Kosten dwangbevel terecht in rekening gebracht | Deloitte Nederland

Article

Kosten dwangbevel terecht in rekening gebracht

De Hoge Raad oordeelt dat een betalingstermijn van twee een redelijke termijn is om aan de kosten van het dwangbevel te ontkomen, ook als sprake is van versnelde invordering van belastingaanslagen.

28 juli 2020

Kosten dwangbevel

De Hoge Raad heeft op 17 juli 2020 twee arresten gewezen over het vooraf in rekening brengen van kosten van een dwangbevel bij direct invorderbare aanslagen. In de eerste zaak was aan de heer X een navorderingsaanslag met boete, revisierente en belastingrente opgelegd. Enkele minuten later volgde reeds een dwangbevel. De hieraan verbonden kosten bedroegen €12.197. De tweede zaak betrof een aan Y BV opgelegde naheffingsaanslag met heffingsrente en boete. Ook hier werd het verschuldigde bedrag terstond invorderbaar verklaard en volgde diezelfde dag een dwangbevel. De hieraan verbonden kosten bedroegen €11.599. Bij betaling binnen twee dagen zouden de kosten niet verschuldigd zijn. In beide zaken is in geschil of de kosten terecht in rekening zijn gebracht.

Kosten vooraf

De Hoge Raad leidt uit de Kostenwet invordering rijksbelastingen af dat de belastingdeurwaarder kosten in verband met zijn werkzaamheden in rekening mag brengen aan iemand die in gebreke is met de betaling van zijn belastingschuld. Als de inspecteur een dwangbevel uitvaardigt, moeten de daarbij in rekening gebrachte kosten volgens de wet zelfs afzonderlijk worden vermeld. In de desbetreffende zaken is dit ook gebeurd.

Bij toepassing van versnelde invordering kan het invorderbaar worden van een belastingaanslag in de tijd samenvallen met de betekening van een dwangbevel. Ook in die situatie mogen ter zake van dit dwangbevel kosten in rekening worden gebracht, zij het dat deze uiteindelijk niet verschuldigd zijn wanneer binnen twee dagen wordt betaald. De hofuitspraken, waarin werd geoordeeld dat de invorderingskosten pas achteraf in rekening mogen worden gebracht, zijn op dit punt onjuist.

Redelijke termijn

Vervolgens oordeelt de Hoge Raad in beide zaken dat de betalingstermijn van twee werkdagen een redelijke termijn is om aan de in rekening gebrachte kosten van het dwangbevel te ontkomen. Na het verstrijken van deze termijn waren de betreffende belastingschuldigen in gebreke. De vraag of de ontvanger terecht tot versnelde invordering is overgegaan kan niet door de belastingrechter worden beantwoord, maar behoort tot de competentie van de civiele rechter.


Bron:

  • HR 17 juli 2020, 20/00082, ECLI:NL:HR:2020:1200; en
  • HR 17 juli 2020, 19/02717, ECLI:NL:HR:2020:1277
Did you find this useful?