Leiden zakelijke motieven minder snel tot uitsluiting aftrek van voorbelasting? | Deloitte Nederland

Article

Leiden zakelijke motieven minder snel tot uitsluiting aftrek van voorbelasting?

De Hoge Raad heeft op 29 juli jl. arrest gewezen in een procedure waarin in geschil is of een ondernemer de voorbelasting op de huur van business seats in een voetbalstadion terecht in aftrek heeft gebracht. De uitkomst van deze procedure leidt mogelijk minder snel tot BUA-correcties van het recht op aftrek wanneer ondernemers de zakelijke motieven kunnen onderbouwen.

19 juli 2018

Achtergrond

Ondernemers nemen met enige regelmaat zakelijke relaties en personeel mee naar evenementen met als doel te netwerken. De ondernemer in deze procedure huurt bijvoorbeeld zitplaatsen in een businessroom van een voetbalstadion. Gebruikers daarvan kunnen een wedstrijd bijwonen van de voetbalclub, krijgen gratis consumpties en kunnen gebruik maken van de business club. De inspecteur was van mening dat de voorbelasting op de huur van de zitplaatsen niet in aftrek kon worden gebracht, omdat de zitplaatsen zijn gebruikt als relatiegeschenk of andere gift respectievelijk als personeelsvoorziening zoals bedoeld in het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA).

Hoge Raad

De overwegingen van de Hoge Raad ten aanzien van de aanwezigheid van personeelsleden in combinatie met zakelijke relaties zijn met name interessant. In gevallen waarin een ondernemer zijn personeelsleden in de gelegenheid stelt een sportief of ander recreatief evenement bij te wonen waarbij ook zakenrelaties aanwezig zijn, wordt verondersteld dat dit voor de privédoeleinden van het personeel is. Indien een ondernemer echter aannemelijk maakt dat deelname van het personeel aan de evenementen wordt vereist door het bedrijfsbelang bestaat wel recht op aftrek van voorbelasting. Het persoonlijke belang van de werknemers dient dan bijkomstig te zijn. Het doel van de ondernemer en niet de persoonlijke beleving van het personeel is bepalend. De zaak is verwezen naar Hof Arnhem-Leeuwarden voor verder onderzoek of de terbeschikkingstelling van de zitplaatsen aan het personeel in dit concrete geval op grond van het BUA van aftrek is uitgesloten.

Gevolgen voor de praktijk

Hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen geldt naar onze mening niet alleen voor de deelname van personeel aan evenementen, maar ook voor andere voorzieningen genoemd in het BUA. Wanneer een ondernemer aannemelijk kan maken dat de verstrekking vereist is door het bedrijfsbelang en het persoonlijk belang van de werknemer bijkomstig is, bestaat in beginsel recht op aftrek van voorbelasting. Wij raden u aan samen met uw adviseur te bezien in welke mate naar aanleiding van het oordeel van de Hoge Raad (toch) recht op aftrek van voorbelasting kan bestaan voor voorzieningen aan het personeel waarop u thans geen btw in aftrek brengt.

Vond u dit nuttig?