In bezwaar kan een hogere WOZ-waarde worden bepleit

Article

In bezwaar kan een hogere WOZ-waarde worden bepleit

Sinds 1 oktober 2015 is in de Wet WOZ opgenomen dat in bezwaar ook verzocht kan worden om een hogere WOZ waarde. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat deze wetswijziging ook gevolgen kan hebben voor lopende procedures.

25 oktober 2017

WOZ-waarde

Sinds 1 oktober 2015 heeft de wetgever de Wet WOZ in die zin aangepast dat belanghebbenden ook bezwaar kunnen maken tegen een te lage WOZ-waarde. Daarbij is geen overgangsregeling getroffen voor op dat tijdstip nog niet onherroepelijke vaststaande WOZ-beschikkingen. Om die reden heeft de Hoge Raad recentelijk geoordeeld dat aan de wetswijziging onmiddellijke werking toekomt. Uit het arrest blijkt dat dit zelfs gevolgen meebrengt voor lopende gerechtelijke procedures.

Casus

Een belastingplichtige heeft een WOZ-beschikking voor het jaar 2013 ontvangen (waardepeildatum: 1 januari 2012). Daartegen heeft hij bezwaar aangetekend, omdat hij van mening is dat de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak te laag is vastgesteld. De heffingsambtenaar van de betreffende gemeente (in bezwaar) en de rechtbank (in beroep) hebben vóór 1 oktober 2015 geoordeeld dat de belastingplichtige niet-ontvankelijk is. Ook het gerechtshof was van oordeel dat een procesbelang ontbreekt en dat in bezwaar of (hoger) beroep alleen kan worden beoordeeld of de WOZ-waarde en de daarmee samenhangende aanslag onroerende zaakbelasting op een lager bedrag moet worden vastgesteld. De uitspraak van het Hof is ná 1 oktober 2015 gedaan.

Tegen dit oordeel heeft belastingplichtige met succes beroep in cassatie aangetekend. De Hoge Raad oordeelt namelijk dat de wetswijziging van 1 oktober 2015 onmiddellijke werking heeft gehad. Het Hof had het hoger beroep dan ook ontvankelijk moeten verklaren en moeten onderzoeken of de WOZ-waarde op een hoger bedrag diende te worden vastgesteld. Hieraan doet niet af dat de uitspraak van de heffingsambtenaar en de uitspraak van de rechtbank op basis van het destijds geldende recht juist waren.

Is er altijd een belang bij een hogere WOZ-waarde?

De Hoge Raad geeft als uitgangspunt mee dat iedereen aan wie een WOZ-beschikking bekend is gemaakt, geacht wordt een belang te hebben bij de vaststelling van een hogere WOZ-waarde indien dit in bezwaar of beroep wordt bepleit. De stelling dat de WOZ-waarde te laag is vastgesteld kan echter niet voor het eerst in cassatie worden ingenomen, omdat de Hoge Raad geen feitenrechter is.

Wat zijn de gevolgen voor de aanslag OZB bij vaststelling hogere WOZ-waarde?

Wanneer een WOZ-beschikking tegelijk is bekendgemaakt en verenigd in een aanslag OZB, geldt als wettelijk uitgangspunt dat een bezwaar tegen de WOZ-beschikking wordt geacht mede te zijn gericht tegen de aanslag OZB. Als in bezwaar een hogere WOZ-waarde wordt bepleit geldt dit uitgangpunt volgens de Hoge Raad echter niet. Gegrondbevinding van het standpunt van de belanghebbende leidt dus niet tot verhoging van de aanslag OZB. Evenmin kan de inspecteur in zo’n geval tot navordering overgaan, omdat daarvoor een herzieningsbeschikking is vereist.


Bron:

  • HR 20 oktober 2017, 16/02441, ECLI:N:HR:2017:2656
Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen