Inschrijving in handelsregister niet beslissend voor bestuurdersaansprakelijkheid | Deloitte

Article

Inschrijving in handelsregister niet beslissend voor bestuurdersaansprakelijkheid

Volgens de Hoge Raad dient de Ontvanger te bewijzen dat een persoon is aan te merken als bestuurder. De inschrijving als bestuurder van een rechtspersoon in het handelsregister is niet voldoende voor die conclusie.

21 februari 2017

English version

Bestuurdersaansprakelijkheid

Op grond van de Invorderingswet zijn bestuurders in bepaalde gevallen hoofdelijk aansprakelijk voor (onder meer) niet betaalde loonheffingen en omzetbelasting van een rechtspersoon. Wanneer de bestuurder van de rechtspersoon zelf ook rechtspersoonlijkheid bezit, geldt de bestuurdersaansprakelijkheid ook voor de achterliggende bestuurders. Een bestuurder kan deze aansprakelijkheid voorkomen door tijdig betalingsonmacht te melden, mits geen sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Voordat de ontvanger überhaupt kan overgaan tot aansprakelijkstelling, zal hij eerst aannemelijk moeten maken dat de persoon die hij op het oog heeft inderdaad is aan te merken als bestuurder van de niet-betalende rechtspersoon. Recentelijk heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de enkele inschrijving als bestuurder in het handelsregister niet voldoende is voor die conclusie.


Inschrijving in handelsregister

In voornoemde zaak had A bv omzetbelastingschulden over de periode oktober 2011 tot en met 31 december 2013 onbetaald gelaten. Enig aandeelhouder en bestuurder van deze vennootschap was D bv. Belanghebbende stond in de periode 1 december 2013 tot en met 1 maart 2014 als bestuurder van D bv in het handelsregister ingeschreven. De Ontvanger heeft hem op 9 mei 2014 als middellijk bestuurder van A bv aansprakelijk gesteld voor alle onbetaalde naheffingsaanslagen en daarmee verband houdende in te vorderen bedragen (rente, kosten, etc.). In bezwaar is zijn aansprakelijkheid echter beperkt tot het tijdvak 1 december 2013 - 31 december 2013.

Belanghebbende heeft bij de rechter geklaagd over het feit dat hij onder valse voorwendselen in het handelsregister is ingeschreven als bestuurder van D bv en dat die inschrijving nog geen sluitend bewijs oplevert ten aanzien van zijn taken en verantwoordelijkheden binnen D bv. Zowel Rechtbank Gelderland als Hof Arnhem-Leeuwarden hebben dit verweer echter verworpen en geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de inschrijving met terugwerkende kracht ongedaan is gemaakt of een andere periode betrof dan blijkt uit het handelsregister.


Bewijslast

Bij de Hoge Raad vindt belanghebbende wel gehoor. Ons hoogste rechtscollege stelt voorop dat de bewijslast dat een persoon als bestuurder is aan te merken bij de Ontvanger ligt en dat het feit dat iemand als bestuurder van een rechtspersoon staat ingeschreven in het handelsregister niet beslissend is voor dat bewijs.

De zaak wordt verwezen naar Hof Den Bosch om opnieuw te beoordelen of belanghebbende inderdaad bestuurder van D bv is geweest. Indien dit komt vast te staan, moet vervolgens worden onderzocht op welk tijdstip de melding betalingsonmacht over het tijdvak 1 december 2013- 31 december 2013 uiterlijk had moeten worden gedaan. Indien belanghebbende op dat tijdstip geen bestuurder meer was, moet ten slotte worden uitgezocht of hij als gewezen bestuurder kan worden aangemerkt tijdens wiens bewind de onbetaald gebleven belastingschuld is ontstaan. Ook in dat geval valt belanghebbende nog onder de reikwijdte van de bestuurdersaansprakelijkheidsregeling.


Bron: Hoge Raad 17 februari 2017, 16/03178, ECLI:NL:HR:2017:248

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen