Navorderingsaanslag schenkbelasting tijdig opgelegd | Deloitte

Article

Navorderingsaanslag schenkbelasting tijdig opgelegd

Nu geen aangifte is gedaan, heeft de navorderingstermijn pas een aanvang genomen na de registratie van de akte van overlijden van de schenker.

14 november 2017

Navordering

Uitgangspunt in het Nederlandse belastingrecht is dat de inspecteur niet zonder meer mag terugkomen op een door hem vastgestelde belastingaanslag. Daarvoor is nodig dat hij beschikt over nieuwe informatie die hij ten tijde van het opleggen van de aanslag nog niet kende en waarmee hij redelijkerwijs ook niet bekend had kunnen zijn. Een uitzondering geldt wanneer de belastingplichtige te kwader trouw is, of als sprake is van een redelijkerwijs kenbare fout.

Ook de termijn waarbinnen navordering mag plaatsvinden, is doorgaans begrensd. Als regel vervalt de navorderingsbevoegdheid van de inspecteur vijf jaar na afloop van het tijdvak waarover de belasting is verschuldigd. Voor inkomens- en vermogensbestanddelen die in het buitenland zijn opgekomen of worden gehouden geldt een verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar.

Er zijn in de loop der tijd vele procedures gevoerd waarin de vraag centraal stond of de verlengde navorderingstermijn überhaupt van toepassing was. Recentelijk moest de Hoge Raad echter oordelen over het aanvangstijdstip van de verlengde navorderingstermijn in geval van een navorderingsaanslag schenkingsrecht.

Schenking vrij van recht

In de hierboven genoemde zaak had een moeder in 1997 aan elk van haar drie dochters fl. 465.200 (€ 211.098) vrij van recht geschonken. Van deze schenkingen is in 1998 aangifte gedaan. In 2014 heeft één van haar dochters een beroep op de inkeerregeling gedaan en daarbij aangegeven dat zij in 1997 ook een schenking van fl. 925.000 (€ 419.747) van haar moeder heeft ontvangen, afkomstig van een Zwitserse bankrekening. De inspecteur heeft naar aanleiding hiervan op 22 december 2015 een navorderingsaanslag opgelegd. In geschil is of de navorderingstermijn is overschreden.

Volgens Rechtbank Gelderland is dat niet het geval. Ingeval geen aangifte is gedaan, vangt de navorderingstermijn volgens de Successiewet pas aan nadat de akte van overlijden van de schenker of de begiftigde in de registers van de burgerlijke stand is ingeschreven. Nu moeder op 1 januari 2004 is overleden, is de navorderingsaanslag schenkingsrecht binnen de verlengde termijn van twaalf jaar vastgesteld.

Aanvangstijdstip navorderingstermijn

In cassatie wijst de dochter op het feit alle schenkingen die in hetzelfde kalenderjaar door ouders aan hun kinderen worden gedaan voor de heffing van schenkingsrecht worden samengeteld en na afloop van dat jaar in één aangifte moeten worden opgenomen. En in 1998 is wel degelijk aangifte gedaan, alleen naar een onjuist bedrag. Dit rechtvaardigt nog geen uitzondering op de hoofdregel dat de navorderingstermijn aanvangt op het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan.

De Hoge Raad gaat echter niet mee in die redenering. Uit de wetsgeschiedenis blijkt namelijk dat per afzonderlijke schenkingshandeling moet worden beoordeeld of tijdig aangifte is gedaan. Deze benadering past ook het beste bij het karakter van de heffing, namelijk die van een tijdstipbelasting. De samentelregel heeft tot doel om tariefarbitrage te voorkomen. Er is volgens de Hoge Raad geen reden om aan te nemen dat de wetgever een ruimer toepassingsbereik aan deze bepaling heeft willen geven.


Bron: HR 10 november 2017, 17/01037, ECLI:NL:HR:2017:2840

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen