Mondelinge vaststellingsovereenkomst is rechtsgeldig | Deloitte Nederland

Article

Mondelinge vaststellingsovereenkomst is rechtsgeldig

Volgens de Hoge Raad doet de in het Besluit fiscaal bestuursrecht gestelde eis van schriftelijke vastlegging niet af aan de rechtsgeldigheid van een mondelinge vaststellingsovereenkomst.

14 juni 2018

Vaststellingsovereenkomsten

Recentelijk heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de rechtsgeldigheid van een mondelinge vaststellingsovereenkomst. Het kenmerk van zo’n overeenkomst is dat zij ertoe strekt om tussen partijen bestaande onzekerheid of geschil te beëindigen, of juist om dreigende onzekerheid of dreigend geschil te voorkomen. Ook in het belastingrecht is de vaststellingsovereenkomst (ook wel compromis genoemd) een veelvoorkomend fenomeen. Het grote voordeel ten opzichte van een procedure bij de belastingrechter is dat in één overeenkomst afspraken kunnen worden gemaakt over meerdere belastingsoorten en tijdvakken. Bovendien ontstaat op die manier sneller rechtszekerheid voor partijen.

De keerzijde is echter dat zowel de belastingplichtige als de inspecteur gebonden is aan de inhoud van de vaststellingsovereenkomst, ook al blijkt op een later tijdstip dat deze ongunstig uitpakt. Dat is anders wanneer er een zogenoemd wilsgebrek kleeft aan de totstandkoming, bijvoorbeeld omdat de inspecteur ongeoorloofde druk heeft uitgeoefend op de belastingplichtige teneinde in te stemmen met een compromis. Ook kan zich de situatie voordoen dat (een van de) partijen bij het sluiten van de overeenkomst van een onjuiste voorstelling van zaken is uitgegaan. In dat geval doet zich de vraag voor wiens rekening dit moet komen. Ten slotte zou het ook nog kunnen gebeuren dat de inhoud van de overeenkomst als geheel zozeer in strijd is met de wet, dat partijen niet op nakoming mogen rekenen. Uit de rechtspraak blijkt echter dat dit niet snel wordt aangenomen.

Mondelinge overeenkomst rechtsgeldig

In de betreffende zaak heeft de belastingdienst naar aanleiding van een boekenonderzoek een naheffingsaanslag omzetbelasting en een vergrijpboete opgelegd aan een besloten vennootschap. Vervolgens heeft telefonisch overleg plaatsgevonden tussen de directeur-grootaandeelhouder en de inspecteur. Volgens laatstgenoemde zou tijdens dit gesprek een compromis zijn gesloten op grond waarvan de boetes op € 10.000 zouden worden vastgesteld. De dga heeft de brief d.d. 17 augustus 2011 met daarin een schriftelijke weergave van de gemaakte afspraken echter niet voor akkoord getekend geretourneerd aan de inspecteur. Desondanks heeft Hof Arnhem-Leeuwarden aannemelijk geacht dat een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen. Het Hof wijst daartoe onder meer op een e-mail van de dga d.d. 22 februari 2012, waarin deze refereert aan de gemaakte afspraken en aangeeft dat e.e.a. onjuist is verwerkt door de inspecteur.

Voor de Hoge Raad stelt de dga dat geen sprake is van een rechtsgeldige vaststellingsovereenkomst, omdat in het Besluit fiscaal bestuursrecht is bepaald dat de gemaakte afspraken schriftelijk moeten worden vastgelegd en ondertekend. De Hoge Raad verwerpt dit betoog echter met als argument dat de in voornoemd besluit beschreven handelwijze geen aanvullende eisen stelt aan een rechtsgeldige totstandkoming. De voorwaarden beogen enkel te verzekeren dat achteraf geen discussie ontstaat over de inhoud van de gemaakte afspraken. Ook het betoog van belanghebbende dat destijds niet een redelijke bedenktijd van ten minste een week is gegund vindt geen genade bij de Hoge Raad. Deze stelling is namelijk voor het eerst in cassatie aangevoerd. En in die procedure is geen plaats meer voor een onderzoek van feitelijke aard.


Bron: HR 8 juni 2018, 16/04239, ECLI:NL:HR:2018:865

Vond u dit nuttig?