Titel - Title

Article

Kamervragen over aanpassing van de watersportvrijstelling

Zoals eerder vermeld in B2Wekelijks is de vrijstelling voor watersportverenigingen vanaf 1 januari 2017 beperkt tot diensten die watersportverenigingen verrichten met betrekking tot vaartuigen die bestemd zijn voor sportbeoefening.

23 maart 2017

De Staatssecretaris heeft een aantal veel gestelde vragen beantwoord over deze gewijzigde btw-regeling. De belangrijkste aandachtspunten zijn:

  • Een vaartuig waarbij een buitenboordmotor aanwezig is of een (hulp)zeil wordt aangebracht, is niet primair geschikt en noodzakelijk voor sportbeoefening. Een waterskiboot is dat wel;
  • Indien de primaire activiteiten van een watersportverenging bestaan uit de vrijgestelde verhuur van ligplaatsen voor ‘sportboten’ aan leden, kan onder omstandigheden de belaste verhuur van ligplaatsen voor motorboten aan leden onder de vrijstelling voor fondswervende prestaties vallen;
  • Afgedragen btw over de verhuur van ligplaatsen voor zeilboten na 25 februari 2016 kan worden teruggevraagd. In dat geval dient de afgetrokken voorbelasting eveneens gecorrigeerd te worden. Er kan geen btw worden teruggevraagd over de periode vóór 25 februari 2016, tenzij dat tijdvak nog niet is afgesloten, bijvoorbeeld vanwege een lopende bezwaarprocedure.

Zoals gemeld in de B2Wekelijks van 21 december 2016 worden contracten met een looptijd tot 1 april 2017 gerespecteerd. Ook als sprake is van gebroken boekjaren worden reeds afgesloten contracten gerespecteerd.

Samen met uw adviseur kunt u nagaan of deze antwoorden btw-gevolgen hebben voor uw ingenomen positie.

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen