Horen van anonieme getuigen in belastingzaken?

Article

Horen van anonieme getuigen in belastingzaken?

De Hoge Raad constateert dat het bestuursprocesrecht niet voorziet in het horen van anonieme getuigen in belastingzaken en roept de wetgever op om een regeling te treffen op dit punt.

6 december 2017

Getuigen en deskundigen

Partijen in een belastingprocedure hebben de mogelijkheid om getuigen of deskundigen mee te brengen naar de zitting van de bestuursrechter. Een partij die van deze mogelijkheid gebruik wil maken, moet de wederpartij en de rechter uiterlijk een week voor de dag waarop de zitting gehouden hiervan op de hoogte stellen, onder vermelding van de namen en woonplaatsen van deze personen. De rechter kan ook besluiten om zelf getuigen op te roepen, al dan niet op verzoek van een procespartij. In dat geval zijn deze personen verplicht om op de zitting te verschijnen en kunnen zij ook onder ede worden gehoord.

Getuigenbewijs kan met name een rol spelen bij de beoordeling in hoeverre door partijen gestelde feiten aannemelijk zijn. De bestuursrechter hoeft een meegebrachte getuige echter niet te horen indien hij van oordeel is dat dit redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Dit kan zich voordoen wanneer het bewijsaanbod onvoldoende gespecificeerd is, als het te bewijzen feit niet in geschil is, of als het met getuigen te leveren bewijs al langs andere weg is geleverd.

Anonieme getuigen

Recentelijk moest de Hoge Raad oordelen over de vraag of het in belastingzaken mogelijk is om anonieme getuigen te horen. Het ging in die zaak over een uitzendbureau dat afdrachtvermindering onderwijs had geclaimd. De inspecteur oordeelde dat niet aan de voorwaarden was voldaan en heeft naheffingsaanslagen loonheffing over 2010 en 2011 opgelegd.

In hoger beroep deed het uitzendbureau een beroep op het gelijkheidsbeginsel. In dat kader verzocht zij Hof Den Haag om enkele personen als getuige op te roepen zonder de identiteit van deze personen aan de inspecteur bekend te maken. Als reden voerde het uitzendbureau aan dat deze getuigen anders ernstig rekening zouden moeten houden met naheffingsaanslagen en boetes. Het Hof heeft dit verzoek afgewezen met als argument dat de Algemene wet bestuursrecht niet voorziet in de mogelijkheid om anonieme getuigen op te roepen. Tegen dit oordeel heeft het uitzendbureau cassatieberoep aangetekend.  

Oproep aan de wetgever

De Hoge Raad overweegt dat het bestuursprocesrecht ‘naar de letter genomen’ niet voorziet in de mogelijkheid om anonieme getuigen te horen, ook niet als een getuige zich door het afleggen van een verklaring zou blootstellen aan gevaar. Vervolgens ziet de Hoge Raad zich voor de vraag gesteld of de bestuursrechter desondanks de vrijheid heeft om tegemoet te komen aan een dergelijk verzoek. Ons hoogste rechtscollege geeft aan dat het primair op de weg van de wetgever ligt om een regeling te treffen. Hij wijst daarbij op het strafrecht, dat uitgewerkte regels bevat over het horen van bedreigde getuigen die anoniem wensen te blijven.

Indien de mogelijkheid tot anoniem getuigenbewijs al zou worden aanvaard, dient volgens de Hoge Raad grote terughoudendheid te worden betracht. Het anoniem horen van getuigen beperkt de partij die de getuige niet kent immers sterk in de mogelijkheid om de geloofwaardigheid van deze persoon ter discussie te stellen. Beginselen van behoorlijk procesrecht brengen dan mee dat een zodanige beperking alleen geoorloofd is indien zij strikt noodzakelijk is, bijvoorbeeld wanneer voor het leven of de gezondheid van de getuige moet worden gevreesd.

De omstandigheid dat op te roepen getuigen mogelijk met naheffingsaanslagen of boetes worden geconfronteerd, is volgens de Hoge Raad volstrekt onvoldoende om deze personen anonimiteit te verlenen. Het cassatieberoep van het uitzendbureau wordt om die reden verworpen.


Bron: HR 24 november 2017, 16/04810, ECLI:NL:HR:2017:2986  

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen