Kabinet presenteert tienpuntenplan voor pensioenhervorming | Deloitte Nederland

Article

Kabinet presenteert tienpuntenplan voor pensioenhervorming

Minister Koolmees heeft in een brief aan de Tweede Kamer een tienpuntenplan gepresenteerd waarmee hij het pensioenstelsel wil hervormen. Speerpunten zijn het robuuster en persoonlijker maken van het pensioenstelsel.

6 februari 2019

Hervorming pensioenstelsel

Minister Koolmees heeft op 1 februari 2019 zijn plan gepresenteerd om het pensioenstelsel ‘robuuster en persoonlijker’ te maken en ook beter te laten aansluiten bij de moderne arbeidsmarkt. Hij staat daarbij open voor suggesties van bonden, werkgevers, pensioenuitvoerders en toezichthouders. Het plan is uitgewerkt in tien punten.

1. Uitwerking wetgeving voor de afschaffing van de doorsneepremie

Het belangrijkste punt is de afschaffing van het systeem van doorsneepremies bij de bedrijfstakpensioenfondsen. Deze manier van verdeling van de pensioengelden tussen generaties is volgens de minister verouderd en past niet meer bij de moderne arbeidsmarkt. Door de afschaffing wordt de verdeling tussen jonge en oude deelnemers transparanter en eerlijker. Er wordt gewerkt aan nieuwe regelgeving en aan een evenwichtige overgangsregeling.

Ter vervanging van de doorsneesystematiek gaat het kabinet de overstap op degressieve opbouw voorbereiden en komt nog voor de komende zomer met regels om die soepel te laten verlopen. Voor ieder type pensioenregeling zal een transitiekader worden bepaald. Het nieuwe systeem van degressieve opbouw zal worden voorzien van een passend fiscaal kader. Het onderscheid in fiscale behandeling tussen tweede en derde pijler gaat waar mogelijk en wenselijk verdwijnen.

2. Verbeterde premieregeling toegankelijker en aantrekkelijker maken

In de tweede plaats zullen de mogelijkheden voor collectieve risicodeling bij de verbeterde premieregeling worden uitgebreid. Bijvoorbeeld door het delen van ‘macrolanglevenrisico’ en door een collectieve buffer die wordt gevuld vanuit een ‘solidariteitspremie’. De komende maanden moet onderzoek uitwijzen of dat inderdaad mogelijk is.

3. Omzetting bestaande aanspraken naar pensioencontracten met persoonlijke pensioenvermogens

Om de overstap naar een contract met persoonlijk pensioenvermogen te stimuleren, gaat het kabinet regels opstellen die het meenemen van opgebouwde rechten (invaren) naar zo’n contract mogelijk maken. Het uitgangspunt is dat de buffer, positief of negatief, meegaat naar het nieuwe contract. Koolmees wil hiervoor nog dit jaar samen met DNB een methode bedenken. De keuze om wel of niet ‘in te varen’ bij de overstap naar een premieregeling laat de minister over aan de sociale partners. Hij gaat onderzoeken of geleidelijk 'invaren' ook mogelijk is.

4. Meer maatwerk in het beleggingsbeleid

Het kabinet gaat erop inzetten dat pensioenfondsen bij alle contracten gaan beleggen volgens het zogenoemde lifecycle-principe, zoals dat nu al in beschikbare premieregelingen wordt toegepast. Het kabinet wil af van één uniform beleggingsbeleid voor alle deelnemers van een pensioenfonds. Nog vóór de zomer worden hiervoor plannen gepresenteerd aan de Tweede Kamer.

5. Opname bedrag ineens mogelijk maken

Nog dit jaar komt het kabinet met een wetsvoorstel dat deelnemers toestaat op pensioendatum maximaal 10% van hun pensioen ineens op te nemen. Deze mogelijkheid wordt geopend voor zowel pensioenregelingen (‘tweede pijler’) als lijfrentes en bankspaarproducten (‘derde pijler’). Ook gaat het kabinet onderzoek doen naar andere keuzemogelijkheden, zoals het gebruiken van pensioenpremie voor de hypotheek of groen beleggen.

6. Communiceren over persoonlijke pensioenvermogens

Pensioenuitvoerders moeten meer inzicht geven in de persoonlijke pensioenpot van een deelnemer. Dit moet meer duidelijkheid geven over de premie die is ingelegd, het rendement dat hiermee is behaald, het pensioenvermogen dat voor iemand persoonlijk is gereserveerd en de verwachte pensioenuitkeringen die kunnen worden gedaan.

7. Onderzoek naar de koppeling tussen levensverwachting en pensioenleeftijd

Op verzoek van de Tweede Kamer gaat het kabinet onderzoeken wat een verstandige koppeling is tussen de levensverwachting en de AOW-leeftijd voor het geval de levensverwachting verder doorstijgt. In dit onderzoek worden verschillende varianten onderzocht, waaronder het loslaten van de een-op-een-koppeling tussen levensverwachting en AOW-leeftijd.

8. Verbreden reikwijdte van het pensioenstelsel

Uit recent onderzoek van het CBS is naar voren gekomen dat een groter deel van de werknemers geen arbeidsvoorwaardelijk pensioen opbouwt dan eerder werd aangenomen. Uit dit onderzoek bleek dat in 2016 13% van de werknemers geen pensioen opbouwde. Koolmees vindt deze omvang van de ‘witte vlek’ zorgelijk en gaat nog voor de zomer kijken of er maatregelen mogelijk zijn om de pensioenopbouw onder werknemers te vergroten.

9. Verbetering van nabestaandenpensioen

Volgens het kabinet is gebleken dat er veel onbekendheid en onduidelijkheid bestaat over de financiële risico's bij nabestaandenpensioenen. Dit komt onder meer door de gebrekkige informatieverstrekking en door de diversiteit en complexiteit in de vormgeving van het nabestaandenpensioen. Bijvoorbeeld door wisseling van werkgever, ZZP-schap, werkloosheid of scheiding, bestaat de kans dat er (tijdelijk) geen of minder dekking is voor nabestaandenpensioen. Minister Koolmees heeft de Stichting van de Arbeid gevraagd om een advies uit te brengen over de wenselijke dekking van het publieke en private nabestaandenpensioen.

10. Benoeming leden Commissie Parameters

Minister Koolmees heeft inmiddels de leden van de Commissie Parameters benoemd. Zijgaan nog vóór de zomer van 2019 adviseren over de per 2020 te gebruiken parameters bij het nieuwe Financiële Toetsingskader voor pensioenfondsen (nFTK). Het betreft een onafhankelijke commissie die elke vijf jaar advies moet uitbrengen over de volgende onderwerpen:

a. het minimale percentage van het gemiddelde loon- of prijsindexcijfer;
b. het maximaal te hanteren gemiddelde rendement op vastrentende waarden;
c. de maximaal te hanteren risicopremies op onder andere aandelen en onroerend goed; en
d. een uniforme set met economische scenario’s.

Ten slotte benadrukt de minister dat de noodzaak om het pensioenstelsel te hervormen onverminderd groot blijft. Echter, een nieuw pensioencontract is geen oplossing voor de huidige financiële problemen van pensioenfondsen. Wel wil het kabinet de kortingsregels in het huidige contract heroverwegen als sociale partners kiezen voor een ander contract. Maar alleen als er duidelijke afspraken worden gemaakt over een overgang naar een ander stelsel met andere verdeelregels.

Did you find this useful?