Managementdiensten van medisch specialisten aan ziekenhuis zijn volgens hof vrijgesteld van btw | Deloitte Netherlands

Article

Managementdiensten van medisch specialisten aan ziekenhuis zijn volgens hof vrijgesteld van btw

Recent heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) uitspraak gedaan in een zaak over de btw-behandeling van medisch managementdiensten die worden verricht door medisch specialisten ten behoeve van een ziekenhuis.

28 juni 2022

Net als de rechtbank, is ook het Hof van oordeel dat een btw-vrijstelling op de medisch managementdiensten van toepassing is. Ook voor andere ziekenhuizen en maatschappen van medisch specialisten is deze uitspraak van belang.

Achtergrond

Belanghebbende is een maatschap van medisch specialisten (hierna: MSB) die hoofdzakelijk werkzaam is voor een ziekenhuis. Belanghebbende verzorgt voor het ziekenhuis diverse specialismen. De samenwerking tussen het ziekenhuis en belanghebbende is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Daarnaast bestaat er tussen belanghebbende en de patiënt een behandelovereenkomst.

In geschil

In de eerste plaats is in geschil of het ziekenhuis kan worden aangemerkt als de afnemer van zowel de medisch specialistische zorg als de medisch managementdiensten van het MSB. Daarnaast is in geschil of de medisch managementdiensten moeten worden aangemerkt als een zelfstandige, door het MSB aan het ziekenhuis verrichte prestatie met zijn eigen btw-behandeling of dat zij het fiscale lot volgen van de btw vrijgestelde medische handelingen.

De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat het ziekenhuis alleen de afnemer is van de medisch managementdiensten en niet van de medisch specialistische zorg. Volgens de Belastingdienst moet de patiënt worden aangemerkt als de afnemer van de zorg, nu de patiënt daarvan de uiteindelijk begunstigde is. De managementdiensten voor het ziekenhuis kunnen hierdoor niet onder de medische vrijstelling worden gerangschikt.

Uitspraak Hof

Het Hof oordeelt – net als de rechtbank - dat het ziekenhuis de afnemer is van de medisch specialistische diensten én de medisch managementdiensten. Het ziekenhuis en het MSB hebben daartoe een overeenkomst gesloten waaruit blijkt dat het ziekenhuis - als afnemer - het MSB opdracht geeft tot het uitvoeren van beide prestaties. Het Hof oordeelt dat het te ver gaat om te stellen dat de contractuele bepalingen niet aansluiten bij de economische en commerciële werkelijkheid alleen omdat de patiënt de uiteindelijk begunstigde van de medisch specialistische zorg is.

Vervolgens oordeelt het Hof dat de managementdiensten als bijkomende prestaties bij de medisch specialistische diensten moeten worden beschouwd. De managementdiensten vloeien volgens het Hof noodzakelijkerwijs voort uit en hangen nauw samen met de medisch specialistische diensten. Dat de vergoeding voor de medische specialistische diensten en de managementdiensten zijn gesplitst doet hieraan niet af. In beginsel wordt de vergoeding voor de managementdiensten alleen uitgesplitst om inzicht te krijgen in de opbouw van de totale vergoeding die belanghebbende van het ziekenhuis ontvangt.

De medische zorgdiensten en het bijkomend management zijn naar het oordeel van het Hof eenzelfde aan het ziekenhuis verrichte prestatie. De managementdiensten volgen daarbij het fiscale lot c.q. de behandeling van de medisch specialistische zorg die als hoofdprestatie moet worden aangemerkt.

Gelet op het voorgaande oordeelt het Hof dat de medisch managementdiensten – net als de medisch specialistische zorg – zijn vrijgesteld van btw op grond van de medische vrijstelling. Het hoger beroep van de inspecteur is daarmee ongegrond.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak is belangrijk en gunstig voor de praktijk aangezien ziekenhuizen geen (of slechts beperkt) recht op aftrek van btw hebben. De btw op de managementdiensten vormt dan ook een kostenpost. Op basis van de uitspraak van het Hof zijn de managementdiensten vrijgesteld van btw en is dus over de vergoeding geen btw verschuldigd.

Het in deze procedure ingenomen standpunt door de Belastingdienst is gebaseerd op de Q&A uit 2015 naar aanleiding van de invoering van de integrale bekostiging waarbij een werkgroep van de Belastingdienst destijds oordeelde dat de medisch managementdiensten belast zijn met btw. Dit oordeel is dus (voorlopig) achterhaald door deze hofuitspraak.

Mogelijk gaat de Belastingdienst in cassatie bij de Hoge Raad. In dat geval is de vraag of de Hoge Raad de uitspraak van het hof zal bevestigen. Als de Belastingdienst in cassatie gaat, staat pas na een uitspraak van de Hoge Raad definitief vast of inderdaad een vrijstelling op de medisch managementdiensten van toepassing is.

Wij raden in de tussentijd aan – voor zover dat nog niet is gebeurd – om na te gaan of btw in rekening wordt gebracht over de medisch management diensten. Als btw in rekening wordt gebracht, raden wij aan bezwaar te maken tegen de betaling van deze btw op aangifte en eventueel afspraken te maken met de Belastingdienst voor het verleden.

Did you find this useful?