Latente inkomstenbelastingschuld niet volledig aftrekbaar

Article

Latente inkomstenbelastingschuld niet volledig aftrekbaar

De Hoge Raad volgt het oordeel van de rechtbank dat bij schenking van ondernemingsvermogen de latente belastingschuld alleen in aftrek komt voor zover die ziet op het niet‑vrijgestelde deel van de schenking.

3 mei 2017

Latente belastingclaim

Bij schenking van ondernemingsvermogen kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van een doorschuifregeling voor de heffing van inkomstenbelasting. Daardoor hoeft de schenker geen inkomstenbelasting te betalen over de meerwaarde die in het ondernemingsvermogen schuilgaat. De begiftigde neemt zijn fiscale positie als het ware over en zal in de toekomst de betreffende inkomstenbelasting moeten voldoen. Voor de heffing van schenkbelasting komt dan de vraag op of de begiftigde deze toekomstige fiscale verplichting in mindering mag brengen op zijn verkrijging. Daarover heeft de Hoge Raad onlangs arrest gewezen.


Schenking ondernemingsvermogen

Het betrof een situatie waarin een vader in 2012 aandelen heeft geschonken aan zijn dochter. De aandelen hebben betrekking op een vennootschap die een onderneming drijft, waardoor op de waarde van de aandelen de bedrijfsopvolgingsregeling kan worden toegepast. De dochter neemt ook de inkomstenbelastingclaim over die vader in de toekomst over de meerwaarde in de aandelen verschuldigd zou zijn geweest. Bij de aanslag schenkbelasting laat de inspecteur deze claim alleen in aftrek toe voor het deel van de verkrijging dat niet is vrijgesteld op grond van de bedrijfsopvolgingsregeling. De dochter betoogt dat het overnemen van de latente belastingschuld een tegenprestatie is en daarom volledig in aftrek komt op de verkrijging.


Belastingclaim is niet volledig aftrekbaar

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat de latente inkomstenbelastingschuld naar evenredigheid moet worden toegerekend aan het vrijgestelde en het niet‑vrijgestelde gedeelte van de schenking. Dat het overnemen van de latente belastingschuld een tegenprestatie is, leidt er alleen toe dat voor de berekening van de bedrijfsopvolgingsregeling geen rekening wordt gehouden met die schuld. Tegen de uitspraak van de rechtbank is sprongcassatie aangetekend.


Hoge Raad volgt oordeel rechtbank

De Hoge Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de argumentatie die de rechtbank daarvoor aandraagt. Verder maakt de Hoge Raad er geen woorden aan vuil. In de betreffende zaak had de advocaat-generaal zelfs geen conclusie genomen. Dat is opvallend, omdat nogal wat valt in te brengen tegen de redenering van de rechtbank. In andere gevallen wordt de tegenprestatie bij verkrijging van ondernemingsvermogen namelijk wel volledig in aftrek toegelaten. Kennelijk geldt die regel niet voor een latente belastingschuld, hoewel er economisch gezien geen verschil is tussen de betaling van een geldsom aan de schenker dan wel het overnemen van een latente belastingschuld met een gelijke waarde.


Bron: Hoge Raad 14 april 2017, nr. 16/02345, ECLI:NL:HR:2017:674

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen