Nederland moet persoonlijke aftrekposten pro rata toerekenen | Deloitte

Article

Nederland moet persoonlijke aftrekposten pro rata toerekenen

Een belastingplichtige die in meerdere landen inkomen geniet, behalve in zijn woonstaat, moet ook in meerdere landen naar evenredigheid aanspraak kunnen maken op aftrekposten in het kader van zijn persoonlijke en gezinssituatie.

15 mei 2017

English version

Het Hof van Justitie EU (HvJ EU) heeft op 9 februari 2017 geoordeeld dat Nederland de hypotheekrenteaftrek op pro rata basis moet toekennen aan een buitenlands belastingplichtige die zijn gezinsinkomen gedeeltelijk in Nederland verdient. De Hoge Raad heeft dit oordeel in zijn arrest van 12 mei 2017 overgenomen en de zaak terugverwezen naar Hof Den Haag voor een nadere berekening van de verschuldigde inkomstenbelasting.


Feiten en omstandigheden

In 2007 woonde belastingplichtige, die de Nederlandse nationaliteit heeft, in Spanje. Hij beschikte daar over een eigen woning. Belastingplichtige verdiende 60% van zijn wereldinkomen in Nederland en 40% in Zwitserland. In Spanje verdiende hij geen belastbare inkomsten.


Schumacker

In beginsel is het de woonstaat van belastingplichtige die het beste in staat is om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van belastingplichtige. Dat betekent dat Spanje eigenlijk rekening had moeten houden met de hypotheekrenteaftrek. Wanneer een belastingplichtige echter nagenoeg zijn gehele (voor Nederland: ten minste 90%) wereldinkomen in de werkstaat verwerft en niet voldoende inkomen verdient in zijn woonstaat, moet de werkstaat rekening houden met diens persoonlijke situatie. Het Hof van Justitie bepaalde dit in het arrest Schumacker. In die zaak betrof het de overzichtelijke situatie van één woonstaat en één werkstaat.


Schumacker en twee buitenlandse arbeidsrelaties

De vraag die in deze procedure moest worden beantwoord, was hoe het Schumacker-arrest dient te worden uitgelegd wanneer sprake is van twee of meer werkstaten. Volgens het HvJ EU is met name relevant dat de woonstaat, indien daar geen inkomen wordt verdiend, niet in staat is om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden en de gezinssituatie van de belastingplichtige. Dit beïnvloedt de draagkracht van belastingplichtigen. Die reden alleen al rechtvaardigt dat de werkstaat (of werkstaten) naar evenredigheid rekening moet(en) houden met persoonlijke aftrekposten. In onderhavige zaak betekent dit dat Nederland 60% van de hypotheekrente in aftrek moet toestaan. Omdat Zwitserland geen EU-lidstaat is, hoeft dat land niet naar rato rekening te houden met persoonlijke aftrekposten. De uitkomst was derhalve waarschijnlijk anders geweest indien de resterende 40% van het inkomen wel in een andere EU-lidstaat zou zijn verdiend.


Gevolgen van het arrest

Wanneer een buitenlands belastingplichtige geen inkomsten van betekenis verwerft in zijn EU-woonstaat, moet Nederland dus ten minste naar rato rekening gaan houden met de persoonlijke aftrekposten van die belastingplichtige. Dit is nu ook formeel door de Hoge Raad bevestigd. Voor de feitelijke afwikkeling heeft de Hoge Raad de kwestie terugverwezen naar Hof Den Haag. Dit gerechtshof moet nu, in lijn met het arrest, op basis van de evenredigheidsmethode opnieuw de door de belastingplichtige verschuldigde inkomstenbelasting over 2007 berekenen.

In meer algemene zin is de Nederlandse wetgeving op dit moment nog niet ingericht op toepassing van de evenredigheidsmethode. Mogelijk leidt dit voor de uitvoeringspraktijk tot complicaties. Belastingplichtigen die aanspraak kunnen maken op gedeeltelijke aftrek, moeten zo snel mogelijk actie ondernemen. Zij zijn op grond van de hierboven genoemde uitspraak van het HvJ EU (en van de Hoge Raad) namelijk al vóór inwerkingtreding van de te verwachten wetswijziging naar rato gerechtigd tot persoonlijke aftrekposten.


Bron:

  • HvJ EU van 9 februari 2017 bij C-283/15 (X)
  • HR 12 mei 2017, 13/03468, ECLI:NL:HR:2017:848
Vond u dit nuttig?