Inperking koepelvrijstelling met ingang van 1 januari 2019 | Deloitte Nederland

Article

Inperking koepelvrijstelling met ingang van 1 januari 2019

Indirect Tax Alert

Op 29 maart jl. heeft de Staatssecretaris van Financiën in een antwoordbrief op vragen van Tweede Kamerleden aangekondigd dat het toepassingsbereik van de koepelvrijstelling per 1 januari 2019 zal worden ingeperkt.

3 april 2018

De voorgenomen aanpassing van de regelgeving werd al verwacht naar aanleiding van de inperking van de toepassing van de koepelvrijstelling door het Hof van Justitie. In deze Indirect Tax Alert gaan wij kort in op de aanleiding en de gevolgen van dit besluit.

Achtergrond

In onze eerdere Indirect Tax Alert maakten wij melding dat het Hof van Justitie op 21 september 2017 in de zaken Aviva, DNB Banka en Commissie/Duitsland had geoordeeld dat de koepelvrijstelling niet geldt voor prestaties aan leden die zich bezig houden met financiële of verzekeringsactiviteiten. Omdat in Nederland de koepelvrijstelling ook in de financiële en verzekeringssector van toepassing is, was de verwachting dat het oordeel van het Hof van Justitie een grote impact zou hebben op de btw-praktijk. Het wachten was op een reactie van de Staatssecretaris.

De Staatssecretaris geeft in zijn brief aan dat de koepelvrijstelling door banken en pensioenfondsen in Nederland vrijwel niet is gebruikt. Voor pensioenfondsen geldt dat in deze sector de koepelvrijstelling nagenoeg niet meer is toegepast in verband met de wettelijke uitsluiting van pensioenadministratie van de koepelvrijstelling per 2015. Uit een inventarisatie van de Staatssecretaris blijkt echter dat de arresten voor enkele verzekeringsmaatschappijen of hun toeleverende koepelorganisatie wel grote gevolgen hebben. Voor hen valt de mogelijkheid weg om bepaalde producten zonder btw in te kopen of aan te bieden. Afhankelijk van de feitelijke situatie en de onderlinge afspraken tussen verzekeraars en hun koepelorganisatie, kan dit leiden tot een kostenstijging bij deze partijen.

Woningcorporaties

Onze vermoedens dat de uitspraken van het Hof van Justitie mogelijk ook gevolgen zouden hebben voor de toepassing van de koepelvrijstelling in andere sectoren, zoals wij al aanstipten in onze Deloitte Perspective, worden nu ook bevestigd door de Staatssecretaris.

De prestaties aan woningcorporaties die zich bijvoorbeeld bezig houden met de vrijgestelde verhuur van woningen komen ook buiten de koepelvrijstelling te vallen. Volgens de Staatssecretaris gaat het in dat geval veelal om regionale samenwerkingsverbanden die voor de leden en aandeelhouders diensten verrichten op het gebied van woonruimteverdeling en samenwerking. Hij geeft als praktisch voorbeeld de samenwerking door veelal kleinere coöperaties die backoffice activiteiten gezamenlijk organiseren en uitvoeren.


Zie ook: Nieuwsalert Woningcorporaties (Inperking koepelvrijstelling met ingang van 1 januari 2019) 

Aankondiging wijziging regelgeving

De reikwijdte van de koepelvrijstelling in Nederland is vormgegeven in art. 9 Uitvoeringsbesluit OB 1968. De Staatssecretaris heeft in de hiervoor genoemde brief zijn voornemen aangekondigd om art. 9 Uitvoeringsbesluit OB 1968 met ingang van 1 januari 2019 te wijzigen om op die wijze te voldoen aan de uitleg van het Hof van Justitie. Tot die tijd kunnen belastingplichtigen vertrouwen ontlenen aan het Uitvoeringsbesluit.

Actie vanuit de EU?

De mogelijkheid bestaat dat de EU-lidstaten naar aanleiding van de arresten van het Hof van Justitie tot een richtlijnwijziging besluiten. De Staatssecretaris geeft aan de toepassing van de koepelvrijstelling te hebben besproken in Europees verband. De meerderheid van de EU-lidstaten geeft net als Nederland aan voorstander te zijn van een wijziging van de koepelvrijstelling na de arresten van het Hof van Justitie. Over de vormgeving van een mogelijke aanpassing van de koepelvrijstelling vindt op dit moment nog verder overleg plaats.

Vond u dit nuttig?