Implementatie fiscale maatregelen regeerakkoord | Deloitte

Article

Implementatie fiscale maatregelen regeerakkoord

In een nota van wijziging op het Belastingplan 2018 alsmede in een nieuw wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan enkele beleidsvoornemens uit het regeerakkoord.

8 november 2017

English version

Terug naar overzicht Belastingplan 2018


Enkele delen van het op 10 oktober 2017 gepresenteerde regeerakkoord moeten al op 1 januari 2018 in werking treden. Daartoe heeft de regering onlangs een nota van wijziging bij het Belastingplan 2018 ingediend. Daarnaast is een wetsvoorstel ingediend dat voorziet in de geleidelijke afbouw van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (afschaffing Hillenregeling). Hieronder treft u een samenvatting van de voorgestelde wijzigingen aan.

Loon- en inkomstenbelasting

Eigenwoningforfait

Eigenwoningbezitters die hun eigenwoningschuld hebben afgelost gaan vanaf 2019 per saldo weer inkomstenbelasting betalen over de waarde van hun woning. De aftrekpost wegens ‘geen of geringe eigenwoningschuld’ (de zogenoemde Hillenregeling) wordt gefaseerd over een periode van 30 jaar afgebouwd: elk jaar wordt het voordeel met 3,33% verlaagd. Dit betekent dat in 2019 nog 96,67% van het positieve verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten in verband met de eigen woning als extra aftrekpost mag worden opgevoerd. Als reden voor de wetswijziging voert het kabinet aan dat het budgettaire beslag van deze regeling steeds verder toeneemt nu sinds 1 januari 2013 verplicht op nieuwe eigenwoningschulden moet worden afgelost.


Verhoging heffingsvrij vermogen box 3

Per 1 januari 2018 wordt het heffingsvrije vermogen in box 3 verhoogd tot € 30.000 per belastingplichtige (2017: € 25.000). Hiermee worden kleine spaarders ontzien. Daarnaast zal voor het rendement over het spaargedeelte van het vermogen gebruik worden gemaakt van actuelere cijfers. Als gevolg hiervan zal het in aanmerking te nemen forfaitaire rendement in 2018 voor kleinere vermogens naar verwachting fors dalen.


Heffingskortingen

De ouderenkorting wordt per 1 januari 2019 met € 160 verhoogd. De nota van wijziging voorziet echter ook in een geleidelijke inkomensafhankelijke afbouw van deze heffingskorting tot nihil. Het afbouwpercentage bedraagt 15% boven een verzamelinkomen van circa € 36.500. Dit systeem komt in de plaatst van de huidige harde inkomensgrens.

Een andere belangrijke wijziging is dat uitbetaling van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting aan de minstverdienende partner vanaf 2019 wordt afgebouwd, zoals dat nu reeds het geval is bij de algemene heffingskorting. Het kabinet kiest ervoor om direct aan te sluiten bij het afbouwpercentage van laatstgenoemde heffingskorting. Dit betekent dat in 2019 nog maar 26,67% van het totaalbedrag van deze heffingskortingen voor uitbetaling in aanmerking komt. De afbouw van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt, in tegenstelling tot de algemene heffingskorting, ook voor belastingplichtigen die vóór 1 januari 1963 geboren zijn. De afbouw zal in 2023 zijn voltooid.

Vennootschapsbelasting

Geen verlenging eerste tariefschijf

Het regeerakkoord voorziet in een forse verlaging van de VPB-tarieven. Daartegenover staat onder andere dat de geleidelijke verlenging van de eerste tariefschijf tot uiteindelijk € 350.000, zoals in het Belastingplan 2017 was voorzien, geen doorgang vindt. Voor het boekjaar 2018 betekent dit dat de eerste tariefschijf eindigt bij een belastbaar bedrag van € 200.000, in plaats van de eerder voorziene € 250.000. De grens van € 200 000 blijft de komende jaren gehandhaafd.


Innovatiebox

Winsten die worden behaald met kwalificerende innovatieve activiteiten worden door toepassing van de innovatiebox in 2017 effectief belast tegen een tarief van 5%. De regering stelt voor om dit effectieve tarief per 1 januari 2018 te verhogen naar 7%. Er is in een overgangsregeling voorzien voor situaties waarin vóór die datum genoten voordelen op een later tijdstip moeten worden teruggedraaid. In de toelichting bij de nota van wijziging wijst de wetgever op de situatie waarin een in 2017 ingediende aanvraag voor een octrooi of kwekersrecht in een later jaar wordt afgewezen.

Accijns

Tabaksaccijns

De tabaksaccijns wordt in de periode tot 2021 taakstellend verhoogd met in totaal € 200 mln. Naast het genereren van budgettaire opbrengt wil het nieuwe kabinet hiermee haar beleidsdoelstelling om te komen tot een rookvrije generatie bevorderen. Mede vanwege de verwachte gedragseffecten resulteert dit in een forse verhoging van de accijnstarieven.

Commentaar

Het meest in het oog springend is de afschaffing van de Hillenregeling. Niet verrassend uiteraard, gezien de aankondiging in het regeerakkoord. Gedurende de eerste jaren zal dat niet tot ingrijpende financiële gevolgen leiden, gelet op de zeer langdurige afbouwperiode van 30 jaar. Na verloop van tijd zullen belastingplichtigen die hun eigenwoningschuld hebben afgelost het effect van de maatregel echter steeds meer in hun portemonnee gaan voelen. De achtergrond van de regeling was indertijd vooral om mensen te stimuleren hun hypotheekschulden sneller af te bouwen. De regelgeving kent daar inmiddels diverse andere regels, voor zoals de verplichting tot annuïtaire aflossing en de verlaging van het maximaal te lenen bedrag voor de aankoop van een eigen woning. Het is evident dat de afschaffing van de Hillenregeling vooral ouderen treft, omdat die nu eenmaal vaak de hypotheekschuld al hebben afgelost. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de oppositie tegen deze maatregelen vooral van de ouderenpartijen komt. Voor wat betreft de lengte van de afbouwperiode overigens nog een opmerking: 30 jaar is wel erg lang. Het zou ons niet verbazen als over een aantal jaren besloten wordt tot een substantiële versnelling van de afbouw.

De verhoging van het heffingsvrije vermogen in box 3 tot € 30.000 lijk op het eerste gezicht spectaculair, maar dat valt wel mee. Het netto-voordeel bedraagt slechts € 60 per jaar. Voor wat betreft de aanpassing van het forfaitaire rendement op spaarvermogen is wel een forse stap gemaakt. Tot nu toe baseerde men zich op de spaarrendementen van vijf jaar terug. Dit wordt teruggebracht tot één jaar. Dat betekent dus een veel betere aansluiting bij de huidige rentestand.

Een laatste punt van aandacht is dat vooral het MKB nadeel ondervindt van het niet doorgaan van de verlenging van de eerste tariefschijf in de vennootschapsbelasting. Kleinere bedrijven met een lagere winst profiteren immers verhoudingsgewijs het meest van het lage VPB-tarief in de eerste schijf (2017: 20%). Het MKB komt er ook meer in het algemeen slecht vanaf, nu de aangekondigde tariefverlaging in de vennootschapsbelasting vooral wordt gefinancierd door lastenverzwaringen voor het bedrijfsleven. Bovendien krijgen dga’s ook nog eens te maken met een verhoging van het box 2-tarief tot 28,5%.

Deloitte Update café

Driemaal per jaar organiseert Deloitte verspreid over het land Deloitte Update Cafés: bijeenkomsten waarin u in een aangename setting met volop netwerkmogelijkheden door Deloitte-experts wordt bijgepraat over actuele ontwikkelingen binnen uw vakgebied.

Onderwerpen die onlangs werden behandeld zijn onder meer: cyber security, financiële verslaglegging, wijzigingen in fiscale wetgeving, risk & reputation, management reporting, trends en ontwikkelingen in de Mid Market, toegepaste data analytics.
De Deloitte Update Cafés vergen slechts weinig tijd, de meeste bestaan uit twee presentaties van elk een uur.

U vindt Deloitte Update Cafés in de (omgeving van) Alkmaar, Amsterdam, Arnhem, Breda, Eindhoven, Maastricht, Groningen/Leeuwarden, Utrecht en Zwolle. Meer over Deloitte Update Café.

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen