachtneming van de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie EU, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de skilerares in twee lidstaten werkzaam was en daarom in Nederland verzekerd is gebleven.


Bronnen:

  • Hoge Raad 19 januari 2018, nr. 14/05851, ECLI:NL:HR:2018:50
  • Hoge Raad 19 januari 2018, nr. 14/05346, ECLI:NL:HR:2018:49
Vond u dit nuttig?